Evolutietheorie en argumenten

Charles Darwin
1809 - 1882
Evolutietheorie
1 / 36
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Charles Darwin
1809 - 1882
Evolutietheorie

Slide 1 - Slide

De leerdoelen : Je kunt...

  • beschrijven wat de evolutietheorie inhoudt (geslachtelijke voortplanting, mutatie, natuurlijke selectie).
  • omschrijven wat fossielen hebben bijgedragen aan de evolutietheorie
  • omschrijven wat overeenkomsten tussen verschillende soorten hebben bijgedragen aan de evolutietheorie (verwantschap) 

Slide 2 - Slide

Wat is evolutie?

Slide 3 - Mind map

12-februari: Darwin dag

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Video

Charles Darwin
1831 - 1836

Slide 6 - Slide

Veranderingen in genotypen
  • Populatie= een groep individuen van dezelfde soort in een bepaald gebied die zich met elkaar kunnen voortplanten.
  • bv alle kikkers in een vijver, of alle beuken in een bos
  • Nieuwe genotypen ontstaan (voortplanting & mutaties)
  • Diversiteit in een populatie

Slide 7 - Slide

Natuurlijke selectie
Proces dat leidt tot het overleven van een organisme dat zich vergeleken met soortgenoten het best heeft aangepast aan de omgeving. 

Survival of the fittest

Slide 8 - Slide

Natuurlijke selectie wordt bepaald door:

  • Het genotype
  • Het milieu

Slide 9 - Slide

0

Slide 10 - Video

Isolatie
  • Ze kunnen niet meer voortplanten
  •  En geen vruchtbare nakomelingen krijgen
  • Er ontstaan uiteindelijk twee soorten

Slide 11 - Slide

Het onstaan van nieuwe soorten
  • Mutaties (verandering van het gen)
  • Verandering in genen = verandering fenotype
  • De meest aangepaste soort komen dan 
       het meest voor
  • Isolatie (twee soorten= twee populatie)


Slide 12 - Slide

Wat is evolutie?
Evolutie is de ontwikkeling van het leven op aarde waarbij soorten ontstaan, veranderen en/of verdwijnen.

Slide 13 - Slide

Nieuwe soorten ontstaan door:
A
variatie-natuurlijke selectie en isolatie
B
erfelijke variatie-natuurlijke selectie en isolatie
C
erfelijke variatie-natuurlijke selectie
D
natuurlijke selectie en isolatie

Slide 14 - Quiz

Als bij een soort veel verschillende genotypen voorkomen, heeft deze soort dan een kleine of een grote overlevingskans?
A
grote overlevingskans
B
kleine overlevingskans

Slide 15 - Quiz

Argumenten voor evolutie

Slide 16 - Slide

Fossielen
Zijn versteende overblijfselen van organismen of afdrukken van organismen in gesteenten.

Slide 17 - Slide

Overeenkomst in bouw: homoloog
  • Verschillende functies
  • Dezelfde bouw
  • Gemeenschappelijke voorouder

Slide 18 - Slide

Overeenkomst in bouw: analoog
  • Dezelfde functie
  • Verschillende bouw
  • Geen gemeenschappelijke voorouder

Slide 19 - Slide

Rudimentaire organen

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

DNA

Slide 22 - Slide

Verwantschap

Slide 23 - Slide

Wat is het verschil tussen vissen en amfibieën?
A
Vacht
B
Longen
C
nagels en klauwen
D
veren

Slide 24 - Quiz

Krokodillen zijn meer verwant met vogels dan met konijnen?

Slide 25 - Slide

Krokodillen zijn meer verwant aan vogels dan aan konijnen
A
Juist
B
Onjuist

Slide 26 - Quiz

Hoeveel olifanten leefden aan het begin van het plioceen

Slide 27 - Slide

Hoeveel olifantensoorten leefden er aan het begin van het plioceen?
A
2
B
3
C
9
D
10

Slide 28 - Quiz

Zwijnen
Het dwergzwijn, het hertzwijn en het reuzenzwijn, wie is het meest verwant?

Slide 29 - Slide

Slide 30 - Slide

Het meest verwant zijn
A
dwergzwijn-hertzwijn
B
hertzwijn - reuzenzwijn
C
dwergzwijn - reuzenzwijn

Slide 31 - Quiz

Wat is GEEN argument voor evolutie?
A
Fossielen
B
Rudimentaire organen
C
Overeenkomsten in cellen
D
Uitsterven van soorten

Slide 32 - Quiz

Wat is evolutie?
A
Het ontstaan van de aarde
B
Het veranderen van soorten
C
Het ontstaan van nieuwe soorten
D
Het veranderen en ontstaan van nieuwe soorten

Slide 33 - Quiz

Opdrachten 
Maak de opdrachten 73, 74, 77 en 78 van paragraaf 3.10
en 82 en 84 van paragraaf 3.11

Slide 34 - Slide

Geef aan wat je geleerd hebt deze les?

Slide 35 - Open question

De leerdoelen : Je kunt...

  • beschrijven wat de evolutietheorie inhoudt (geslachtelijke voortplanting, mutatie, natuurlijke selectie).
  • omschrijven wat fossielen hebben bijgedragen aan de evolutietheorie
  • omschrijven wat overeenkomsten tussen verschillende soorten hebben bijgedragen aan de evolutietheorie (verwantschap) 

Slide 36 - Slide