Interpunctie, spelling (les 4, LMV1)

Interpunctie

1 / 48
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNederlandsHBOStudiejaar 1

This lesson contains 48 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min
Report this lesson

Items in this lesson

Interpunctie

Wanneer gebruik je een komma?

Uitgangspunt:

  • Als je de zin uitspreekt, hoor je dan een rust? Of een duidelijk verschil in toonhoogte?

  • Vaak gebruik je op die plek een komma.

Wanneer plaats je de komma?(1)

  • Voor en na een bijstelling
     ‘Bijleveld, de minister van Defensie, deed een nieuw voorstel.’

  • In een opsomming
    Ik reed door Duitsland, Slovenië, Oostenrijk en Tjechië.

  • Na de aanhef boven en de slotgroet onder een brief of e-mail.
    Geachte heer Bakker,     -    Met vriendelijke groet, 

  • Voor en/of na een aanspreking.
    Sofie, wil jij mij de boter aangeven?

Wanneer plaats je de komma?(2)

  • Tussen twee persoonsvormen
    Nu ik er langer over nadenk, vind ik het geen gek idee.

  • Voor onderschikkende voegwoorden (want,omdat,maar)Hij is ziek, want hij heeft koorts.


  • Voor een uitbreidende bijzin (die je weg kunt laten):
    ‘Mijn buurman Arend, die vroeger een collega van mij was, heeft alles geregeld voor het straatfeest.’

Zet de komma('s) op de juiste plek in de zin.

Het was volgens mij Joris die jongen die gisteren ook mee voetbalde

De originele zwarte schoorsteenmantel is nog geheel intact.

De koning die vorig jaar op het ijs uitgleed tijdens de wedstrijd zal morgen aftreden.



Wanneer gebruik je aanhalingstekens?




Het 'Zesje en het Negentje'

Aanhalingstekens

  • Zelfnoemfunctie (gebruik van woord in context die over het woord gaat)
    Het woord ’kerel’ betekent hetzelfde als het woord ’man’. 

  • Betekenis
    Die bestanden kun je op een ’boekenplank’ in je computer zetten. 

  • Ironie/cynisme
    Die ’leuke’ buurman van jou heeft een overval gepleegd. 

  • Naamsvermelding
    Het schilderij ’De Schreeuw’ is over de hele wereld bekend. 


''Dubbele'' aanhalingstekens

  • Directe rede / Citaat

Mark Rutte verklaarde: ”Dan ga je toch lekker lenen?”

Met de zin ”Ik ben ein Berliner” maakte de president zich onsterfelijk.


Aanhalingstekens, punten en komma’s

  • Is het citaat / de directe rede een volledige zin en staat dit citaat aan het eind van de zin waar deze bij hoort: zet de punt dan binnen de aanhaling (en zet anders geen punt).
    Maarten suste: ”Dat went wel.”
    ”Dat went wel”, suste Maarten.


  • Voor na, of rond de hoofdzin waarin een zin wordt aangehaald, wordt een komma geplaats. Alleen als een aanhaling zelf een komma bevat, wordt die binnen de aanhalingstekens geschreven.
    ”Paultje,” zei Rosalie, ”we moeten eerst wat eten.” 


Deze heer duwde haar achteloos opzij. Enkele aanhalingstekens gebruiken.

Zij zei Maar of hij dat meende…

Amsterdam heeft negen letters. Enkele aanhalingstekens gebruiken.

Met de woorden Hij was een beetje dom werd Máxima snel populair.

De dubbele punt

Gebruik je bij:

  • opsommingen 

  • het gebruik van de directe rede.  


Het spreekwoord zegt “Wie zich vernedert, zal verhoogd worden.”

A

Er moet geen dubbele punt

B

Er moet een dubbele punt vanwege de aangekondigde opsomming.

C

Er moet een dubbele punt, vanwege de directe rede.

D

Er moet een dubbele punt, omdat een verklaring volgt.

Hij verovert de sympathie van iedereen hij is erg charmant.

A

Er moet geen dubbele punt

B

Er moet een dubbele punt vanwege de aangekondigde opsomming.

C

Er moet een dubbele punt, vanwege de directe rede.

D

Er moet een dubbele punt, omdat een verklaring volgt.

Mijn tante kreeg 3 kinderen Jet Mats en Maud.

A

Er moet geen dubbele punt

B

Er moet een dubbele punt vanwege de aangekondigde opsomming.

C

Er moet alleen een komma tussen Jet en Mats.

D


Einde quiz vmbo

Nu maken:

- Oefenblad interpunctie


Daarna:

- Oefenbladen op de tafels maken


10 minuten voor tijd stoppen

15

minute

00

second

Vin.. jij werkwoordspelling moeilijk om te leren?

A

Vindt

B

Vind

C

Vint

D

Vintd

De truc

Vervangen met...

Word/wordt jij boos als ik je eten opeet?


Loop/loopt jij boos als ik je eten opeet?


Let op: in de toets gaat tegenwoordige tijd voor verleden tijd

...... (worden) jij volgende week 18?

A

Wordt

B

Word

C

Werd

D


Mijn auto ............ (starten) vanmorgen niet.

A

starte

B

starten

C

startte

D

startten

Hij ........... (vinden) het gisteren heel vervelend om zo vroeg op te staan

A

vind

B

vindt

C

vond

D


Werkwoordspelling

A

Manou verstuurt een brief

B

Manou verstuurd een brief

C

Manou verstuurdt een brief

D


Werkwoordspelling

A

Houdt jij ook zo van werkwoordspelling?

B

Houd jij ook zo van werkwoordspelling?

C


D


De familie _____ vorige week naar Amerika.

A

verhuisde

B

verhuiste

C

verhuisden

D

verhuisten

Toen hij gisteren niet (antwoorden) (verzuchten) ik dat ik er nu echt klaar mee ben.

A

antwoorde- verzuchtte

B

antwoordde, verzuchtte

C

antwoordde-verzuchte

D

antwoorde-verzuchte

(Worden) je broer ook zo gek van dat wachten?

A

Word

B

Wordt

C


D


Ik (vermoeden) dat jij dat ook niet echt grappig (vinden).

A

vermoet, vind

B

vermoedt, vindt

C

vermoed, vindt

D

vermoed, vind

De ; plaats je in de volgende gevallen:


  1. Tussen twee zinnen die zo nauw met elkaar verbonden zijn dat een punt wellicht iets te veel scheiding zou aangeven.

    Niemand had van tevoren gedacht dat Joke zou slagen; zij was immers ziek.

Bestaan de delen van een opsomming uit hele zinnen dan gebruik je punten en hoofdletters. 


Voorbeeld: 

  • We zien verschillende mogelijkheden: 

  • We gaan meer prullenbakken plaatsen. 

  • We gaan statiegeld invoeren. 

  • We gaan met corveeploegen werken. 


2. Bij opsommingen waarvan de delen uit zinsdelen bestaan. 



Voorbeeld:

  • We zien verschillende mogelijkheden: 

  • meer prullenbakken plaatsen; 

  • statiegeld invoeren; 

  • met corveeploegen werken. 

Voor in de gereedschapskist

Omdat de puntkomma midden in een zin wordt geschreven, komt er nooit een hoofdletter achter.


Denk aan de volgende spullen - toiletspullen - een handdoek - een warme trui, want het kan koud zijn - iets lekkers voor bij de koffie

We stonden vroeg op we hadden een lange reis voor de boeg Ik heb een hekel aan zwemmen toch neem ik een zwembroek mee

Geert die behoorlijk geagiteerd was riep zet kritisch denken ook in tijdens de gymles maar doe dat met mate