3.4: Het christendom DEEL 2

In welk deel van het Romeinse Rijk is het christendom ontstaan?
A
Spanje
B
Griekenland
C
Palestina
D
Noord-Afrika
1 / 17
next
Slide 1: Quiz
GeschiedenisMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

In welk deel van het Romeinse Rijk is het christendom ontstaan?
A
Spanje
B
Griekenland
C
Palestina
D
Noord-Afrika

Slide 1 - Quiz

Waarom kreeg het christendom veel aanhangers onder arme mensen en slaven?
A
Het christendom streefde naar sociale ongelijkheid.
B
Het christendom accepteerde alleen rijke mensen als volgelingen.
C
Het christendom bood hoop en gelijkheid voor iedereen.
D
Het christendom beloofde materiële rijkdom voor de volgelingen.

Slide 2 - Quiz

3.4: Het Christendom
De Romeinen veroveren Palestina, waar voornamelijk joden wonen. Hier woont Jezus uit Nazareth. Hij verspreid het woord van God door Palestina. De Romeinen vonden hem gevaarlijk en besloten hem te kruisigen. Zijn volgelingen gaan zich christenen noemen. In eerste instantie worden christenen in het Romeinse Rijk vervolgd. Later wordt het christendom toegestaan en zelfs de staatsgodsdienst van het Romeinse Rijk. 

Slide 3 - Slide

Leerdoelen 3.4
4A: Je kunt uitleggen hoe het christendom is ontstaan in Palestina door de volgelingen van Jezus uit Nazareth. 
4B: Je kunt uitleggen hoe het christendom zich verspreidde door het Romeinse Rijk.
4C: Je kunt verklaren waarom christenen in het begin van het christendom werden vervolgd in het Romeinse Rijk. 
4D: Je kunt uitleggen hoe het christendom uiteindelijk de staatsgodsdienst van het Romeinse RIjk werd. 
4E: Je kunt uitleggen wat het verschil is tussen een feit en een mening. 


Slide 4 - Slide

Christendom toegestaan (4D)
  • Door goede organisatie groeit christendom snel
  • Leider christenen in een stad werd bisschop; leider van Rome wordt later de paus (papa)
  • Constantijn de Grote wordt christen en staat godsdienst toe
  • Rust in het rijk bewaren

Slide 5 - Slide

Staatsgodsdienst
(4D)
  • Theodosius I: Iedereen moet vanaf nu christen zijn!
  • Vereren andere goden verboden
  • Hierdoor verspreidde christendom zich snel over het grote Rijk

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Feit en mening (LD)
  • Bronnen gemaakt door diverse mensen
  • Mening: Wat iemand er zelf van vindt
  • Feit: Als iets waar is of echt is gebeurt (en te controleren valt)

Slide 8 - Slide

Jezus is geboren in Nazareth
A
Feit
B
Mening

Slide 9 - Quiz

Er is leven na de dood.
A
Feit
B
Mening

Slide 10 - Quiz

Christenen zeggen dat wie 'goed doet' in de hemel terecht komt.
A
Feit
B
Mening

Slide 11 - Quiz

Waarom is het soms moeilijk om een feit of mening van elkaar te onderscheiden?

Slide 12 - Open question

Aan de slag!
  • Opdrachten paragraaf 3.4
  • Werkboek of laptop

Slide 13 - Slide

Welke Romeinse keizer staat het christendom toe?
A
Augustus
B
Nero
C
Constantijn de Grote
D
Julius Caesar

Slide 14 - Quiz

Welke Romeinse keizer maakt het christendom tot staatsgodsdienst?
A
Constantijn de Grote
B
Theodosius I
C
Nero
D
Julius Caesar

Slide 15 - Quiz

Wat is de betekenis van staatsgodsdienst?
A
Een politiek systeem gebaseerd op religie.
B
Een godsdienst die verboden is in een staat.
C
De (enige) toegestane godsdienst van een staat.
D
Een godsdienst die alleen door de staat beoefend wordt.

Slide 16 - Quiz

Hoe wordt de bisschop van Rome ook wel genoemd?
A
Pastoor
B
Christen
C
Kardinaal
D
Paus

Slide 17 - Quiz