PV en ADL P3

Persoonlijke verzorging P3
1 / 97
next
Slide 1: Slide
BeveiligingMiddelbare schoolMBOStudiejaar 1,2

This lesson contains 97 slides, with interactive quizzes, text slides and 7 videos.

time-iconLesson duration is: 8 min

Items in this lesson

Persoonlijke verzorging P3

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Boek:
Profieldeel Thema 4:
Persoonlijke verzorging en ADL

TOETS: samen met anatomie
presentatie ziektebeeld

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Wat gaan we doen
  • Terugblik vorige les
  • H4.48 Sputum 
  • H4.49 Overgeven 
  • H4.50 Ondersteunen bij mobiliteit 
  • H4.51 Verplaatsen van cliënt met tillift
  • Opdracht 85 t/m 89

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Terugblik 
Wat weet je nog van p2?

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen

Aan het eind van deze les 
  • kan je vertellen wat sputum is
  • weet je hoe je moet handelen bij overgeven
  • waarom je moet ondersteunen bij mobiliteit

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

H4.48 Sputum 
  • Sputum is een ander woord voor slijm
  • In de neus, mond, keel, luchtpijp, bronchiën en longen wordt doorlopend slijm aangemaakt
  • Kleur is anders, het kan waterig zijn of juist taai
  • Bloed bij sputum? Altijd doorgeven!
  • Overeind in bed of in de stoel zetten

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

H4.49 Overgeven
  • Overgeven of braken kan verschillende oorzaken hebben
  • Gebruik van medicatie, drugs, alcohol, een hersenschudding of andere ernstige aandoeningen kunnen ook leiden tot overgeven
  • Zwangerschap kan ook leiden tot misselijkheid 
  • Ook bij overgeven heb je een signalerende functie

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Zorg ervoor dat de cliënt niet achterover ligt om verstikking te voorkomen en vang het braaksel op in een bakje of emmer. Indien mogelijk, begeleid de cliënt naar het toilet. Na het overgeven kan de cliënt het gezicht wassen of de mond spoelen. Direct eten of drinken wordt afgeraden; kleine slokjes water zijn wel toegestaan.

Let op uitdroging!

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

H4.50 Ondersteunen bij mobiliteit
  • Door cliënten te helpen bij het verplaatsen kun je de zelfstandigheid bevorderen
  • Soms vindt een cliënt het eng om na een botbreuk of een CVA weer te gaan lopen
  • Cliënten altijd motiveren om te bewegen, behalve als het medisch gezien niet mag

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

H4.51 Verplaatsen cliënt met een tillift
  • Sommige cliënten zijn te zwaar om in je eentje uit bed in de rolstoel te helpen
  • Passieve tillift gebruik je voor cliënten die niet zelf kunnen helpen
  •  Actieve tillift gebruik je voor cliënten die zelf mee kunnen helpen en begrijpen wat de bedoeling is

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

is dit een actieve
of passieve tillift?
A
actief
B
passief

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Wat te doen bij herhaaldelijk overgeven?
A
Persoon dwingen te eten
B
Arts raadplegen
C
Niets geven om te drinken
D
Voldoende vocht geven

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Wat is sputum?
A
snot uit je neus
B
Bloed uit de maag
C
Speeksel
D
Slijm uit de luchtwegen

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Welke kleur heeft normaal sputum?
A
Bruin
B
Groen
C
Wit
D
Doorzichtig

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Check leerdoel
wat is sputum?
wat moet je doen bij herhaaldelijk overgeven?
wat kunnen oorzaken zijn van overgeven?
waarom moet je ondersteunen bij mobiliteit?

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Maken:
Lees en maak:
Opdracht 85 t/m 89

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Wat gaan we doen
  • Terugblik vorige les
  • H 4.52 verplaatsen van client in en uit rolstoel
  • H 4.53 Verplaatsen van client zonder hulpmiddelen
  • H 4.54 Ergonomie 
  • H 4.55 Tillen in de kinderopvang 
  • Opdrachten 92 t/m  96 

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Terugblik 
  • Wat is het verschil tussen een passieve en actieve tillift?
  • Wat is sputum?
  • Wat moet je doen bij overmatig overgeven?

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen
Aan het eind van deze les 
  • .......
Wat hopen jullie te leren deze les? 

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

H 4.52 verplaatsen van client in en uit rolstoel

Sommige cliënten help je van de rolstoel in bed en van het bed in de rolstoel. Deze cliënten kunnen wel staan, maar niet of moeilijk lopen. In de rolstoel kan de cliënt zich verder verplaatsen in huis, bijvoorbeeld naar het toilet of naar de badkamer.

dit kan ook doormiddel van een trippelstoel

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

H 4.53 Verplaatsen van client zonder hulpmiddelen

Sommige cliënten hebben voldoende aan een arm die je geeft. Bij het lopen volg je het tempo van de cliënt. Bij een cliënt met een slecht en een goed been loop je zelf als helpende aan de goede kant van de cliënt.

Hoe ondersteun je bij traplopen?

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

OPDRACHT:
Een cliënt heeft pasgeleden een nieuwe heup gekregen. Na een paar dagen verpleging in het ziekenhuis is de cliënt weer thuis. De komende weken help jij de cliënt bij ADL. Wanneer je voor het eerst komt, merk je dat de cliënt erg bang is om uit bed te komen. Zij durft niet goed op het been te gaan staan, want ze is bang dat de prothese dan zal verschuiven. Ze vindt het allemaal wel goed en wil voorlopig in bed blijven.

Bedenk drie manieren om de cliënt toch meer te laten bewegen

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

H 4.54 Ergonomie 
In je werk als helpende heb je vaak te maken met het verplaatsen van cliënten. Soms doe je dit met een hulpmiddel, zoals een tillift. Soms doe je dit samen met een collega. In alle gevallen is het belangrijk om dit op een goede manier te doen.

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Aandachtspunten bij het tillen
Til zo dicht mogelijk bij je eigen lichaam.
Til met een rechte rug.
Betrek de cliënt erbij: overleg wat hij zelf kan doen.
Kun je het zelf niet aan, vraag dan een collega om je te helpen.
Zie je dat een collega op een foute manier tilt, geef hem dan tips.

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

H 4.55 Tillen in de kinderopvang 
Bedenk ook hier wat een kind zelf kan doen. Is het altijd nodig dat je het optilt? Met een klein opstapje kan een kind ook zelf op de wc gaan zitten. Of het kan een gedeelte van het aankleden best zelf doen. Jij hoeft dan minder te bukken en te tillen. In de kinderopvang zie je dat veel meubilair is aangepast. Bedjes en zitjes zijn op hoogte, zodat je zo min mogelijk hoeft te tillen.

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Opdracht voor praktijk:
Je krijgt van mij één tiltechniek toegewezen.  

Samen met je maatje bekijk je het filmpje en ga je deze tiltechniek oefenen. Wanneer iedereen klaar is met oefenen geef je een demo aan de klas en leer jij jou klasgenoten hoe ze jou tiltechniek kunnen gebruiken.
timer
15:00

Slide 27 - Slide

Zie opdracht tiltechnieken in teams
Maken:
Lees en maak:
Opdracht  92 t/m  96 

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Check leerdoel

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Terugblik
Bespreek in tweetallen het volgende:

  • Welke tiltechniek had jij ook al weer laten zien aan de klas?
  • wat weet je nog van de andere tiltechnieken?

timer
5:00

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Wat gaan we doen
  • Terugblik vorige les
  • H 4.56 Werken met verzorgingsproducten
  • H 4.57 Hulpmiddelen mobiliteit
  • H 4.58 Rollator 
  • H 4.59 Domotica 

  • Opdracht 97, 98, 100, 103

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen
Aan het eind van deze les kan je:

uitleggen wat domotica is en hier voorbeelden bij noemen

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

H4.56 Werken met verzorgingsproducten
In je werk als helpende krijg je dagelijks te maken met het verzorgen van cliënten. 
Daarnaast was je vaak je eigen handen of gebruik je handalcohol.  

Je handen kunnen uitdrogen of je kunt uitslag krijgen. Sommige mensen zijn allergisch voor de handschoenen in de zorg.

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

H 4.57 Hulpmiddelen mobilteit
De laatste jaren zijn er meer en meer hulpmiddelen bij gekomen om je voort te bewegen. Hiermee kunnen ouderen langer zelfstandig en actief zijn. Hulpmiddelen kunnen op maat afgesteld en ingesteld worden, met veel verschillende mogelijkheden.

Denk aan wandelstok, looprek, rollator, bolderkar, driewieler, tandemfiets
rolstoelfiets...

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

H4.59 Domotica
Wat is domotica?

voorbeelden?

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Met domotica maak je een huis met elektronische toepassingen comfortabel. Daarnaast kun je met domotica de veiligheid voor (oudere) cliënten verhogen

Door domotica kunnen cliënten langer op een veilige manier zelfstandig functioneren in de vertrouwde omgeving.

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

Voorbeelden van domotica zijn:

  • sensoren die ervoor zorgen dat in de nacht de route naar het toilet verlicht is
  • automatische instellingen voor de verwarming, voor de gordijnen en de verlichting
  • aanwezigheidscontrole bij dementerenden
  • alarmering wanneer er geen beweging meer is in de woning tijdens een bepaalde periode
  • bediening van de toegangsdeur op afstand
  • bediening van computer en telefoon.

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Slide 38 - Video

This item has no instructions

Slide 39 - Video

This item has no instructions

Maken:
Lees en maak:
Opdracht 97, 98, 100, 103

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

Check leerdoel
uitleggen wat domotica is en hier voorbeelden bij noemen

Slide 41 - Slide

This item has no instructions

Wat gaan we doen
  • Terugblik vorige les
  • H 4.60 Persoonsgegevens
  • H 4.61 AVG
  • H 4.62 Beroepscode en beroepsgeheim 
  • Opdracht  104, 105 106, 107, 

Slide 42 - Slide

This item has no instructions

Terugblik 
domotica is......?

Slide 43 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen

Aan het eind van deze les kan je:
  • uitleggen wat persoonsgegevens zijn en hoe je hiermee om moet gaan 
  • uitleggen wat de wet AVG inhoud
  • het verschil vertellen tussen beroepscode en beroepsgeheim

Slide 44 - Slide

This item has no instructions

H 4.60 Persoonsgegevens
Je krijgt als helpende veel privégegevens van cliënten onder ogen. Ook kan het zijn dat je bij een cliënt vermoedt dat er sprake is van huiselijk geweld.

Hoe ga jij hiermee om?

Slide 45 - Slide

This item has no instructions

Slide 46 - Video

This item has no instructions

Als je werkt met cliënten, werk je vaak in hun eigen omgeving. Logischerwijs krijg je dan te maken met privézaken van cliënten.
Bijvoorbeeld:
Je kent de ziektes of beperkingen van een cliënt.
Je kent privégegevens van de cliënt, zoals een burgerservicenummer of een geboortedatum.
Je hebt te maken met de emoties van de cliënt.
Je ziet een cliënt in de meest kwetsbare situaties, bijvoorbeeld als hij onder de douche staat, als hij op het toilet zit of als hij ruziemaakt met zijn partner.
Je weet welke bezittingen een cliënt heeft.
Je hebt toegang tot dossiers en andere papieren die over de cliënt gaan.

Slide 47 - Slide

This item has no instructions

Dit soort informatie van een cliënt heet: persoonsgegevens.

Persoonsgegevens zijn alle gegevens over een persoon. Dit zijn de:
feitelijke gegevens zoals naam, adres, geboortedatum en burgerservicenummer (BSN)
bijzondere gegevens zoals godsdienst, gezondheid, strafrechtelijk verleden en seksueel leven.

Slide 48 - Slide

This item has no instructions

H 61 AVG

De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) beschermt de privacy. In de wet staat wat er allemaal wel en niet mag gebeuren met persoonsgegevens. Ook staat erin wat de rechten zijn van de persoon van wie de gegevens zijn gebruikt.

Slide 49 - Slide

This item has no instructions

De belangrijkste punten uit de AVG zijn:
  • Instellingen zijn verplicht om goed bij te houden voor welk doel zij gegevens van een cliënt gebruiken. Dit moeten ze bijhouden in een register.
  • Instellingen mogen alleen gegevens verzamelen en verwerken als hier een goede reden voor is.
  • Instellingen mogen niet meer gegevens verzamelen dan nodig is.
  • Instellingen mogen gegevens niet gebruiken voor andere doelen of doorverkopen.
  • Instellingen moeten de cliënt laten weten dat de gegevens worden verzameld.
  • De gegevens mogen niet langer worden bewaard dan nodig is.
  • De gegevens moeten op een veilige plek worden bewaard.
  • Op verzoek moet een instelling kunnen laten zien welke gegevens er zijn verzameld.
  • Zonder toestemming mag je geen foto’s van cliënten op de website of op social media zetten.

Slide 50 - Slide

This item has no instructions

H62 Beroepscode en beroepsgeheim
Helpende in de zorg en in de kinderopvang hebben te maken met de beroepscode van hun branche.

In de beroepscode staan allerlei gedragsregels voor het werk. Bijvoorbeeld dat je altijd werkt met respect voor de normen en waarden van een cliënt.

Slide 51 - Slide

This item has no instructions

Je werkt met een beroepsgeheim. Dat betekent dat je vertrouwelijke informatie niet deelt met buitenstaanders. Wel deel je vertrouwelijke informatie met collega’s en personen die het wel aangaat.

Wel doen:
informatie delen met het netwerk (familie) van de cliënt
informatie delen met andere professionals.
Niet doen:
in de bus met een collega over een cliënt praten
dossiers over een cliënt laten slingeren.


Slide 52 - Slide

This item has no instructions

Maken:
Lees en maak:
Opdracht  104, 105 106, 107, 

Slide 53 - Slide

This item has no instructions

Check leerdoel
Aan het eind van deze les kan je:
  • uitleggen wat persoonsgegevens zijn en hoe je hiermee om moet gaan
  • uitleggen wat de wet AVG inhoud
  • het verschil vertellen tussen beroepscode en beroepsgeheim

Slide 54 - Slide

This item has no instructions

Wat moet een organisatie doen volgens AVG?
A
Geen beleid hebben voor datalekken
B
Toestemming vragen voor dataverwerking
C
Data onbeperkt delen
D
Data veilig opslaan

Slide 55 - Quiz

This item has no instructions

Wat regelt de wet AVG?
A
Privacy rechten van individuen
B
Persoonsgegevens bescherming
C
Bedrijfsgeheimen bescherming
D
Verkoop van data aan derden

Slide 56 - Quiz

This item has no instructions

Het beroepscode is een
A
allerlei gedragsregels voor het werk
B
een richtlijn over hoe je moet communiceren
C
een samenwerkingsverband
D
een protocol

Slide 57 - Quiz

This item has no instructions

Wat valt er onder het beroepsgeheim
A
Alles wat de patient jou verteld
B
Alles wat je ziet aan de patient
C
Alles wat je kan lezen in het patientendossier
D
alle antwoorden zijn juist

Slide 58 - Quiz

This item has no instructions

Wat gaan we doen
  •  Terugblik vorige les
  • H 4.63 sociale problematiek
  • H 4.64 vormen huiselijk geweld
  • H4.65 signaleren huiselijk geweld 
  • H4.66 veilig thuis  

  • Opdracht 108, 109, 110, 111, 112, 113 

Slide 59 - Slide

This item has no instructions

Terugblik 
log in!

Slide 60 - Slide

This item has no instructions

wat is een beroepscode?

Slide 61 - Open question

This item has no instructions

wat houdt de wet AVG in?

Slide 62 - Mind map

This item has no instructions

Leerdoelen

Aan het eind van deze les weet je:
verschillende vormen van huishoudelijk geweld benoemen
vertellen wat je moet doen als je huishoudelijk geweld vermoed
uitleggen wat veilig thuis is.

Slide 63 - Slide

This item has no instructions

H 4.63 sociale problematiek
Problemen die door de samenleving storend of lastig worden gevonden, noem je sociale problematiek. Armoede, werkloosheid, vernielingen of vroegtijdig school verlaten zijn voorbeelden van sociale problematiek.

Slide 64 - Slide

This item has no instructions

H 4.64 vormen huiselijk geweld
Huiselijk geweld en kindermishandeling komen voor in alle lagen van de bevolking en van jong tot oud. Het kan op veel verschillende manieren. Voorbeelden zijn:

  • een kind dat zonder eten naar school wordt gestuurd
  • een kind dat seksueel mishandeld wordt
  • een volwassene die geslagen wordt
  • ouderen die financieel misbruikt worden.

Slide 65 - Slide

This item has no instructions

Huiselijk geweld kan zich op deze manieren uiten:

  • Lichamelijk: schoppen, slaan
  • Geestelijk: pesten, vernederen
  • Seksueel: verkrachting, aanranding
  • Verwaarlozing: onvoldoende verzorgen, geen eten geven of geen kleding
  • Financieel: geld verduisteren.

Slide 66 - Slide

This item has no instructions

 Vormen van huiselijk geweld zijn:

kindermishandeling
Een kind wordt mishandeld door ouders of verzorgers.
ouderenmishandeling
Een familielid, mantelzorger of professional mishandelt de oudere.
eergerelateerd geweld
Geweld wordt gebruikt om de geschonden eer van de familie te herstellen, bijvoorbeeld een meisje dat mishandeld wordt omdat zij een gedwongen huwelijk niet wil.
partnergeweld
Partners of ex-partners mishandelen elkaar.

Slide 67 - Slide

This item has no instructions

Als je een signaal denkt te herkennen, is het belangrijk om professioneel te handelen. 
Volg altijd het protocol van je instelling

Slide 68 - Slide

This item has no instructions

H4.65 signaleren huiselijk geweld 
  • stil en teruggetrokken gedrag
  • heel druk gedrag
  • schrikken van aanrakingen
  • verwondingen op onlogische plekken (een kind heeft door – normaal – vallen weleens een wond op knie of elleboog, maar wonden of blauwe plekken midden op de rug zijn bijvoorbeeld vreemd)
  • een vreemd verhaal, wanneer je de cliënt vraagt naar de wonden
  • onverzorgd uiterlijk, vieze kleren
  • ouders die negatief zijn over hun kind of schreeuwen tegen hun kind
  • mishandeling en verwaarlozing van een huisdier

Slide 69 - Slide

This item has no instructions

Slide 70 - Video

This item has no instructions

Slide 71 - Video

This item has no instructions

H4.66 veilig thuis  

Veilig Thuis is het advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Veilig Thuis is er voor iedereen: jong en oud, slachtoffers, daders en omstanders die te maken hebben met huiselijk geweld. Veilig Thuis biedt deskundige hulp en advies.

Slide 72 - Slide

This item has no instructions

Slide 73 - Video

This item has no instructions

Maken:
Lees en maak:
Opdracht   108, 109, 110, 111, 112, 113 

Slide 74 - Slide

This item has no instructions

Check leerdoel
Aan het eind van deze les weet je:
verschillende vormen van huishoudelijk geweld benoemen
vertellen wat je moet doen als je huishoudelijk geweld vermoed
uitleggen wat veilig thuis is.

Slide 75 - Slide

This item has no instructions

Wat gaan we doen
  • Terugblik vorige les
  • H4.67 meldcode
  • H4.68 meldcode en beroepsgeheim  
  • Opdracht 114, 115, 116, 117

Slide 76 - Slide

This item has no instructions

Terugblik 
  1. huishoudelijk geweld komt alleen bij ouderen voor.
  2. werkeloosheid is een vorm van sociale problematiek
  3. wanneer je huishoudelijk geweld vermoed bel je gelijk de politie

Slide 77 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen
wat zou jij willen weten over:
meldcode/beroepsgeheim?

schrijf op het bord!

Slide 78 - Slide

This item has no instructions

H4.67 meldcode


Met de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling kun je als professional reageren op signalen van dit soort geweld. 


Slide 79 - Slide

This item has no instructions

Deze meldcode geldt voor de volgende beroepsgroepen:

gezondheidszorg
onderwijs
kinderopvang
maatschappelijke ondersteuning
jeugdhulp
justitie.

Als helpende werk je in een van deze sectoren. Dit betekent dat de meldcode ook geldt voor de instelling waar jij komt te werken.

Slide 80 - Slide

This item has no instructions

Slide 81 - Video

This item has no instructions

In de meldcode staan in ieder geval deze stappen:

Stap 1: in kaart brengen van signalen
Stap 2: overleggen met een collega, raadplegen van een deskundige of raadplegen van Veilig Thuis
Stap 3: gesprekken met betrokkene(n)
Stap 4: wegen van het huiselijk geweld
Stap 5: beslissen over zelf hulp organiseren of melden.

Slide 82 - Slide

This item has no instructions

De meldcode houdt niet een meldplicht in. 
De meldcode bepaalt dat een instelling een eigen meldcode moet hebben. De professional beslist uiteindelijk zelf of hij melding doet van het huiselijk geweld.

Slide 83 - Slide

This item has no instructions

Stap 1
Stap 2
Stap 3
Stap 4
Stap 5
beslissen over zelf hulp organiseren of melden.
gesprekken met betrokkene(n)
wegen van het huiselijk geweld
 in kaart brengen van signalen
overleggen met een collega, raadplegen van een deskundige of raadplegen van Veilig Thuis

Slide 84 - Drag question

This item has no instructions

H4.68 meldcode en beroepsgeheim  

Slide 85 - Slide

This item has no instructions

Maken:
Lees en maak:
Opdracht  114, 115, 116, 117

Slide 86 - Slide

This item has no instructions

Check leerdoel

Slide 87 - Slide

This item has no instructions

Wat gaan we doen
Terugblik vorige les

Opdracht 

Slide 88 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen

Slide 89 - Slide

This item has no instructions

Terugblik

Slide 90 - Slide

This item has no instructions

Slide 91 - Slide

This item has no instructions

Slide 92 - Slide

This item has no instructions

Slide 93 - Slide

This item has no instructions

Slide 94 - Slide

This item has no instructions

Slide 95 - Slide

This item has no instructions

Maken:
Lees en maak:
Opdracht 

Slide 96 - Slide

This item has no instructions

Check leerdoel

Slide 97 - Slide

This item has no instructions