Het schoolvak Nederlands 2122 College 2

Hoe zie jij je vak en waarom?
A
B
C
D
1 / 37
next
Slide 1: Quiz
didactiekHBOStudiejaar 1

This lesson contains 37 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Hoe zie jij je vak en waarom?
A
B
C
D

Slide 1 - Quiz

Vandaag:
overtuigingen
pedagogische prinicipes
(vak)didactische principes

Slide 2 - Slide

Waarom?
In de eerste opdracht van het Meesterproef 1 ga je drie tot vijf vakdidactische priniicpes uitwerken.

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Wat is het (essentiële) verschil tussen pedagogiek en didactiek?


Zijn deze aspecten te scheiden? Waarom wel, waarom niet?


Slide 6 - Slide

vakdidactische visie = onderdeel van je algehele vakvisie
.. is onderdeel van je vakvisie

Slide 7 - Slide

Even terug naar vorige week..
Visie begint vaak met je innerlijke overtuiging. 
Die overtuiging zorgt voor passie, voor betrokkenheid, voor de reden waarom je onderwijs in bent gegaan. 
Die overtuiging is ook richtinggevend voor de keuzes die je maakt om je lessen didactisch vorm te geven.
Hoe wil jij in dit opzicht herinnerd worden?

Slide 8 - Slide

Twee veel voorkomende valkuilen bij het bouwen aan je vakdidactische visie

Slide 9 - Slide

1.
Docenten hebben de neiging om hun eigen jeugd, schoolloopbaan, ervaringen van eigen kinderen, eigen "bubbel" als norm te nemen.



Slide 10 - Slide

Wat voor jou, voor je kinderen, voor je huidige leerlingen, voor klas 2a geldt,  geldt dat universeel?

Slide 11 - Slide

2.
 
Docenten hebben vanuit hun passie voor leerlingen de neiging om pedagogiek te verwarren met didactiek.

2. 

Slide 12 - Slide

... maar leerlingen leren niet vanzelf als leraren gelukkig zijn.

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Al die nieuwe onderwijsconcepten en -methoden hebben zo hun ideologie, maar er is wel een rode draad in te ontdekken. Of eigenlijk twee. 
Onderwijsvernieuwers willen dat het onderwijs sociale ongelijkheid wegneemt én ze willen het ‘kindvriendelijker’ maken. 
Hun eigen schoolverleden dient daarbij als tegenvoorbeeld. Toen zij zelf op school zaten stond de leraar centraal, nu gaan zij het kind centraal stellen. Onderwijs was dwingend en rigide, herinneren zij zich, dus maken zij het nu vrijblijvend en fluïde. Hun onderwijs was gericht op cognitie, dus zij gaan focussen op persoonlijke vorming. 
Kortom: onderwijs was niet leuk, en zij gaan het leuk maken.

Slide 15 - Slide

didactische principes
Zijn een reeks van grondbeginselen, algemene, bewezen voorschriften waarmee een docent zoveel mogelijk rekening houdt en die tot doel hebben het léren te beïnvloeden.

Slide 16 - Slide

Uhmmmm.. didactische principes??
Heb je voorbeelden?
aanschouwelijkheidsprincipe
samenwerkend lerenprincipe
differentiatieprinicpe
activeringsprincipes
digitale integratieprinicpe
 transferprincipe & principe van vakoverstijgend werken
GRRIM-principe (gradual release of responsibility)
car(e)principe
beperking- en geleidelijkheidsprincipe
gamificationprincipe (gamedesign en game-elementen)


Slide 17 - Slide

Uhmmmm...., léren? Hoezo?
Léren schrijven is niet hetzelfde als láten schrijven.
Léren lezen is net hetzelfde als láten lezen.
Léren presenteren is niet hetzelfde als láten presenteren.


Vakdidactiek gaat over aanleren, niet over inoefenen of automatiseren

Slide 18 - Slide

Uhmmmm...., bewezen?
Yep. 
Onderzocht vanuit (vaak) de cognitieve wetenschap en ander onderwijsonderzoek.
Toch... veel docenten laten onderwijsonderzoek links liggen.

Slide 19 - Slide

Hoe komt dat, denk je?

Slide 20 - Slide

Over bewijzen (en daarmee: over onderbouwen):
Sterke causale verbanden afleiden uit onderwijsonderzoek is lastig! Context speelt een grote rol, want onderwijs is moeilijk terug te brengen naar een klinische setting.

Dat "iets" werkt, toont aan dat er samenhang is. Heeft die samenhang te maken met een oorzakelijk of een correlationeel verband? 




Slide 21 - Slide

oorzaak-gevolg* of correlatie**?
*Onderzoek naar leeropbrengst: 
Interventie X zorgt voor Y% leerwinst. 
Maar ja, hoe toon je dat aan?

**verschijnselen treden gelijktijdig op, maar het een is niet direct het gevolg an het ander. Er zijn andere variabelen die de samenhang verklaren. 



Slide 22 - Slide

Voorbeelden van onderwijsonderzoek:
Onderwijsprincipe: klassengrootte doet er niet toe.
Hattie (in Visible Learning): effectgrootte .21
Verwaarloosbaar!?

Investeren in kleine klassen: Korea -- Luxemburg ++
* Doet er niet toe ten aanzien van wat? Leerwinst? Kritische burgers opleiden? Ruimte voor andere didactische aanpak kunnen krijgen? Werkdruk verlagen? Relaties kunnen opbouwen? 



Slide 23 - Slide

Nog een voorbeeld..
Succes van interventies als Kahoot of Nieuwsbegrip

*Diverse malen onderzocht: werkt motivatieverhogend

*Maar ook na 6 x Kahoot op een dag? 

Slide 24 - Slide

evidence-based werken
Scholen en leraren werken evidence-based als zij hun onderwijs ontwerpen of verbeteren op basis van kennis uit (praktijk)onderzoek. 
Het is onderwijs dat gebaseerd is op bewezen kennis.

Maar het werkt niet altijd!!



Slide 25 - Slide

evidence-informed

Het is zinvoller om wetenschappelijke kennis te combineren met praktijkkennis, omdat wat op de ene school werkt, niet per definitie even effectief is op een andere school. De context – de leerlingen, de leraar, de omgeving – kan invloed hebben op het effect van een interventie of werkwijze. 

Slide 26 - Slide

wendbaar vakmanschap
niet research-based

niet evidence-based

maar evidence-informed

Pedro De Bruijckere

Slide 27 - Slide

Waarom deze theorie ook alweer?
  • We waren bezig met met het begrip vakdidactische principes. 
  • Dat zijn leerwinstprincipes die bewezen zijn (en dus te onderbouwen en naar te verwijzen!)
  • Die principes moet je echter wel aanpassen aan de context.
  • In ons geval: naar een domein van het Nederlands, op basis van de normen en waarden van jouw school, rekening houdend met de kenmerken van jouw leerlingen en die van jezelf (en je eigen drijfveren!)

Slide 28 - Slide

Didactische principes??
Dat zijn dus principes die zorgen voor leerwinst!
aanschouwelijkheidsprincipe
samenwerkend lerenprincipe
differentiatieprinicpe
activeringsprincipes
digitale integratieprincipe
 transferprincipe & principe van vakoverstijgend werken
GRRIM-principe (gradual release of responsibility)
car(e)principe
beperking- en geleidelijkheidsprincipe
gamificationprincipe (gamedesign en game-elementen)


Slide 29 - Slide

Van didactisch principe naar vakdidactisch principe
Vertaal een didactisch principe naar de context 
van jouw vak, op jouw school, gegeven door jou, op basis van jouw leerlingen.
Onderbouw het didactisch principe vanuit de theorie (APA!) Koppel het principe aan de context  van de les Nederlands
met behulp van de fundamentele vragen:
waarom, waartoe, wat, hoe

Slide 30 - Slide

Voorbeeld: didactisch principe GRRIM

Slide 31 - Slide

Koppel GRRIM aan context
Gradual Release of Responsibility Instructional Model <--> begrijpend lezen H3

1. Modelen van een (deel van ) een zakelijke tekst
2. In interactie met de klas een (deel van) een tekst behandelen
3. Leerlingen behandelen in duo's een (deel van) een tekst 
4. Leerling leest individueel.

Slide 32 - Slide

Bij een vakdidactisch principe kun je vervolgens antwoord geven op de volgende vragen:
1. Waarom geef ik deze les zo?
2. Waartoe zou ik willen dat dit leidt?
3. Wat doe ik dan precies?
4. Hoe ga ik dat vormgeven?

Slide 33 - Slide

Voorbeeld van een collega-student
"Als docent Nederlands in opleiding kwam ik werkelijk waar voor het eerst in aanraking met het fenomeen taalkunde. Hoe kan het dat ik hier nog niet eerder van gehoord had?"

Onderliggend overtuiging: Nederlands is ook een zaakvak en niet alleen een ondersteunend vak.
Vakdidactisch principe?

Slide 34 - Slide

Kijk eens kritisch naar je opvattingen, mening, visie op onderwijs..
Wat voor soort principe is het?
Op welk fundament is het gestoeld?
Zou je er een vakdidactisch principe van kunnen maken?

Slide 35 - Slide

Wat heeft je vandaag aan het denken gezet?

Slide 36 - Open question

Tot volgende week!

Slide 37 - Slide