AK3 Deltawerken

AK3 De Deltawerken
1 / 35
next
Slide 1: Slide
MaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes, text slides and 6 videos.

time-iconLesson duration is: 20 min

Items in this lesson

AK3 De Deltawerken

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Lesdoel
•Ik kan uitleggen wat de Deltawerken zijn 
•Ik weet waarom de Deltawerken zijn aangelegd
•Ik weet welke maatregelen Nederland heeft getroffen om zo’n ramp in de toekomst te voorkomen.

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Slide 3 - Video

This item has no instructions

   Vraag: 
   hoeveel keer per dag  is het eb? 
   hoeveel keer per dag is het vloed?

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Hoeveel keer per dag (dus 24 uur)
is het eb en vloed?
A
1x eb en 1x vloed
B
2x eb en 2x vloed
C
3x eb en 3x vloed
D
4x eb en 4x vloed

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

Voorkennis
1. De leerlingen weten wat eb en vloed is.

2. De leerlingen weten wat een noordwesterstorm is.

3. De leerlingen weten dat afvoerproblemen hebben 
     bij een hoge zeespiegel.

Slide 6 - Slide

Welke voorkennis is nodig voor het doel.
Controleer of de leerlingen deze voorkennis beheersten door het stellen van Controle van Begrip vragen
De watersnoodramp van 1953

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Slide 8 - Video

This item has no instructions







Het is 31 januari 1953. Een zware noorderstorm stuwt het Noordzeewater hoog op naar het zuiden. Het opgestuwde Noordzeewater kan niet weg want het Nauw van Calais is te smal. Toch gaan de meeste mensen die zaterdagavond gewoon naar bed. Er zijn al zo vaak stormen geweest en er is al zo lang niets gebeurd.......

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

De enkele mensen die het niet vertrouwen en naar de dijken lopen, zien iets griezeligs gebeuren, iets wat ze nog nooit eerder gezien hebben. Het is eb, maar ..... het water zakt niet ..... en het water staat al tot hoog aan de dijken!

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Er worden waarschuwingen doorgegeven op de radio, maar omdat er op zaterdagavond nooit uitzendingen waren, hoort niemand het.
Het wordt vloed, springvloed! En de storm zwelt aan tot orkaankracht. Bovendien draait de orkaan naar het noordwesten. Daardoor wordt het water recht de zeegaten van Zeeland en Zuid-Holland ingeduwd!

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Om 3 uur 's nachts breekt de eerste dijk. Op honderden plaatsen stroomt het water over de dijken! Vele andere dijken breken ook. Met een enorme vaart en kracht stroomt het water de polders en de huizen binnen! Mensen vluchten naar boven, naar de zolder en op de daken.

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Urenlang stroomt de zee het land in. Het zoute water sleurt alles mee. Telefoonlijnen worden verbroken. Daardoor weet de rest van Nederland pas in de loop van de zondag dat er die nacht een enorme ramp heeft plaatsgevonden. 1835 mensen en vele tienduizenden dieren verdronken tijdens die watersnoodramp in 1953.

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Informatie over de watersnoodramp
  • In de nacht van zaterdag 31 januari 1953 op zondag 1 februari 1953
  • Storm, windkracht 12, orkaankracht 
  • Hoge waterstand van de zee
  • Water komt met kracht tegen de dijken aan
  • Dijken kunnen het niet aan
  • 02:00 uur
  • Hoge golven (vloedgolven)
  • De kracht van het water
  • Telefoonverbindingen kapot
  • Hulp uit andere landen
  • 2e vloedgolf
  • Ruim 1.800 mensen overleden
  • Ruim 72.000 mensen zijn hun huis kwijt

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

springvloed / springtij
De hoogte van de zeespiegel wordt bepaald door de aantrekkingskracht van zon en maan op het water. Als zon, maan en aarde op één lijn staan is deze aantrekkingskracht het grootst en spreekt men van springtij
De wind kan het water met vloed nog hoger opstuwen en wanneer het boven bepaalde hoogte komt, is sprake van stormvloed
Valt de storm ook nog samen met springtij, dan komt het water nog hoger. Dit noemt men springvloed.

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Springtij  en storm
Springtij treedt eens in de ongeveer 15 dagen op, het ontstaat wanneer de zon, de maan en de aarde in een rechte lijn staan, dus tijdens nieuwe maan en volle maan. Springtij komt daarom tweemaal per maand voor.

Als er tijdens het springtij ook een storm is, kan het water hoog extreem worden. Dat gebeurde in 1953.

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Slide 17 - Video

This item has no instructions

Slide 18 - Video

This item has no instructions

Deltawerken

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Dijken

Heuvels gebouwd door mensen, om de zee tegen te houden.

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Duinen

Zandbergen gemaakt door de natuur, die de zee tegenhouden.

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Zeearm

De plekken waar het zeewater ver het land instroomt.

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Dam


Soort dijk in een zeearm, die dwars in het water ligt.

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Stormvloed
kering

Soort dam die open en dicht kan.

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Slide 29 - Video

This item has no instructions

Maaslandkering

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Oosterscheldekering

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Brouwersdam

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Rest van de les: afmaken grafiek

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Slide 34 - Video

This item has no instructions

Wanneer was de watersnoodramp?
A
1945
B
1953
C
1950
D
1955

Slide 35 - Quiz

This item has no instructions