Regie - Lesweek 2 - 208ABC

Vak: Regie
Semester: 4
Docenten: Melle Eshuis (208A), Ikram Smaili (208B) en Ümran Kara (208C)
1 / 19
next
Slide 1: Slide
WelzijnMBOStudiejaar 2

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Vak: Regie
Semester: 4
Docenten: Melle Eshuis (208A), Ikram Smaili (208B) en Ümran Kara (208C)

Slide 1 - Slide


Licentie check

Iedereen dient een licentie te hebben van ThiemeMeulenhoff. Daarnaast heb je ook een werkende laptop met oplader. Zonder deze onderwijsmiddelen kan je mijn lessen niet deelnemen. Je wordt uit de les uitgestuurd en in die tijd mag je de onderwijsmiddelen regelen. Als het geregeld is, mag je de les weer in. Of je hebt een rode kaart die getekend is door de coördinator. 

Slide 2 - Slide

ThiemeMeulenhof code invoeren
208A:                     
208B:                     
208C: 1RFKCCPD

Slide 3 - Slide

Aanwezigheidsregistratie
Aanwezigheid zal door de docent geregistreerd worden. Aanwezigheid kan meerder malen tijdens de les worden gedaan. Bij vroegtijdig verlaten van de (online) les ,zonder geldige reden, zal je op 'ongeoorloofd afwezig' staan. 

Bij te laat komen van de (online) les, is het jouw verantwoordelijkheid om aan het einde van de (online) les aan te geven bij de docent dat je aanwezig bent. 

Slide 4 - Slide

Programma
  • Lesdoelen
  • Videofragment
  • Zelfregie
  • Participatiemaatschappij
  • Grenzen zelfredzaamheid
  • Begrippentest
  • Check lesdoelen
  • Afsluiting & Vooruitblik

Slide 5 - Slide

Lesdoelen
De student kan de definitie van de volgende begrippen benoemen: Regie & Zelfregie

De student kan bij de begrippen regie en zelfregie een voorbeeld geven uit de eigen praktijk. 

Hoofdstuk 1.3  "Ondersteuningsproces" staat deze les centraal (Persoonlijk begeleider specifieke doelgroepen)

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Waar wordt er 'eigen regie' gestimuleerd?
A
Mevrouw de Jong drinkt een kopje koffie, voordat zij gaat douchen.
B
Mevrouw de Jong heeft contact met de buren.
C
Mevrouw de Jong wil nog graag wandelen, maar kan dit niet meer. Jij regelt een rollator.

Slide 8 - Quiz

De cliënt heeft een actieve rol
Daar passen de begrippen:
  • Zelfregie: Gaat om zelf bepalen en beslissingen nemen: 'Wat wil ik?'. 
  • Eigen kracht: Gaat om wat iemand zelf of samen met zijn omgeving kan: 'Wat kan ik?'
  • Zelfredzaamheid: Gaat om zelfstandig kunnen meedoen en zelf dingen kunnen regelen: 'Wat heb ik (nog) nodig?'
  • Eigen verantwoordelijkheid: Gaat om zelf moeten of mogen: 'Wat moet ik of wat mag ik zelf doen?'

Slide 9 - Slide

Zelfregie
Je begeleiding is erop gericht dat een cliënt zo veel mogelijk de eigen regie blijft voeren over bepaalde taken: misschien eerst onder begeleiding, maar daarna weer mogelijk toch steeds zelfstandiger. Die aanpak past bij de uitgangspunten van de participatiemaatschappij

Slide 10 - Slide

Participatiemaatschappij
Vanaf 2013 maakt de verzorgingsstaat via de zorgzame samenleving plaats voor de participatiemaatschappij. Dat betekent dat de overheid veel meer uitgaat van de eigen kracht en zelfredzaamheid van iedereen.

Opdracht: Ga naar boek PBSD, naar bladzijde 25. Hoofdstuk 'Geschiedenis maatschappelijke zorg'. Lees paragraaf 'Van zorgzame samenleving naar participatiemaatschappij'. (10 min) Daarna krijg je een aantal vragen hierover. 

Slide 11 - Slide

'Nederland verandert in een 'doe-het-zelfmaatschappij'.

Juist of onjuist
A
Juist
B
Onjuist

Slide 12 - Quiz

Iedereen moet meedoen, ofwel 'participeren'. Dat heeft een flink aantal voordelen.

Wat is GEEN voordeel, maar een nadeel.
A
Het is voor de overheid goedkoper
B
Iedereen doet naar vermogen en vanuit eigen kracht actief mee
C
Meer druk op mantelzorgers en vrijwilligers
D
Er zijn minder regels

Slide 13 - Quiz


Grenzen zelfredzaamheid
De zelfredzaamheid van cliënten heeft ook grenzen. 

In de praktijk blijkt het niet zo gemakkelijk om een beroep te doen op het sociale netwerk van zorgvrager: in negen van de 10 gevallen lukt dat niet.

Leg dit uit aan de hand van een voorbeeld.

Slide 14 - Slide

Misvattingen zelfredzaamheid

Slide 15 - Slide

Zelfregie?

Slide 16 - Slide

Begrippen test
Docent noemt een naam van een student. Vervolgens draait de docent om de spinner. begrip die naar voren komt moet de student uitleggen.

Slide 17 - Slide

Ik kan de definitie van de volgende begrippen benoemen: Regie & Zelfregie

Ik kan kan bij de begrippen regie en zelfregie een voorbeeld geven uit de eigen praktijk.


Lesdoelen behaald? Laat dit weten aan de hand van de smileys
😒🙁😐🙂😃

Slide 18 - Poll

Volgende week..
Bereid je op de les voor door de volgende hoofdstukken te lezen:
  • Thema 2: Hoofdstuk 2.4 + 2.5
  • Thema 7: Hoofdstuk 7.2

Maken opdrachten Werkboek:
  • Thema 1: Hoofdstuk 1.3 Ondersteuningsproces (Opdracht 1 + 2A + 2B)



Slide 19 - Slide