This lesson contains 68 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.
Lesson duration is: 60 min
Items in this lesson
Les van 1 mei groep 7
Wat gaan we doen?
- Woordenschat bij tekst "De doggiefoon";
- Vormen van taal;
- Woordenboek;
- Herhaling werkwoordspelling;
Slide 1 - Slide
Woordenschat
Ga naar blz. 34 van je taalboek en maak de 'eerst probeer' oefening.
Slide 2 - Slide
Woordenschat
Ga naar blz. 34 van je taalboek en maak daarna oefening 1.
Slide 3 - Slide
Woordenschat
Zet bij de volgende opgaven het goede woord in de zin.
Slide 4 - Slide
Woordenschat
Maak oefening 2 op blz. 35
Slide 5 - Slide
We gaan vanmiddag zwemen, ....... het opeens gaat regenen.
Slide 6 - Open question
Ik koop voor mijn nichtje een babypop, ........ kleertjes en een flesje.
Slide 7 - Open question
Woordenschat
Maak oefening 3 op blz. 35 verder af
Slide 8 - Slide
Taal
We gaan het hebben over de kenmerken van taal.
Slide 9 - Slide
Taal
Ga naar blz. 30 en kijk naar oefening 1.
Vergelijk de telwoorden in de drie talen
Slide 10 - Slide
Taal
Maak nu oefening 2.
Slide 11 - Slide
Taal
Je leert hier dat de grammatica die je hebt geleerd in het Nederlands je ook kan helpen bij andere talen
- Je hebt de afgelopen lessen geleerd over woordsoorten (woordbenoeming) en zinsdelen (ontleden), dat hebben andere talen ook.
Slide 12 - Slide
Taal
Ga naar blz. 38 en maak oefening 1
Slide 13 - Slide
Taal
Ga naar blz. 31 en leer over trefwoorden
Slide 14 - Slide
Taal
Wat is een trefwoord: Een trefwoord (of keyword) is een belangrijk woord of korte zinsnede die de kerninhoud van een tekst, boek of website samenvat. Het dient als een ingang in een index of zoekmachine om snel relevante informatie te vinden.
Slide 15 - Slide
werkwoordspelling
Pak je vervoegschema erbij!
Slide 16 - Slide
Taal
Blijf op blz. 7 van je Taalboek en maak oef 2
Welk meewerkend voorwerp past in de zin?
Slide 17 - Slide
Slide 18 - Slide
Taal
Blijf op blz. 7 van je Taalboek en maak oef 3
Welk meewerkend voorwerp past in de zin?
Slide 19 - Slide
Slide 20 - Slide
Alle zinsdelen benoemen in de lang zin.
Mijn buurjongen heeft mij zijn fiets geleend voor het verkeersexamen.
Slide 21 - Slide
Alle zinsdelen benoemen in de lang zin.
Mijn buurjongen heeft mij zijn fiets geleend
ow pv mv lv gez
voor het verkeersexamen.
bep
Slide 22 - Slide
Benoem alle zinsdelen
De kraai liet de stinkende kaas op mijn hoofd vallen
Slide 23 - Slide
Benoem alle zinsdelen
De kraai liet de stinkende kaas op mijn hoofd vallen.
ow pv lv bep gez
Slide 24 - Slide
Taal
Ga naar blz. 16 van je Taalboek en maak de 'eerst probeer oefening.
Slide 25 - Slide
Slide 26 - Slide
Taal
Blijf op blz. 16 van je Taalboek en maak dan oefening 1.
Slide 27 - Slide
Slide 28 - Slide
Taal
Hoofdzin en een bijzin
Hoe zat het ook alweer?
Slide 29 - Slide
Slide 30 - Video
Even oefenen:
Wij gaan morgen met de klas naar het zwembad, als de zon schijnt.
Slide 31 - Slide
Even oefenen:
Wij gaan morgen met de klas naar het zwembad, als de zon schijnt.
Slide 32 - Slide
Taal
Ga naar blz. 18 van je Taalboek en maak dan oefening 1 verder af.
Slide 33 - Slide
Slide 34 - Slide
Taal
Ga naar blz. 18 van je Taalboek en maak dan oefening 2
Slide 35 - Slide
Slide 36 - Slide
Samengestelde zin
Zo'n zin heeft vaak 2x pv, gez, ow etc
Juf Marga gaf de telefoon terug aan Janne en zij checkte meteen haar berichtjes.
Slide 37 - Slide
Samengestelde zin
Juf Marga gaf de telefoon terug aan Janne en zij checkte meteen haar
ow pv lv gez mv ow pv bep
berichtjes.
lv
Slide 38 - Slide
Taal
Ga naar blz. 26 van je Taalboek en maak de 'eerst probeer' oefening.
Slide 39 - Slide
Taal
Maak daarna oefening 1.
Slide 40 - Slide
Slide 41 - Slide
Spelling
Wanneer een trema?
Slide 42 - Slide
Slide 43 - Video
Spelling
Woorden met 'ou' en 'au'
Dit moet je gewoon leren.
Kijk naar het au-verhaal
Slide 44 - Slide
leestrainer.nl
Slide 45 - Link
Het is vandaag erg k__d buiten.
Slide 46 - Open question
Ik neem een p__ze na het werken.
Slide 47 - Open question
De lucht is mooi bl__w.
Slide 48 - Open question
Zij h__dt van chocola.
Slide 49 - Open question
Het t__w ligt op de grond.
Slide 50 - Open question
Wij gaan g__w naar school, anders zijn we te laat.
Slide 51 - Open question
Hij maakt een f__t in de som.
Slide 52 - Open question
Werkwoord vervoeging
Pak je vervoegingsschema erbij!
Slide 53 - Slide
Slide 54 - Slide
Werkwoord vervoeging
Bekijk de volgende filmpjes en maak aantekeningen!
Slide 55 - Slide
Slide 56 - Video
Slide 57 - Video
Tegenwoordige tijd
Stap 1: Wat is het werkwoord? -> lopen
Stap 2: Haal 'en' eraf -> lop
Stap 3: Bepaal de 'ik-vorm" -> ik loop
Stap 4: om wie gaat het? -> ik / ander / meer
ik loop
ander (jij, hij, zij, u) stam/ik-vorm + t -> loopt
meer -> gewoon het hele werkwoord
Slide 58 - Slide
Even oefenen
Slide 59 - Slide
Hij (pakken) iets uit de kast.
Slide 60 - Open question
Jij (rijden) veel te hard.
Slide 61 - Open question
Ik (geven) jou een cadeautje
Slide 62 - Open question
Zij (vragen) de weg aan een voorbijganger
Slide 63 - Open question
Zij (worden) morgen opgehaald van het vliegveld.
Slide 64 - Open question
Jij (kleden) je altijd zo kleurrijk.
Slide 65 - Open question
Tegenwoordige tijd
UITZONDERING:
Als er 'je' achter het werkwoord staat: nooit een 't' toevoegen