JO4_Sparen en lenen

Jong en oud
Sparen en lenen
1 / 20
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Jong en oud
Sparen en lenen

Slide 1 - Slide

LESDOELEN
Begrippen: inkomensafhankelijk, consumeren, sparen, tijdvoorkeur, stroomgrootheid, voorraadgrootheid

Doelen:
• met behulp van tabellen berekeningen maken.
• onderscheid maken tussen voorraadgrootheden en stroomgrootheden.
• uitleggen dat sparen en lenen voorbeelden zijn van ruilen over de tijd.

Slide 2 - Slide

TERUGBLIK
Huiswerkcheck:

Maken vragen 1.6 t/m 1.10
Compact: 1.6, 1.7, 1.9

Nakijken met nakijkboek






Slide 3 - Slide

CONSUMEREN, SPAREN, LENEN

Slide 4 - Slide

SPAREN

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

TIJDVOORKEUR
* Wanneer iemand leent en consumptie naar voren haalt, spreken we van een hoge tijdvoorkeur.
* Wanneer iemand spaart, spreken we van een lage tijdvoorkeur.

Slide 7 - Slide

VOORRAAD- EN STROOMGROOTHEID
  • Een voorraadgrootheid laat zien wat de waarde van iets  op een bepaald moment is. Deze staan op de balans.
  • Een stroomgrootheid geeft de waardeverandering over een bepaalde periode weer. Deze staan op de resultatenrekening. 

Slide 8 - Slide

STROOM
GROOTHEID

De waarde van een stroomgrootheid meet je over een periode.

bijvoorbeeld: de omzet van een bedrijf in maart 2019

Slide 9 - Slide

VOORRAAD
GROOTHEID

Voorraadgrootheden meet je op een bepaald moment, dus bijvoorbeeld: je spaargeld op 12 maart 2019

Op de balans staan alleen maar voorraadgrootheden

Slide 10 - Slide

BEGELEID OEFENEN
Kijken of je het verschil door hebt.

Slide 11 - Slide

Is vermogen een voorraad- of een stroomgrootheid?
A
Voorraadgrootheid
B
Stroomgrootheid

Slide 12 - Quiz

Is de aflossing van je lening een stroomgrootheid of een voorraadgrootheid?
A
Stroomgrootheid
B
Voorraadgrootheid

Slide 13 - Quiz

Kinderbijslag is een stroomgrootheid
A
Juist
B
Onjuist

Slide 14 - Quiz

Is je uiteindelijke studieschuld een voorraadgrootheid of een stroomgrootheid?
A
Voorraadgrootheid
B
Stroomgrootheid

Slide 15 - Quiz

De hoeveelheid leerlingen op school
A
voorraadgrootheid
B
stroomgrootheid

Slide 16 - Quiz

De winst van een bedrijf over 2017 is €60.000.
A
Voorraadgrootheid
B
Stroomgrootheid

Slide 17 - Quiz

Je hebt aan het eind van het jaar €350 op je spaarrekening staan.

A
Stroomgrootheid
B
Voorraadgrootheid

Slide 18 - Quiz

ZELFSTANDIG WERKEN 
Maken vragen 2.1 t/m 2.8

Compact: 2.4 t/m 2.8







Slide 19 - Slide

EVALUATIE
Begrippen: inkomensafhankelijk, consumeren, sparen, tijdvoorkeur, stroomgrootheid, voorraadgrootheid

Doelen:
• met behulp van tabellen berekeningen maken.
• onderscheid maken tussen voorraadgrootheden en stroomgrootheden.
• uitleggen dat sparen en lenen voorbeelden zijn van ruilen over de tijd.

Slide 20 - Slide