H4 foutieve beknopte bijzin en onjuiste begrenzing

Formuleren
1 / 31
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Formuleren

Slide 1 - Slide

Wat gaan we doen?
  • Kort herhalen
  • Uitleg foutieve beknopte bijzin en onjuiste begrenzing
  • Opdrachten maken
  • Hoe verder deze week?

Slide 2 - Slide

Foutieve samentrekking
  • Wanneer komen samentrekkingen voor?
  • Welke drie voorwaarden zijn er voor een samentrekking?

Doen: Op welke drie manieren kan een samentrekking fout gaan?

Slide 3 - Slide

Op welke drie manieren kan een samentrekking fout gaan?

Slide 4 - Open question

Antwoord:
1. Er is verschil in betekenis (koffie zetten en iets wegzetten)
2. Er is verschil in getal (enkelvoud/meervoud)
3. Er is verschil in functie (zww/hww/kww of vaak ow/lv/mv)

Slide 5 - Slide

Formuleren
  • Foutieve beknopte bijzin
  • Onjuiste begrenzing

Slide 6 - Slide

Op welke manier kan ik een foutieve beknopte bijzin en onjuiste begrenzing voorkomen?

Slide 7 - Slide

Ik heb gehoord, dat Maria een auto heeft gekocht.
A
Hoofdzin - hoofdzin
B
Bijzin - hoofdzin
C
Hoofdzin - bijzin
D
bijzin - bijzin

Slide 8 - Quiz

Uitlegfilmpje
Je kunt het volgende filmpje bekijken voor extra hulp, maar je kunt ook alleen de uitlegdia's bekijken: 

Slide 9 - Slide

Hoofdzin of bijzin?
Een zin kan enkelvoudig (één persoonsvorm) of samengesteld (meerdere persoonsvormen) zijn.  Als een zin samengesteld is, kan deze bestaan uit twee hoofdzinnen of een hoofdzin en een bijzin.


Slide 10 - Slide

Hoe herken je een hoofdzin? De pv en het ow staan naast elkaar.

Hoe herken je een bijzin? Je kunt nog iets tussen het ow en de pv zetten.

Voorbeeld: Als ik nieuwe schoenen koop (bz), wil ik ze meteen aan (hz).

Slide 11 - Slide

(Foutieve) beknopte bijzin
Bij een beknopte bijzin ontbreken de persoonsvorm en het onderwerp. Er is wel een verzwegen onderwerp. Dat is eigenlijk een onderwerp dat niet genoemd wordt. Het verzwegen onderwerp moet hetzelfde zijn als het onderwerp van de hoofdzin, anders klopt de zin niet.

1. Wachtend op de bus, hielden ze elkaars hand vast. GOED

2. Na koffie gedronken te hebben, reed de bus verder. FOUT

Als een beknopte bijzin niet klopt (omdat het ow in de hoofd- en bijzin niet hetzelfde zijn), is er sprake van een foutieve beknopte bijzin.

Slide 12 - Slide

3 soorten
1.   Met een voltooid deelwoord:
Eindelijk in Bethlehem gearriveerd, bleken alle herbergen vol te zijn

Eindelijk in bethlehem gearriveerd, zagen de reizigers dat alle herbergen vol waren.
 

Slide 13 - Slide

2.   Met een onvoltooid deelwoord

Werkend aan de lastige opgaven, ging de saaie wiskundeles snel voorbij.

Werkend aan de lastige opgaven, vond Ellen de saaie wiskundeles snel voorbij gaan.

Slide 14 - Slide

3. Met te + hele werkwoord

Het licht viel zomaar uit, na met het nieuwe koffiezetapparaat drie kopjes te hebben gezet.

Na met het nieuwe koffiezetapparaat drie kopjes koffie te hebben gezet, merkte ik dat het licht zomaar uitviel.

Slide 15 - Slide

Goed of fout?
1. Op onze vakantiebestemming aangekomen, vielen de mussen van het dak.

2. Liggend in zijn hangmat, las Johan het dagblad.

3. Bij school aangekomen, bleken zijn boeken nog thuis te liggen.

Slide 16 - Slide

1. Op onze vakantiebestemming aangekomen, vielen de mussen van het dak.
A
Dit is een goede beknopte bijzin
B
Dit is een foute beknopte bijzin

Slide 17 - Quiz

Antwoord:
1. Op onze vakantiebestemming aangekomen, vielen de mussen van het dak.
  1. Splits de zinnen: [op..aangekomen] en [vielen..dak]. 
  2. Zoek de onderwerpen in beide zinnen.
  3. Mussen moet in zowel zin 1 als 2 het onderwerp zijn en dat kan niet. 
  4. Je moet in de bijzin dus een ander onderwerp toevoegen.

Slide 18 - Slide

2. Liggend in zijn hangmat, las Johan het dagblad.
A
Deze beknopte bijzin is goed
B
Deze beknopte bijzin is fout

Slide 19 - Quiz

Antwoord:
2. Liggend in zijn hangmat, las Johan het dagblad.

In zowel de hoofdzin als de bijzin is 'Johan' het onderwerp. Het is dus een goede beknopte bijzin. 

Slide 20 - Slide

Verbeter EN benoem je denkwijze:
Bij school aangekomen, bleken zijn boeken nog thuis te liggen.

Slide 21 - Open question

Onjuiste begrenzing
Het begrenzen van zinnen kan op twee manieren verkeerd gaan:

1.   Soms staat een zinsdeel los dat eigenlijk deel uitmaakt van een grotere, samengestelde zin

 2.   Soms worden twee zelfstandige zinnen ten onrechte aan elkaar geplakt

Slide 22 - Slide

Voorbeelden
Ik sta in de file. Waardoor ik waarschijnlijk niet op tijd kom.

Nederlandse studenten kunnen steeds gemakkelijker geld lenen bij DUO en particuliere banken, daardoor raken ze echter steeds vaker diep in de schulden, dat kan in hun latere leven tot problemen leiden.

Slide 23 - Slide

DOELEN FORMULEREN:
1. Ik ken vijf manieren van dubbelop.
2. Ik gebruik de juiste verwijswoorden.
3. Ik herken incongruentie en kan dit verbeteren.
4. Ik herken de dat/als-constructie en kan dit verbeteren
5. Ik herken 3 soorten foutieve samentrekkingen en kan dit verbeteren.
6. Ik kan een foutieve beknopte bijzin en onjuiste begrenzing voorkomen.

Slide 24 - Slide

Aan de slag
Pak je boek en schrift.
Maak opdracht 15, 16 en 18 (blz. 223 en 225)

Klaar? Vat de stof van formuleren samen.

Slide 25 - Slide

Hoe bereid jij de diagnostische toets voor?
A
Niet, ik heb een fotografisch geheugen
B
Ik lees de stof even door
C
Ik bekijk de PowerPoint/filmpjes
D
Ik heb een samenvatting gemaakt, want ik ben qriztofreno.

Slide 26 - Quiz

Opdrachten maken
- Je kunt in je boek de opdrachten maken van paragraaf 6 en 7 (blz. 223 en 225).
- Open in de volgende slides de link naar www.cambiumned.nl

--> Les 2: diagnostische toets over alle formuleerfouten
--> Les 3: uitloop en werkwoordspelling

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Link

Slide 29 - Link

Slide 30 - Link

Alles geoefend? Lekker bezig!

Wil je je voorbereiden voor morgen, maar heb je niet zoveel tijd? Bekijk dit filmpje waarin alle formuleerfouten kort worden besproken.

Slide 31 - Slide