Module 2: Les 10: Toets

Toets
Module 3
1 / 32
next
Slide 1: Slide
InformaticatestPraktijkonderwijsLeerjaar 2

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 75 min

Items in this lesson

Toets
Module 3

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

1. Welke zoekzin is het duidelijkst?


A
leren
B
gitaar
C
gitaar leren
D
“gitaar leren voor beginners”

Slide 3 - Quiz

2. Wat is een zoekstrategie?

A
Snel typen
B
Een manier om iets op te zoeken
C
Een game
D
Een TikTok-video

Slide 4 - Quiz

3. Waarvoor gebruik je aanhalingstekens (" ") bij Google?

A
Voor foto’s
B
Voor Engelse woorden
C
Voor een zin die precies zo moet zijn
D
Voor snelle antwoorden

Slide 5 - Quiz

4. Welke zoekzin is het duidelijkst?
A
hond
B
hond leren
C
“hond leren zitten”
D
hond en kat

Slide 6 - Quiz

Slide 7 - Slide

5. Wanneer is een bron goed te gebruiken?

A
Als er veel plaatjes op staan
B
Als je de schrijver kent
C
Als de schrijver er verstand van heeft
D
Als het op TikTok staat

Slide 8 - Quiz

6. Wat is een goede bron?

A
Een website van de overheid
B
Een blog van een klasgenoot
C
Instagram
D
Chatgroepen

Slide 9 - Quiz

7. Wat is een bronvermelding?
A
Je noemt waar je iets vandaan hebt
B
Je zet je eigen naam erbij
C
Je kopieert de titel
D
Je gebruikt het woord “bron”

Slide 10 - Quiz

8. Wat is plagiaat?

A
Iets in je eigen woorden vertellen
B
Iets kopiëren zonder te zeggen waar het vandaan komt
C
Iets verkeerd uitleggen
D
Een spel spelen

Slide 11 - Quiz

9. Wanneer moet je een bron vermelden?
A
Als je informatie hebt gekopieerd of samengevat
B
Alleen als het op Wikipedia staat
C
Alleen bij plaatjes
D
Als je het niet meer weet

Slide 12 - Quiz

10. Welke website is het meest geschikt voor school?
A
TikTok
B
Wikipedia
C
NU.nl
D
Instagram

Slide 13 - Quiz

Slide 14 - Slide

11. Wat kun je goed doen met Canva?
A
Spelletjes maken
B
Mooie posters en presentaties maken
C
Muziek downloaden
D
Leren typen

Slide 15 - Quiz

12. Wat kan een nadeel zijn van veel gamen?
A
Je leert meer talen
B
Je krijgt meer energie
C
Je kunt verslaafd raken
D
Je wordt sportiever

Slide 16 - Quiz

13. Wat kun je niet maken in Canva?
A
Poster
B
Website
C
Video
D
Excel-document

Slide 17 - Quiz

14. Wat is handig aan samenwerken in Canva?
A
Alleen jij kunt werken
B
Je hoeft niet op te slaan problemen
C
Je kunt met anderen tegelijk werken
D
Je kunt er muziek bij zetten

Slide 18 - Quiz

15. Wat doet de knop “delen” in Canva?

A
Je sluit Canva
B
Je stuurt je ontwerp naar iemand anders
C
Je verwijdert alles
D
Je downloadt muziek

Slide 19 - Quiz

Slide 20 - Slide

16. Wat betekent “samenvatten”?

A
Alles overschrijven
B
Alleen het begin lezen
C
De belangrijkste dingen in je eigen woorden schrijven
D
De titel kopiëren

Slide 21 - Quiz

17. Waarom moet je in eigen woorden schrijven?
A
Dan weet je dat je het snapt
B
Dan hoef je geen bron te geven
C
Dan kun je minder lezen
D
Dan heb je altijd gelijk

Slide 22 - Quiz

18. Wat is informatie?
A
Wat iemand vindt
B
Kun je van controleren of het waar is
C
Een mop
D
Een plaatje

Slide 23 - Quiz

Slide 24 - Slide

19. Wat is een nadeel van gamen?
A
Je wordt actiever
B
Je hebt betere reflexen
C
Je vergeet school en slaap
D
Je leert samenwerken

Slide 25 - Quiz

20. Waarom is het goed om pauzes te nemen tijdens het gamen?
A
Omdat je dan meer levels kunt halen
B
Omdat je dan sneller wordt in het spel
C
Omdat je lichaam en ogen rust nodig hebben
D
Omdat je internetverbinding dan beter wordt

Slide 26 - Quiz

21. Wat is een 'lootbox' in een game?
A
Een gratis cadeautje van de maker van het spel
B
Een kistje met verrassingen die je kunt winnen of kopen
C
Een plek waar je je voortgang opslaat
D
Een beveiligingsprogramma tegen cheaters

Slide 27 - Quiz

22. Wat is een mogelijk nadeel van te veel gamen?
A
Je krijgt hogere cijfers op school
B
Je maakt meer vrienden
C
Je slaapt slechter en hebt minder energie
D
Je wint sneller wedstrijden

Slide 28 - Quiz

23. Wat betekent het als een game verslavend kan zijn?

A
Dat je het spel nooit mag spelen
B
Dat je het spel alleen 's nachts mag spelen
C
Dat het spel veel geld kost
D
Dat je moeite hebt om te stoppen met spelen

Slide 29 - Quiz

24. Hoe zoek jij iets goed op via Google? (ER ZIJN 3 GOEDE ANTWOORDEN)

Slide 30 - Open question

25. Hoe laat je zien dat je een bron goed hebt gebruikt in een werkstuk? (ER ZIJN 3 GOEDE ANTWOORDEN)

Slide 31 - Open question

Slide 32 - Slide