456HV les 1 project 2 "Schrijflab 010"

1 / 59
next
Slide 1: Slide
New lesson editorDutchSecondary Education

This lesson contains 59 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Waar denk je aan bij de stad Rotterdam?

Hoeveel inwoners telt Rotterdam in 2025?

30

second

A

95 990

B

672 960

C

232 880

D

874 440

Wie heeft er NIET gewoond in Rotterdam?

30

second

A

Frenna

B

Jandino Asporaat

C

Broederliefde

D

Ronnie Flex

Waarom denk jij dat zo veel buitenlanders ervoor kiezen om in Rotterdam te gaan wonen?

2

minute

00

second

Wat zie je op de afbeelding hiernaast?

30

second

A

de markthal

B

het timmerhuis

C

de Lijnbaan

D

Kubuswoningen

Welk museum zie je op de afbeelding hiernaast?

30

second

A

het rijksmuseum

B

het Museon

C

het Booijmans van Beuningen museum

D

Museum Speelklok

Wat zie je op de afbeelding hiernaast?

30

second

A

de Rotterdam

B

de Laurenskerk

C

de Euromast

D

de Van Nelle fabriek

Wat zijn dit?

30

second

A

kubuswoningen

B

de koopgoot

C

Willemsbrug

D

hotel New York

Hoe heet het oudste gebouw van het centrum van Rotterdam?

30

second

A

Concertgebouw

B

Laurenskerk

C

Sint-Lievenskerk

D

Oosterkerk Rotterdam

Hoe heet de Rotterdamse haven - de grootste zeehaven van Europa?

30

second

A

The Port of Rotterdam

B

de Haven van Rotterdam

C

de Roffa haven

D

de Rotjeknor haven

Bekijk de vlag van Rotterdam.

Roept de vlag bij jullie een speciaal gevoel op of gedachten?


Wat betekenen de kleuren?


De kleuren groen en wit zijn al vanaf de middeleeuwen de kleuren van Rotterdam, maar het aantal banen op Rotterdamse vlaggen varieerde.


Het groen verwijst naar het Hof van Wena

  • Staat ook voor groei, handel en voorspoed


Het wit symboliseert de Rotte.



Rotterdams motto en uitspraken

  • Sterker door strijd


  • Geen woorden maar

  • Niet lullen maar poetsen

Wat zijn de afkortingen voor Rotterdam?

30

second

A

Rotjeknor

B

010

C

Roffa

D

Damsko

Wat betekent het Rotterdamse woord ''Boterklokkie''?

30

second

A

Keukenklok

B

Glad gezicht

C

Duur horloge

D

Dat is een gebakje

Wat betekent de Rotterdamse uitspraak "Met je reet in de boter vallen?"

30

second

A

Door de mand vallen, mensen hebben je door

B

Geluk hebben

C

Vies worden

D

Pech hebben

Wat betekent de Rotterdamse uitspraak "Hé, niet zo mauwen"

30

second

A

niet zo zeuren

B

niet zo je mouwen oprollen

C

niet zo veel geluid maken

D

je maakt dieren geluiden

Wie bedoelen ze in Rotterdamse als ze het hebben over "de smeris"

30

second

A

de bakkers

B

de zwervers

C

de toeristen

D

de politie

Hoe heet deze lekkernij uit Rotterdam?

30

second

A

hopjes

B

maasstroompjes

C

stroopwafels

D

oliebollen

Welk gerecht komt uit Rotterdam?

30

second

A

de kapsalon

B

haring met uitjes

C

stamppot

D

pannekoeken

Voetbal

De kuip werd geopend in het jaar?

30

second

A

1937

B

1957

C

1927

D

1998

Doelen van het project

Aan het einde van dit project...

  1. weet je hoe een tekst opgebouwd moet worden.

  2. ken jij de kernbegrippen die horen bij het schrijven van een betoog/ beschouwing.

  3. kan jij een betoog/ beschouwing schrijven.

Wat is het verschil tussen een betoog en een beschouwing?

2

minute

00

second

Kernpunten betoog:

  • Heeft een standpunt (je mening over een stelling).

  • Argumenten onderbouwen je standpunt (feitelijk of logisch).

  • Schrijfstijl is overwegend subjectief.

  • Structuur:

    1. Inleiding: stelling/standpunt

    2. Middenstuk: argumenten (meestal 2–3)

    3. Tegenargument(en) weerleggen

    4. Conclusie: herhalen standpunt, slotzin

Bedenk een stelling voor een betoog

Kernpunten beschouwing:

  • Doel: verschillende kanten van een onderwerp belichten

  • Schrijfstijl: objectief, soms met lichte subjectieve tint.

  • Structuur:

    1. Inleiding: introduceer het onderwerp

    2. Middenstuk: bespreek verschillende meningen of voor- en nadelen

    3. Conclusie: samenvatting, vaak geen eigen standpunt of afweging

Bedenk een onderwerp / centrale vraag voor een beschouwing

  1. In een betoog: de stelling is wat je verdedigt. De vraag kan als inleiding dienen, maar de stelling is je duidelijke standpunt.

  2. In een beschouwing: de vraag kan het onderwerp zijn, maar het is geen standpunt, omdat je neutraal blijft.

5

minute

00

second

Wat gaan we doen?


  1. Tekstopbouw

  2. Schrijfdoelen

  3. Tekstsoorten & tekstdoelen

  1. Opbouw van een tekst: vul de lege plekken in.

Een tekst heeft altijd een titel. De titel geeft je vaak een hint over het onderwerp. De woorden in een tekst zijn gegroepeerd in alinea's. Een alinea is een deel van een tekst. Een tekst is vaak zó opgemaakt dat het duidelijk is dat bepaalde zinnen bij elkaar horen. Iedere alinea heeft een eigen deelonderwerp. Een nieuwe alinea begint altijd op een nieuwe regel. Tussen de alinea's kan een tekst ook een tussenkopje bevatten. Deze helpen je om deelonderwerpen te vinden.

titel
onderwerp
alinea
deelonderwerp
tussenkopje
deelonderwerpen

2

minute

00

second

Tekstopbouw: artikel - zakelijke brief - email

Bestaat uit:


  • Titel


  • Inleiding

  • Middenstuk

  • Slot


  • Afsluiting

Tekstopbouw:

artikel - zakelijke brief - email

Tekstopbouw: artikel - zakelijke brief - email

Tekstopbouw: artikel - zakelijke brief - email

Tekstopbouw: artikel - zakelijke brief - email

Tekstopbouw: artikel - zakelijke brief - email