Hoe communiceer ik op een correcte manier op school en in mijn omgeving?

Hoe communiceer ik op een correcte manier op school en in mijn omgeving?

1 / 26
next
Slide 1: Slide
New lesson editorPedagogisch handelenSecundair onderwijsBeroepssecundair onderwijsLeerjaar 3

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Hoe communiceer ik op een correcte manier op school en in mijn omgeving?

De les opent breed: leerlingen herkennen dat ze thuis, op school en bij vrienden anders praten. Dat dagelijkse verschil vormt de opstap naar gepaste, respectvolle communicatie.

Lesdoel

Ik kan mijn communicatie aanpassen aan de situatie en op een correcte, respectvolle manier een duidelijke schoolmail opstellen.

This item has no instructions

Welke woorden passen voor jou bij correcte schoolcommunicatie?

Gebruik de woordwolk om voorkennis te activeren. Verwachte woorden: respect, duidelijk, beleefd, toon, mail, leerkracht, standaardtaal.

Sociale en communicatieve vaardigheden

Sociale en communicatieve vaardigheden helpen je om goed met anderen te communiceren.


Ze gaan niet alleen over wat je zegt, maar ook over hoe je iets zegt.


Daarbij spelen toon, woordkeuze, houding en respect een grote rol.

Benadruk dat communiceren meer is dan praten alleen: ook luisteren, reageren en rekening houden met de ander horen erbij.

Je communiceert niet overal hetzelfde

In je omgeving neem je verschillende rollen aan:

  • thuis

  • op school

  • bij vrienden

  • in de sportclub


De situatie bepaalt mee hoe je spreekt en schrijft.

This item has no instructions

Je rol beïnvloedt je communicatie

De rol die je aanneemt, beïnvloedt hoe je communiceert.


Als leerling spreek je een leerkracht anders aan dan een vriend. Je kiest dus niet zomaar woorden: je houdt rekening met de relatie met de ander.

Leg het verschil uit tussen gelijke en ongelijke relaties. Bij een leerkracht is er meer afstand en verwacht men een verzorgde, beleefde aanpak.

Aangepaste communicatie

Goede communicatie past bij:


  • de persoon met wie je spreekt

  • de plaats of context

  • het doel van je boodschap

  • de afspraken die gelden

Koppel dit aan concrete schoolvoorbeelden: in de klas, op Smartschool, tijdens een stagegesprek of in een groepswerk.

Formeel communiceren

Formeel communiceren is eerder zakelijk.


Je relatie tot de ontvanger is meer afstandelijk, daarom gebruik je een beleefde toon en standaardtaal. Dat past bijvoorbeeld bij communicatie met leerkrachten of andere volwassenen op school.

Benadruk dat formeel niet hetzelfde is als kil. Het gaat om beleefd, duidelijk en verzorgd communiceren.

Kenmerken van formeel taalgebruik

Bij formeel communiceren let je op:

  • beleefde aanspreking

  • duidelijke zinnen

  • standaardtaal

  • verzorgd taalgebruik

  • respectvolle toon

This item has no instructions

Informeel communiceren

  • Informeel communiceren doe je met iemand die je goed kent.

  • Je communiceert spontaan en losser. Dat past bijvoorbeeld bij vrienden of mensen uit je directe omgeving.

Maak duidelijk dat informeel niet betekent dat alles kan. Ook in informele situaties blijft respect belangrijk.

Wanneer informeel past

Informele communicatie herken je aan:


  • een losse toon

  • vertrouwde aanspreking

  • spontane reacties

  • minder afstand tussen de gesprekspartners

Je kunt hier kort laten vergelijken: wat klinkt gepast bij vrienden, maar niet in een bericht aan een leerkracht?

Respectvol in elke situatie

Je past je communicatie aan aan de situatie en aan de mensen met wie je samen bent of samenwerkt.


Belangrijk is dat je steeds respectvol communiceert en afspraken naleeft. Dat geldt zowel mondeling als schriftelijk.

Dit is de kernzin van de les. Laat horen dat 'gepast' en 'respectvol' belangrijker zijn dan 'formeel' of 'informeel' op zich.

Wat bepaalt mee hoe je spreekt en schrijft?

A

de situatie

B

je humeur

C

je leeftijd

D

je stemvolume

Sluit aan bij de slides over rol, context en doel. De afleiders zijn bewust alledaagse factoren die leerlingen soms verwarren met gepaste communicatie.

Vul de kernwoorden aan

Goede communicatie past bij de persoon met wie je spreekt, de plaats of context en het doel van je boodschap. In een formele situatie gebruik je een beleefde toon en standaardtaal. Toch blijf je ook in informele gesprekken steeds respectvol.

persoon
context
standaardtaal
respectvol
vriend
omgeving
dialect
grappig

Alle ingevulde woorden komen letterlijk uit het eerste lesblok en zijn dragende begrippen.

Waarom spreek je een leerkracht anders aan dan een vriend?

Bespreek dat een sterk antwoord verwijst naar relatie, context, doel en afspraken. Leerlingen kunnen bv. noemen dat je tegen een leerkracht beleefder en verzorgder communiceert dan tegen vrienden.

Een goede schoolmail

Een goede e-mail stel je altijd op een verzorgde manier op.


De boodschap moet duidelijk, beleefd en overzichtelijk zijn. Zo begrijpt de ontvanger snel wat je bedoelt en kom je professioneel over.

Gebruik hier het woord 'schoolmail' als vaste term voor e-mails aan leerkrachten of schoolmedewerkers.

Het onderwerp van je mail

Vul een kort maar duidelijk onderwerp in.


Het onderwerp zegt meteen waarover je bericht gaat. Zo weet de ontvanger sneller wat hij of zij kan verwachten.

Benadruk dat een leeg of vaag onderwerp onprofessioneel overkomt en het moeilijker maakt om de mail juist te verwerken.

De opening van je mail

Begin met een gepaste begroeting en een korte introductie waarin je jezelf voorstelt.


Daarna leg je helder uit wat het doel van je e-mail is. De lezer moet meteen begrijpen waarom je schrijft.

Wijs erop dat leerlingen niet altijd herkend worden aan een e-mailadres alleen; daarom is jezelf voorstellen functioneel, niet overbodig.

Je vraag of verzoek

Formuleer je vraag of verzoek:

  • duidelijk

  • beleefd

  • concreet


Zo begrijpt de ontvanger precies wat je bedoelt.

Je kunt hier het verschil benoemen tussen een onduidelijke vraag en een concrete vraag, zonder er een oefening van te maken.

De afsluiting van je mail

Sluit je bericht af met een vriendelijke groet en zet er altijd je volledige naam bij.

Op die manier toon je respect en zorg je ervoor dat je e-mail professioneel en verzorgd overkomt.

Benadruk dat de afsluiting deel is van de beleefdheid, niet zomaar een formaliteit.

Wat hoort bij een goede schoolmail?

A

losse toon

B

duidelijke opbouw

C

vage onderwerpregel

D

bijnaam onderaan

Toetst of leerlingen de kenmerken van een verzorgde schoolmail herkennen en informele fouten kunnen uitsluiten.

Vul de onderdelen van de schoolmail aan

Een goede schoolmail begint met een kort maar duidelijk onderwerp. In de opening gebruik je een gepaste begroeting en stel je jezelf kort voor. Daarna formuleer je je vraag of verzoek duidelijk en beleefd. Op het einde zet je een vriendelijke groet en je volledige naam.

onderwerp
begroeting
verzoek
volledige naam
bijlage
afspraak
roepnaam
slotzin

Herneemt de vaste onderdelen uit slides 11 tot 15 zonder nieuwe voorbeelden toe te voegen.

Waarom is een duidelijke schoolmail belangrijk?

Bespreek dat de beste antwoorden verwijzen naar duidelijkheid, beleefdheid, overzicht en professioneel overkomen. Laat leerlingen eventueel koppelen aan een concreet onderdeel zoals onderwerpregel of afsluiting.

Wat is één ding dat jij uit deze les wilt onthouden?

Reflectievraag zonder juiste of foute antwoorden. Laat leerlingen één concreet inzicht benoemen uit de les.

Wat hielp jou het meest om deze les te begrijpen?

Reflectievraag over het leerproces. Mogelijke antwoorden: voorbeelden, vergelijking formeel/informeel, opbouw van een schoolmail, kernwoorden op de slides.

Welk onderdeel vond jij nog het moeilijkst?

Reflectievraag om moeilijkheden zichtbaar te maken. Gebruik de antwoorden om kort terug te koppelen voor de begrippenlijst start.