This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.
Lesson duration is: 45 min
Items in this lesson
Modalverben
Slide 1 - Slide
Leerdoel
Aan het eind van deze digitale les weet je wat de modale werkwoorden betekenen en je kunt deze in de tegenwoordige tijd vervoegen
Slide 2 - Slide
Modalverben
Slide 3 - Mind map
Slide 4 - Slide
Slide 5 - Slide
Slide 6 - Video
können betekent...? ( in staat zijn iets te doen)
A
kunnen
B
kennen
Slide 7 - Quiz
dürfen betekent ….? ( je hebt toestemming van iemand nodig)
A
mögen
B
mogen
C
durven
Slide 8 - Quiz
müssen betekent...? ( het kan niet anders)
A
moeten
B
mogen
Slide 9 - Quiz
sollen betekent...? ( de wil van iemand anders)
A
zullen
B
moeten
C
mogen
Slide 10 - Quiz
wollen betekent...? ( je eigen wil)
A
willen
B
wissen
Slide 11 - Quiz
mögen betekent..?
A
leuk vinden, lusten, van houden
B
mogen
C
durven
Slide 12 - Quiz
wissen betekent …?
A
werden
B
weten
C
wessen
Slide 13 - Quiz
Online oefentoets
Maak nu de online oefentoets:
Ga naar SOM --> Leermiddelen --> Duitse Taal --> Flex --> K3 Oefentoets (let op het grammatica gedeelte kan je overslaan i.v.m. werkwoorden in de verleden tijd)