Skills-carrousel – Wat kunnen we al?

Skills-carrousel – Wat kunnen we al?

1 / 28
next
Slide 1: Slide
New lesson editorSkillsMBOStudiejaar 1

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min
Report this lesson

Items in this lesson

Skills-carrousel – Wat kunnen we al?

Gebruik deze openingsdia om de sfeer te zetten: studenten starten niet op nul, maar bouwen voort op wat zij als Helpende (Plus) al kunnen.

Van Helpende (Plus) naar Verzorgende IG

Ik kan de handeling uitvoeren… maar wat zie ik ondertussen?

This item has no instructions

Welke woorden passen voor jou bij de VIG-bril?

Gebruik dit als activering na de openingsslides. Verwachte woorden: observeren, signaleren, rapporteren, veilig, kijken, reageren, zelfstandig, hygiëne. Koppel kort terug aan de centrale lijn van de les.

Waarom doen we dit?

Jullie beginnen niet op nul.

Vanuit Helpende (Plus) kunnen jullie al veel.


Vandaag kijken we:

🟢 Wat beheers ik al?

🟠 Wat moet ik even opfrissen?

🔴 Wat wil ik nog oefenen?


Dit is geen examen.

Benadruk veiligheid om te leren: het doel is zichtbaar maken wat al stevig staat en wat nog aandacht vraagt.

De VIG-bril

Uitvoeren

↓

Observeren

↓

Signaleren

↓

Handelen

↓

Rapporteren


Helpende: Ik help meneer met opstaan.


VIG-bril: Ik help meneer met opstaan → ik zie dat hij duizelig wordt → ik reageer hierop → ik observeer verder → ik rapporteer wat er is gebeurd.

Dit is de kernlijn van de hele les. Gebruik steeds dezelfde woorden op latere dia's.

Hoe werkt de carrousel?

  • 21 studenten

  • 4 groepen van ongeveer 5–6 studenten

  • 4 stations

  • ongeveer 15 minuten per station


Rollen

  • uitvoerder

  • zorgvrager

  • observator(s)


Na ongeveer 6–7 minuten: wissel indien mogelijk van uitvoerder.

Na 15 minuten: doorschuiven.

De uitgebreide opdrachten en formulieren liggen bij de stations. Benoem kort dat observatoren feedback geven met: goed, bijna, nog oefenen, plus 1 top en 1 tip.

Station 1: Persoonlijke basiszorg


  • werk hygiënisch

  • werk van schoon naar vuil

  • gebruik handschoenen wanneer nodig

  • bescherm privacy

  • werk ergonomisch

  • stimuleer wat iemand zelf kan

  • observeer tijdens de verzorging


Centrale gedachte:

Wat kun je allemaal observeren terwijl je iemand verzorgt?

Laat studenten vooral denken aan observeren tijdens de handeling: huid, pijn, stemming, benauwdheid, mobiliteit, zelfstandigheid, veranderingen.

Nabespreking station 1

Wat laat je mevrouw zelf doen?

Alles wat zij veilig zelf kan.


Waarom?

Zelfstandigheid behouden en stimuleren.


Rode plek op de stuit?

  • niet negeren

  • goed observeren

  • let op kleur, huid, pijn en druk

  • voorkom verdere druk waar passend

  • rapporteer en handel volgens afspraken


Kern:

Persoonlijke verzorging is óók een observatiemoment.

Noem ook: handschoenen bij kans op contact met lichaamsvloeistoffen, slijmvliezen of niet-intacte huid, en volgens de hygiëneafspraken. Handschoenen vervangen handhygiëne niet.

Wat laat je mevrouw bij basiszorg zelf doen?

A

Alles veilig zelf

B

Alleen gezicht wassen

C

Niets, jij neemt over

D

Alleen met handschoenen

Toets of studenten het principe van zelfstandigheid stimuleren begrijpen. De foutopties sluiten aan bij veelvoorkomende misvattingen: te veel overnemen of denken dat de handeling vooral om materiaal/handschoenen draait.

Wat kun je observeren tijdens persoonlijke verzorging?

Laat brede input verzamelen: huid, roodheid, wondjes, pijn, benauwdheid, stemming, gedrag, mobiliteit, zelfstandigheid, veranderingen. Gebruik de antwoorden als brug naar de kern: verzorging is ook een observatiemoment.

Station 2: Mobiliteit

  • laat iemand zoveel mogelijk zelf bewegen

  • zorg voor een veilige omgeving

  • zet hulpmiddelen goed klaar

  • let op je eigen houding

  • observeer tijdens het bewegen


Situatie:

Tijdens het opstaan zegt meneer:

Ik word duizelig.

Laat eerst reacties uit de groep komen. Stuur daarna naar veilig stoppen, steun geven, observeren en rapporteren.

Nabespreking station 2

Voor het opstaan let je op:

  • omgeving

  • schoeisel

  • hulpmiddel

  • houding

  • mogelijkheden van de zorgvrager

  • eventuele klachten


Bij duizeligheid:

  • stop de beweging

  • zorg dat meneer veilig zit of steun heeft

  • blijf bij hem

  • vraag wat hij voelt en observeer

  • handel of overleg volgens afspraken

  • rapporteer de gebeurtenis


Kern:

Veilig verplaatsen is blijven kijken naar de zorgvrager.

Noem bij observeren tijdens mobiliteit voorbeelden als balans, kracht, pijn, benauwdheid, looppatroon en vermoeidheid.

Wat doe je eerst als meneer duizelig wordt bij het opstaan?

A

Pols meteen meten

B

Verder laten lopen

C

Beweging stoppen

D

Direct rapporteren

Juiste eerste stap is veiligheid: stoppen en steun geven. De andere opties zijn later mogelijk relevant, maar niet als eerste actie.

Mobiliteit: volgorde van handelen

Bij duizeligheid stop je de beweging. Je zorgt dat meneer veilig zit of steun heeft. Daarna blijf je bij hem en observeer je verder.

stop
zit
bij
loopt
staat
weg
meet
valt

Deze invuloefening herhaalt de veilige volgorde uit de nabespreking: stoppen, veilig laten zitten/steunen, bij de zorgvrager blijven, observeren.

Station 3: Voeding & vocht

  • zorg voor een goede houding

  • geef voldoende tijd

  • stimuleer zelfstandigheid

  • observeer hoeveel iemand eet en drinkt

  • let op kauwen en slikken


Situatie:

Mevrouw drinkt een paar slokken en begint meerdere keren te hoesten.


Wat kan dit betekenen?

Laat open dat hoesten kan passen bij een slikprobleem of verslikken, maar maak geen diagnose op basis van één observatie.

Nabespreking station 3

Een goede zithouding is belangrijk voor:

  • veiliger eten en drinken

  • minder risico op verslikken

  • beter slikken


Herhaald hoesten bij drinken kan betekenen:

Mogelijk een slikprobleem of verslikken.


Waar let je op?

  • moeite met slikken

  • stemverandering na drinken

  • benauwdheid

  • langzaam eten

  • vaak verslikken

  • verminderde intake


Kern:

Eten en drinken geven is tegelijk observeren.

Noem bij problemen: stop of pauzeer als het niet veilig lijkt, observeer, volg slik- en voedingsafspraken, rapporteer en overleg. Bij weinig drinken kun je letten op droge mond, donkere urine, weinig plassen en alertheid.

Mevrouw hoest steeds bij drinken. Wat kan dit betekenen?

A

Altijd misselijk

B

Mogelijk slikprobleem

C

Ze drinkt te weinig

D

De houding is goed

Benadruk dat 'mogelijk slikprobleem of verslikken' correct is, zonder direct een diagnose te stellen. De distractors zijn bewust plausibel maar te stellig of niet passend.

Voeding en vocht

Een goede zithouding maakt eten en drinken veiliger. Bij herhaald hoesten observeer je verder en let je op de intake van eten en drinken.

zithouding
hoesten
intake
rollator
slapen
balans
pols
privacy

Alle drie de kernwoorden komen letterlijk uit de inhoud van station 3. Bespreek dat houding, hoesten en intake samen informatie geven.

Station 4: Vitale functies

Pols

  • frequentie

  • regelmaat

  • kracht


Ademhaling

  • frequentie

  • regelmaat

  • diepte

  • moeite met ademhalen


Bloeddruk

  • systolisch = bovendruk

  • diastolisch = onderdruk


Een getal zonder context zegt niet alles.

Koppel deze dia aan de VIG-bril: meten is uitvoeren, maar betekenis geven vraagt observeren, signaleren, handelen en rapporteren.

Nabespreking station 4

Casus

Meneer is duizelig en voelt zijn hart sneller kloppen.

Bloeddruk: 95/60 mmHg

Pols: 110/min


Zijn deze getallen genoeg?

Nee.


Je kijkt ook naar:

  • klachten

  • normale of eerdere waarden

  • medicatie

  • houding of activiteit

  • pijn of stress

  • vochtinname

  • algemene toestand


Kern:

Meet niet alleen een getal. Kijk naar de mens achter het getal.

Noem bij een opvallende waarde: controleer of goed is gemeten, kijk naar de zorgvrager, vraag naar klachten, vergelijk met eerdere waarden, handel of overleg volgens afspraken en urgentie, en rapporteer waarde plus observaties en acties.

Waarom zegt één meetwaarde niet genoeg?

A

Getallen zijn vaak fout

B

Context ontbreekt

C

Pols is onbelangrijk

D

Bloeddruk telt niet

De kern is context: klachten, eerdere waarden, medicatie, houding, vochtinname en algemene toestand. De andere opties zijn duidelijke misconcepties.

Waar kijk je nog meer naar behalve de getallen?

Bespreek dat studenten behalve de cijfers ook moeten noemen: klachten, eerdere/normale waarden, medicatie, houding of activiteit, pijn/stress, vochtinname, algemene toestand, andere vitale functies, correct meten, handelen/overleggen en rapporteren.

Wat hebben alle stations gemeen?

Bij alle vier de stations wil ik als VIG'er:


  • veilig werken

  • hygiënisch werken

  • communiceren

  • zelfstandigheid stimuleren

  • observeren

  • veranderingen herkennen

  • passend handelen

  • rapporteren


De handeling is maar een deel van goede zorg.

Verbind hier expliciet de stap van Helpende (Plus) naar Verzorgende IG.

Van Helpende naar VIG

Niet alleen:

Hoe voer ik dit uit?


Maar ook:

Wat zie ik?

Wat betekent dit?

Moet ik iets doen?

Wie moet dit weten?

Gebruik deze slotdia voor de gezamenlijke terugblik op sterke punten en oefenpunten. Houd het kort en koppel terug aan de centrale lijn van de les.

Waar voel jij je nu het sterkst in?

1

Basiszorg

2

Mobiliteit

3

Voeding en vocht

4

Vitale functies

This item has no instructions

Welke skill wil jij nog verder oefenen?

Reflectie op eigen leren. Goede antwoorden kunnen gaan over een station, observeren, signaleren, veilig handelen of rapporteren. Geen vaste goede of foute antwoorden.

Wat deed jij vandaag dat echt bij VIG past?

Laat studenten benoemen wat in hun gedrag of denken meer bij de rol van Verzorgende IG hoort, zoals observeren, veranderingen herkennen, reageren of rapporteren.

Begrippen

hygiënisch werken - Werken op een schone en veilige manier om besmetting te voorkomen.

ergonomisch werken - Werken met een goede houding en techniek om jezelf niet te overbelasten.

observeren - Goed kijken, luisteren en opmerken wat je ziet bij de zorgvrager.

signaleren - Herkennen dat iets afwijkt of aandacht nodig heeft.

rapporteren - Vastleggen of doorgeven wat je hebt gezien, gedaan en gemerkt.

vitale functies - Lichaamsfuncties zoals pols, ademhaling en bloeddruk.

zelfstandigheid - Wat iemand nog veilig zelf kan doen.

This item has no instructions