Skills-carrousel – Wat kunnen we al?
Skills-carrousel – Wat kunnen we al?
Gebruik deze openingsdia om de sfeer te zetten: studenten starten niet op nul, maar bouwen voort op wat zij als Helpende (Plus) al kunnen.
Van Helpende (Plus) naar Verzorgende IG
Ik kan de handeling uitvoeren… maar wat zie ik ondertussen?
This item has no instructions
Welke woorden passen voor jou bij de VIG-bril?
Gebruik dit als activering na de openingsslides. Verwachte woorden: observeren, signaleren, rapporteren, veilig, kijken, reageren, zelfstandig, hygiëne. Koppel kort terug aan de centrale lijn van de les.
Waarom doen we dit?
Jullie beginnen niet op nul.
Vanuit Helpende (Plus) kunnen jullie al veel.
Vandaag kijken we:
🟢 Wat beheers ik al?
🟠 Wat moet ik even opfrissen?
🔴 Wat wil ik nog oefenen?
Dit is geen examen.
Benadruk veiligheid om te leren: het doel is zichtbaar maken wat al stevig staat en wat nog aandacht vraagt.
De VIG-bril
Uitvoeren
↓
Observeren
↓
Signaleren
↓
Handelen
↓
Rapporteren
Helpende: Ik help meneer met opstaan.
VIG-bril: Ik help meneer met opstaan → ik zie dat hij duizelig wordt → ik reageer hierop → ik observeer verder → ik rapporteer wat er is gebeurd.
Dit is de kernlijn van de hele les. Gebruik steeds dezelfde woorden op latere dia's.
Hoe werkt de carrousel?
21 studenten
4 groepen van ongeveer 5–6 studenten
4 stations
ongeveer 15 minuten per station
Rollen
uitvoerder
zorgvrager
observator(s)
Na ongeveer 6–7 minuten: wissel indien mogelijk van uitvoerder.
Na 15 minuten: doorschuiven.
De uitgebreide opdrachten en formulieren liggen bij de stations. Benoem kort dat observatoren feedback geven met: goed, bijna, nog oefenen, plus 1 top en 1 tip.
Station 1: Persoonlijke basiszorg
werk hygiënisch
werk van schoon naar vuil
gebruik handschoenen wanneer nodig
bescherm privacy
werk ergonomisch
stimuleer wat iemand zelf kan
observeer tijdens de verzorging
Centrale gedachte:
Wat kun je allemaal observeren terwijl je iemand verzorgt?
Laat studenten vooral denken aan observeren tijdens de handeling: huid, pijn, stemming, benauwdheid, mobiliteit, zelfstandigheid, veranderingen.
Nabespreking station 1
Wat laat je mevrouw zelf doen?
Alles wat zij veilig zelf kan.
Waarom?
Zelfstandigheid behouden en stimuleren.
Rode plek op de stuit?
niet negeren
goed observeren
let op kleur, huid, pijn en druk
voorkom verdere druk waar passend
rapporteer en handel volgens afspraken
Kern:
Persoonlijke verzorging is óók een observatiemoment.
Noem ook: handschoenen bij kans op contact met lichaamsvloeistoffen, slijmvliezen of niet-intacte huid, en volgens de hygiëneafspraken. Handschoenen vervangen handhygiëne niet.
Wat laat je mevrouw bij basiszorg zelf doen?
Alles veilig zelf
Alleen gezicht wassen
Niets, jij neemt over
Alleen met handschoenen
Toets of studenten het principe van zelfstandigheid stimuleren begrijpen. De foutopties sluiten aan bij veelvoorkomende misvattingen: te veel overnemen of denken dat de handeling vooral om materiaal/handschoenen draait.
Wat kun je observeren tijdens persoonlijke verzorging?
Laat brede input verzamelen: huid, roodheid, wondjes, pijn, benauwdheid, stemming, gedrag, mobiliteit, zelfstandigheid, veranderingen. Gebruik de antwoorden als brug naar de kern: verzorging is ook een observatiemoment.
Station 2: Mobiliteit
laat iemand zoveel mogelijk zelf bewegen
zorg voor een veilige omgeving
zet hulpmiddelen goed klaar
let op je eigen houding
observeer tijdens het bewegen
Situatie:
Tijdens het opstaan zegt meneer:
Ik word duizelig.
Laat eerst reacties uit de groep komen. Stuur daarna naar veilig stoppen, steun geven, observeren en rapporteren.
Nabespreking station 2
Voor het opstaan let je op:
omgeving
schoeisel
hulpmiddel
houding
mogelijkheden van de zorgvrager
eventuele klachten
Bij duizeligheid:
stop de beweging
zorg dat meneer veilig zit of steun heeft
blijf bij hem
vraag wat hij voelt en observeer
handel of overleg volgens afspraken
rapporteer de gebeurtenis
Kern:
Veilig verplaatsen is blijven kijken naar de zorgvrager.
Noem bij observeren tijdens mobiliteit voorbeelden als balans, kracht, pijn, benauwdheid, looppatroon en vermoeidheid.
Wat doe je eerst als meneer duizelig wordt bij het opstaan?
Pols meteen meten
Verder laten lopen
Beweging stoppen
Direct rapporteren
Juiste eerste stap is veiligheid: stoppen en steun geven. De andere opties zijn later mogelijk relevant, maar niet als eerste actie.
Mobiliteit: volgorde van handelen
Bij duizeligheid stop je de beweging. Je zorgt dat meneer veilig zit of steun heeft. Daarna blijf je bij hem en observeer je verder.
Deze invuloefening herhaalt de veilige volgorde uit de nabespreking: stoppen, veilig laten zitten/steunen, bij de zorgvrager blijven, observeren.
Station 3: Voeding & vocht
zorg voor een goede houding
geef voldoende tijd
stimuleer zelfstandigheid
observeer hoeveel iemand eet en drinkt
let op kauwen en slikken
Situatie:
Mevrouw drinkt een paar slokken en begint meerdere keren te hoesten.
Wat kan dit betekenen?
Laat open dat hoesten kan passen bij een slikprobleem of verslikken, maar maak geen diagnose op basis van één observatie.
Nabespreking station 3
Een goede zithouding is belangrijk voor:
veiliger eten en drinken
minder risico op verslikken
beter slikken
Herhaald hoesten bij drinken kan betekenen:
Mogelijk een slikprobleem of verslikken.
Waar let je op?
moeite met slikken
stemverandering na drinken
benauwdheid
langzaam eten
vaak verslikken
verminderde intake
Kern:
Eten en drinken geven is tegelijk observeren.
Noem bij problemen: stop of pauzeer als het niet veilig lijkt, observeer, volg slik- en voedingsafspraken, rapporteer en overleg. Bij weinig drinken kun je letten op droge mond, donkere urine, weinig plassen en alertheid.
Mevrouw hoest steeds bij drinken. Wat kan dit betekenen?
Altijd misselijk
Mogelijk slikprobleem
Ze drinkt te weinig
De houding is goed
Benadruk dat 'mogelijk slikprobleem of verslikken' correct is, zonder direct een diagnose te stellen. De distractors zijn bewust plausibel maar te stellig of niet passend.
Voeding en vocht
Een goede zithouding maakt eten en drinken veiliger. Bij herhaald hoesten observeer je verder en let je op de intake van eten en drinken.
Alle drie de kernwoorden komen letterlijk uit de inhoud van station 3. Bespreek dat houding, hoesten en intake samen informatie geven.
Station 4: Vitale functies
Pols
frequentie
regelmaat
kracht
Ademhaling
frequentie
regelmaat
diepte
moeite met ademhalen
Bloeddruk
systolisch = bovendruk
diastolisch = onderdruk
Een getal zonder context zegt niet alles.
Koppel deze dia aan de VIG-bril: meten is uitvoeren, maar betekenis geven vraagt observeren, signaleren, handelen en rapporteren.
Nabespreking station 4
Casus
Meneer is duizelig en voelt zijn hart sneller kloppen.
Bloeddruk: 95/60 mmHg
Pols: 110/min
Zijn deze getallen genoeg?
Nee.
Je kijkt ook naar:
klachten
normale of eerdere waarden
medicatie
houding of activiteit
pijn of stress
vochtinname
algemene toestand
Kern:
Meet niet alleen een getal. Kijk naar de mens achter het getal.
Noem bij een opvallende waarde: controleer of goed is gemeten, kijk naar de zorgvrager, vraag naar klachten, vergelijk met eerdere waarden, handel of overleg volgens afspraken en urgentie, en rapporteer waarde plus observaties en acties.
Waarom zegt één meetwaarde niet genoeg?
Getallen zijn vaak fout
Context ontbreekt
Pols is onbelangrijk
Bloeddruk telt niet
De kern is context: klachten, eerdere waarden, medicatie, houding, vochtinname en algemene toestand. De andere opties zijn duidelijke misconcepties.
Waar kijk je nog meer naar behalve de getallen?
Bespreek dat studenten behalve de cijfers ook moeten noemen: klachten, eerdere/normale waarden, medicatie, houding of activiteit, pijn/stress, vochtinname, algemene toestand, andere vitale functies, correct meten, handelen/overleggen en rapporteren.
Wat hebben alle stations gemeen?
Bij alle vier de stations wil ik als VIG'er:
veilig werken
hygiënisch werken
communiceren
zelfstandigheid stimuleren
observeren
veranderingen herkennen
passend handelen
rapporteren
De handeling is maar een deel van goede zorg.
Verbind hier expliciet de stap van Helpende (Plus) naar Verzorgende IG.
Van Helpende naar VIG
Niet alleen:
Hoe voer ik dit uit?
Maar ook:
Wat zie ik?
Wat betekent dit?
Moet ik iets doen?
Wie moet dit weten?
Gebruik deze slotdia voor de gezamenlijke terugblik op sterke punten en oefenpunten. Houd het kort en koppel terug aan de centrale lijn van de les.
Waar voel jij je nu het sterkst in?
Basiszorg
Mobiliteit
Voeding en vocht
Vitale functies
This item has no instructions
Welke skill wil jij nog verder oefenen?
Reflectie op eigen leren. Goede antwoorden kunnen gaan over een station, observeren, signaleren, veilig handelen of rapporteren. Geen vaste goede of foute antwoorden.
Wat deed jij vandaag dat echt bij VIG past?
Laat studenten benoemen wat in hun gedrag of denken meer bij de rol van Verzorgende IG hoort, zoals observeren, veranderingen herkennen, reageren of rapporteren.
Begrippen
hygiënisch werken - Werken op een schone en veilige manier om besmetting te voorkomen.
ergonomisch werken - Werken met een goede houding en techniek om jezelf niet te overbelasten.
observeren - Goed kijken, luisteren en opmerken wat je ziet bij de zorgvrager.
signaleren - Herkennen dat iets afwijkt of aandacht nodig heeft.
rapporteren - Vastleggen of doorgeven wat je hebt gezien, gedaan en gemerkt.
vitale functies - Lichaamsfuncties zoals pols, ademhaling en bloeddruk.
zelfstandigheid - Wat iemand nog veilig zelf kan doen.
This item has no instructions