Beweging
Beweging
Inhoud
1. Statische/dynamische kunst
2. Illusie van beweging
3. Kinetische kunst
4. Film en beweging
5. Beweging op de planken
1. Statische/dynamische kunst
Statische kunst
Statische kunst
Dynamische kunst
Dynamische kunst
2. Soorten composities
Driehoekscompositie
Diagonale compositie
Verticale compositie
Horizontale compositie
Overall compositie
3. Symmetrie/Assymmetrie
Symmetrische compositie: de massa wordt in gelijke delen verdeeld door een denkbeeldige verticale en/of horizontale as. Je ziet de ene helft van de compositie dan gespiegeld in de andere helft.
Asymmetrische compositie: er is geen evenredige verdeling van de massa. Het midden van het beeld kan op geen enkele manier worden verdeeld in twee gelijke delen.
4. Barok/Renaissance
Renaissance = Omstreeks 1500 streefden kunstenaars in de renaissance ernaar om een harmonieus beeld weer te geven dat evenwichtig en symmetrisch is opgebouwd. Dat geeft rustige statische beelden.
Barok = De barok legt de nadruk op de emoties, die een gebeurtenis dramatisch maken. Figuren worden in de hevigheid van een beweging afgebeeld, alsof er op de pauzeknop is gedrukt. Dat resulteert in een dynamische momentopname
2. Illusie van beweging
Al heel lang proberen tekenaars, schilders en beeldhouwers de illusie van beweging op een tweedimensionaal of driedimensionaal vlak te creëren.
Futurisme
Het futurisme is een stroming die in 1909 ontstond in Italië en de toenmalige nieuwe moderne wereld weerspiegelde. De futurist gaat de beweging analyseren in een aaneenschakeling van momentopnames die hij combineert in één beeld. Kenmerkend is de schoonheid van ritme, energie en snelheid. Umberto Boccioni (1882-1916) was de leider van de Italiaanse futuristen, die tijdens zijn korte leven het kleurrijke dynamisme van de nieuwe moderne wereld wist te vangen in zijn schilderijen en sculpturen.
Zoöpraxiscoop
Gemaakt door Muybridge
Machine kon hij stilstaande beelden snel na elkaar projecteren. op die manier creëerde Muybridge een korte film van onder andere een galopperende paard.
= de eerste filmprojector
3. Kinetische kunst
Binnen de installatiekunst kan beweging een belangrijk element zijn. Er bestaat in de moderne kunst zelfs een kunststroming die volledig gericht is op beweging:
kinetische kunst. In het woord ‘kinetisch’ zit het Griekse kinesis, wat letterlijk ‘beweging’ betekent.
Beweging
kan op drie verschillende manieren worden opgewekt:
met natuurkrachten (zoals wind of water),
met mechanische krachten (zoals magneten of motoren) of
met de kracht van de toeschouwer.
Leonardo da Vinci
voorlopers van de kinetische kunst.
Jean Tinguely
was in de jaren 60 van de vorige eeuw de eerste die op grote schaal bewegende kunstwerken begon te maken. Met schroot, roestende stukken metaal en andere gevonden materialen bouwde hij gekke vervoersmiddelen, bewegende fonteinen, zelfdestructieve machines en apparaten zonder functie.
Met zijn bewegende en veranderende machines wilde Tinguely aantonen dat de essentie van het leven maar ook van de kunst
bestond uit continue verandering, beweging en instabiliteit.
Zijn nutteloze apparaten waren dan weer een kritiek op de
mechanische wereld en het geloof in de technologische
vooruitgang.
Opdracht 12
Film en beweging
Bij de fenakistiscoop keek je door kijkgaten naar een draaiende schijf.
De zoötroop bestond uit een cilinder met afbeeldingen aan de binnenkant. Die zag je wanneer je door de kijkgaten keek.
=> Beide apparaten creëerden een illusie van beweging.
Muybridge
Met het gebruik van de zoöpraxiscoop (1879) had fotograaf Muybridge aangetoond dat de projectie van opeenvolgende foto’s een bewegend beeld tot stand kon brengen. Vanaf dan sprak men daadwerkelijk over de film, hoewel die eerste films amper enkele seconden duurden ...
Auguste en Louis Lumière
Een tijdje later, in 1895, kwamen de gebroeders Auguste (1862-1954) en Louis Lumière (1864-1948) met een apparaat op de proppen waarmee ze de duur van de films konden verlengen.
De cinematograaf bevatte een camera, een ontwikkelaar en een projector. Hun film La sortie des ouvriers de l’usine Lumière à Lyon (1895) was de eerste film die voor een publiek werd vertoond.
Camerabewegingen
Dit deeltje mag je schrappen, zien we uitgebreid volgend schooljaar!
5. Beweging op de planken
Een kunstdiscipline waar beweging essentieel is, is dans!
• Welke dansstijlen ken je?
• Wie danst zelf? Zo ja, welke stijl of vorm?
• Is dans een kunstvorm? Waarom wel/niet?
• Is dans ook een sport? Of net niet?
Universal Tongue - Anouck Kruithof - Vooruit Gent
• Welke verschillende soorten dans merk je op?
• Op welke manier gebruiken de dansers de ruimte?
• Op welke manier gebruikt de kunstenares de ruimte?
Choreografie
Wie - wat - hoe
We kijken naar een fragment. Lees alvast de vragen bij opdracht 18.
Ballet
Een van de oudste en bekendste vormen van dans is het ballet, dat in de 15e eeuw in Italië ontstond. Het woord ballet is trouwens afgeleid van het Italiaanse woord ballo, wat ‘dans’ betekent. Als statige, elegante hofdans was het de manier om te laten zien dat je welopgevoed, beschaafd en voornaam was.
° Ballet
In de 17e eeuw ontwikkelde zich onder de Franse koning Lodewijk XIV het klassieke ballet. De danstechniek die toen werd vastgelegd vormt nog altijd de basis van het hedendaagse ballet.
Veel beroemde sprookjesballetten ontstonden in de 19e eeuw, de periode van de romantiek, waarin o.a. de verbeelding en de emotie een belangrijke plaats kregen. Het gevoelsleven stond centraal als reactie tegen het rationalisme. De mens voelde zich niet langer thuis in de wereld en trachtte eraan te ontsnappen. Een balletvoorstelling vormde een ideale vlucht.
Het klassieke ballet wil het verhaal verheffen tot een ander niveau. Door hun gevoelens uit te drukken, romantiseren de dansers de expressie van het verhaal. Dat combineren ze met beheerste lichaamsbewegingen die bepaald worden door strenge vormelijke regels.
Het klassieke ballet vereist een uitdagende techniek met aandacht voor de positie van de tenen, de houding van de romp, de stand van het hoofd, de gecontroleerde lijn of pose van de armen en de manier van draaien. De balletdanser moet oog hebben voor elk detail van de lichaamsbeheersing, zoals de
houding van de vingers in het verlengde van de armbeweging.
Romeo en Julia
De componist Sergei Prokofiev (1891-1953) componeerde in 1935 de balletmuziek Romeo en Julia naar het beroemde theaterstuk van William Shakespeare.
Na een uitvoering van slechts enkele suites in 1938 in Brno, Tsechië, vond in 1940 de première van het volledige stuk plaats in Leningrad (Sint-Petersburg).
Leonid Lavrorsky tekende voor de choreografie en veranderde zelfs, tot grote ergernis van Prokofiev,
stukjes van de partituur om de muziek beter af te stemmen op de bewegingen van de balletdansers.
Andere grote choreografen creëerden hun eigen producties op de muziek van Romeo en Julia, zoals
Rudolf Nureyev in 1977 en Jean-Christophe Maillot in 1996.