4.2 oplosbaarheid van zouten

4.2 Oplosbaarheid van zouten

4.2 oplosbaarheid van zouten

4.2.1 beschrijven welke typen bindingen worden verbroken en gevormd bij het oplossen van zouten in water, en het oplossen in een vergelijking weergeven. 

4.2.2 de praktische toepassing van een zout in verband brengen met de oplosbaarheid van dat zout.

1 / 33
next
Slide 1: Slide
New lesson editorScheikundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

4.2 Oplosbaarheid van zouten

4.2 oplosbaarheid van zouten

4.2.1 beschrijven welke typen bindingen worden verbroken en gevormd bij het oplossen van zouten in water, en het oplossen in een vergelijking weergeven. 

4.2.2 de praktische toepassing van een zout in verband brengen met de oplosbaarheid van dat zout.

Hoe heet de binding tussen de deeltjes in een zout?

A

zoutbinding

B

vanderwaalsbinding

C

atoombinding

D

ionbinding

Waarom zal in het ionrooster het chloride-ion groter afgebeeld zijn dan het natrium-ion?

A

Het chloride ion is belangrijker.

B

Het chloride ion lost het eerste op.

C

De twee ionsoorten zijn eigenlijk even groot maar zo is het verschil duidelijker.

D

Het chloride ion heeft meer elektronen dus meer schillen.

Wat is de lading van een magnesium-ion? Gebruik je Binas (T99)

A

+1

B

2+

C

-1

D

2-

Wat is de lading van een metaal-ion uit groep 1? Gebruik je Binas (T99)

A

+1

B

2+

C

-1

D

2-

Wat is de lading van een metaal-ion uit groep 2? Gebruik je Binas (T99)

A

+1

B

2+

C

-1

D

2-

Wat is de lading van een metaal-ion uit groep 3? Gebruik je Binas (T99)

A

+1

B

-3

C

-1

D

3+

Wat is de lading van een metaal-ion uit groep 4 t/m 15? Gebruik je Binas (T99)

A

+1

B

-3

C

-1

D

die kunnen meerdere ladingen hebben en moet je altijd opzoeken in T99

Wat is de lading van een zink-ion. Gebruik je Binas (T99)

A

1+

B

2+

C

3+

D

4+


SO42-   is de formule van een:  

A

sulfide-ion

B

sulfiet-ion

C

sulfaat-ion

D

nitriet-ion

Welke ladingen kan een ijzerion hebben? (Binas 99)

A

1+, 2+

B

2+, 3+

C

1+, 3+

D

2+, 4+

Wat is de naam van CuO ?

A

Koperoxide

B

Koper(I)oxide

C

Koper(II)oxide

D

Koper(III)oxide

Quiz

4.2 Zouten in water


Een opgelost zout splitst in de losse ionen ==> stroomgeleiding want er zijn dan los bewegende geladen deeltjes.


Ionen worden gehydrateerd
(= omhuld met watermoleculen)

4.2 Zouten in water


Ionen worden gehydrateerd

(= omhuld met watermoleculen)


Leg met de woorden ion/polair/partiele lading/dipool uit welk ion positief en welk ion negatief is (oranje of groen)

Ionen worden gehydrateerd Leg met de woorden ion/polair/partiele lading/dipool uit welk ion positief en welk ion negatief is (oranje of groen)

Oplosbaarheid 

(Binas T45A)

zoek de combinatie op van ionen in het zout

g ==> lost goed op

s ==> lost slecht (niet) op

m ==> matig = lost op in veel water. 

r, i en o komen we later op

goed

matig

slecht


koper(II)sulfaat

natriumnitraat

calciumcarbonaat

kaliumcarbonaat

magnesiumsulfiet

bariumfluoride

ijzer(III)fosfaat

Oplosbaarheid (Binas T45A)

stap 1: zoek de ioncombinatie op in T45A

stap 2: noteer formule vaste zout dan pijltje met aq er boven

stap 3a: als g in T45A noteer dan na pijl juiste aantal losse ionen met lading !

Bv: ammoniumsulfaat 

(NH4)2SO4 (s)     aq              2 NH4+ (aq) + SO42- (aq)


stap 3b: als s noteer dan na de pijl lost niet op

Bv: bariumsulfaat 

BaSO4 (s)    aq           lost niet op

Oplosvergelijkingen

stap 0: noteer de juiste verhoudingsformule van het zout

stap 1: zoek de ioncombinatie uit het zout op in Binas T45A

   g ==> lost op en er komen losse ionen (na de pijl)

   s ==> lost niet op en er komen geen losse ionen (na de pijl)

let op: de uitleg van m/r/o/i komt later 

stap 2: noteer verhoudingsformule van zout met (s) er achter

stap 3: noteer een pijl en boven de pijl aq

stap 4a: als het zout oplost (g) in T45 zet je het juiste na de pijl 

               het juiste aantal losse ionen + juiste lading/ion met (aq) er achter

stap 4b: als het zout niet/slecht oplost (s) in T45 zet je achter de pijl:
                lost niet op

Uitleg oplosbaarheid (Binas T45A)

geef de reactievergelijking als je volgende stoffen in water brengt:

a) natriumnitraat 

Er staat een g bij de combinatie ==> lost goed op

dus: NaNO3 aq--> Na+(aq) + NO3- (aq) (=helder)


b) calciumcarbonaat

Er staat een s bij de combinatie ==> lost slecht/niet op

dus: CaCO3 (s) aq---> lost niet op (= troebel)


c) bariumchloride

Er staat een g bij de combinatie ==> lost goed op

dus: BaCl2 (s) aq--> Ba2+(aq) + 2 Cl- (aq) (=helder)

oefenen met oplosbaarheid (Binas T45A)

geef de reactievergelijking als je volgende stoffen in water brengt:

a) koper(II)nitraat 


b) natriumcarbonaat


c) bariumfosfaat





oefenen met oplosbaarheid (Binas T45A)

geef de reactievergelijking als je volgende stoffen in water brengt:

a) koper(II)nitraat 

Er staat een g bij de combinatie ==> lost goed op

dus: Cu(NO3)2 (s) aq--> Cu2+(aq) + 2 NO3-(aq) (=helder)

b) natriumcarbonaat

Er staat een g bij de combinatie ==> lost goed op

dus: Na2CO3 (s) aq--> 2 Na+(aq) + CO32- (aq) (=helder)


c) bariumfosfaat

Er staat een s bij de combinatie ==> lost slecht/niet op

dus: Ba3(PO4)2 (s) aq---> lost niet op (= troebel)

herhalen namen, formules en oplosbaarheid

geef de formule


geef de naam


geef de vergelijking als deze stof gemengd wordt met water


Rekenen aan oplosbaarheid

omrekenen gegeven 9,9 g.L-1  naar mol.L-1.




x = 9,9/278,1 = 0,036 mol.L-1


Rekenen aan oplosbaarheid

gegeven: oplosbaarheid van PbCl2 is 9,9 g.L-1 .

In BT 45 a staat dat PbCl2 matig oplosbaar is. 

Laat zien dat dat klopt!

maximale oplosbaarheid

Maximale hoeveelheid PbCl2 dat per liter kan oplossen is  9,9 g.


Los je minder op dan 9,9 g in 1 L dan is de oplossing onverzadigd

Los je meer op dan 9,9 g in 1 L dan is de oplossing verzadigd.


Hoe kun je zien aan een oplossing of hij verzadigd of onverzadigd is?

mbv Binas T45A kan je 'voorspellen' wat er zal gebeuren als je 2 zoutoplossingen gaat mengen

stap 1: neem tabel 45A deels over en noteer de deeltjes die je hebt na het mengen met water (oplosvergelijking)

a) koper(II)nitraat-oplossing mengen met natronloog 

Cu(NO3)2 (s) aq--> Cu2+(aq) + 2 NO3-(aq) (=helder)

NaOH (s) aq-->  Na+(aq) + OH- (aq) (=helder)



mbv Binas T45A kan je 'voorspellen' wat er zal gebeuren als je 2 zoutoplossingen gaat mengen

stap 2: vul de deeltabel 45A verder in







stap 3: noteer combinatie met s met de losse deeltjes voor de pijl en het vaste zout na de pijl: 
Cu2+ + 2 OH- --> Cu(OH)(s)








geef de reactievergelijking die op zal treden als je natriumcarbonaat-oplossing mengt met calciumchloride-oplossing

stap 1: neem tabel 45A deels over en noteer de deeltjes die je hebt na het mengen met water (oplosvergelijking)



geef de reactievergelijking die op zal treden als je natriumcarbonaat-oplossing mengt met calciumchloride-oplossing

stap 1: neem tabel 45A deels over en noteer de deeltjes die je hebt na het mengen met water (oplosvergelijking)

a) 

CaCl2 (s) aq--> Ca2+(aq) + 2 Cl-(aq)           (=helder)

Na2CO3 (s) aq-->  2 Na+(aq) + CO32- (aq) (=helder)



geef de reactievergelijking die op zal treden als je natriumcarbonaat-oplossing mengt met calciumchloride-oplossing

stap 2: vul de deeltabel 45A verder in







stap 3: noteer combinatie met s met de losse deeltjes voor de pijl en het vaste zout na de pijl: 
Ca2+ + CO3-2 -> CaCO(s)