Hoe communiceer ik op een correcte manier op school en in mijn omgeving?
Hoe communiceer ik op een correcte manier op school en in mijn omgeving?
De les opent breed: leerlingen herkennen dat ze thuis, op school en bij vrienden anders praten. Dat dagelijkse verschil vormt de opstap naar gepaste, respectvolle communicatie.
Lesdoel
Ik kan mijn communicatie aanpassen aan de situatie en op een correcte, respectvolle manier een duidelijke schoolmail opstellen.
This item has no instructions
Welke woorden passen voor jou bij correcte schoolcommunicatie?
Gebruik de woordwolk om voorkennis te activeren. Verwachte woorden: respect, duidelijk, beleefd, toon, mail, leerkracht, standaardtaal.
Sociale en communicatieve vaardigheden
Sociale en communicatieve vaardigheden helpen je om goed met anderen te communiceren.
Ze gaan niet alleen over wat je zegt, maar ook over hoe je iets zegt.
Daarbij spelen toon, woordkeuze, houding en respect een grote rol.
Benadruk dat communiceren meer is dan praten alleen: ook luisteren, reageren en rekening houden met de ander horen erbij.
Je communiceert niet overal hetzelfde
In je omgeving neem je verschillende rollen aan:
thuis
op school
bij vrienden
in de sportclub
De situatie bepaalt mee hoe je spreekt en schrijft.
This item has no instructions
Je rol beïnvloedt je communicatie
De rol die je aanneemt, beïnvloedt hoe je communiceert.
Als leerling spreek je een leerkracht anders aan dan een vriend. Je kiest dus niet zomaar woorden: je houdt rekening met de relatie met de ander.
Leg het verschil uit tussen gelijke en ongelijke relaties. Bij een leerkracht is er meer afstand en verwacht men een verzorgde, beleefde aanpak.
Aangepaste communicatie
Goede communicatie past bij:
de persoon met wie je spreekt
de plaats of context
het doel van je boodschap
de afspraken die gelden
Koppel dit aan concrete schoolvoorbeelden: in de klas, op Smartschool, tijdens een stagegesprek of in een groepswerk.
Formeel communiceren
Formeel communiceren is eerder zakelijk.
Je relatie tot de ontvanger is meer afstandelijk, daarom gebruik je een beleefde toon en standaardtaal. Dat past bijvoorbeeld bij communicatie met leerkrachten of andere volwassenen op school.
Benadruk dat formeel niet hetzelfde is als kil. Het gaat om beleefd, duidelijk en verzorgd communiceren.
Kenmerken van formeel taalgebruik
Bij formeel communiceren let je op:
beleefde aanspreking
duidelijke zinnen
standaardtaal
verzorgd taalgebruik
respectvolle toon
This item has no instructions
Informeel communiceren
Informeel communiceren doe je met iemand die je goed kent.
Je communiceert spontaan en losser. Dat past bijvoorbeeld bij vrienden of mensen uit je directe omgeving.
Maak duidelijk dat informeel niet betekent dat alles kan. Ook in informele situaties blijft respect belangrijk.
Wanneer informeel past
Informele communicatie herken je aan:
een losse toon
vertrouwde aanspreking
spontane reacties
minder afstand tussen de gesprekspartners
Je kunt hier kort laten vergelijken: wat klinkt gepast bij vrienden, maar niet in een bericht aan een leerkracht?
Respectvol in elke situatie
Je past je communicatie aan aan de situatie en aan de mensen met wie je samen bent of samenwerkt.
Belangrijk is dat je steeds respectvol communiceert en afspraken naleeft. Dat geldt zowel mondeling als schriftelijk.
Dit is de kernzin van de les. Laat horen dat 'gepast' en 'respectvol' belangrijker zijn dan 'formeel' of 'informeel' op zich.
Wat bepaalt mee hoe je spreekt en schrijft?
de situatie
je humeur
je leeftijd
je stemvolume
Sluit aan bij de slides over rol, context en doel. De afleiders zijn bewust alledaagse factoren die leerlingen soms verwarren met gepaste communicatie.
Vul de kernwoorden aan
Goede communicatie past bij de persoon met wie je spreekt, de plaats of context en het doel van je boodschap. In een formele situatie gebruik je een beleefde toon en standaardtaal. Toch blijf je ook in informele gesprekken steeds respectvol.
Alle ingevulde woorden komen letterlijk uit het eerste lesblok en zijn dragende begrippen.
Waarom spreek je een leerkracht anders aan dan een vriend?
Bespreek dat een sterk antwoord verwijst naar relatie, context, doel en afspraken. Leerlingen kunnen bv. noemen dat je tegen een leerkracht beleefder en verzorgder communiceert dan tegen vrienden.
Een goede schoolmail
Een goede e-mail stel je altijd op een verzorgde manier op.
De boodschap moet duidelijk, beleefd en overzichtelijk zijn. Zo begrijpt de ontvanger snel wat je bedoelt en kom je professioneel over.
Gebruik hier het woord 'schoolmail' als vaste term voor e-mails aan leerkrachten of schoolmedewerkers.
Het onderwerp van je mail
Vul een kort maar duidelijk onderwerp in.
Het onderwerp zegt meteen waarover je bericht gaat. Zo weet de ontvanger sneller wat hij of zij kan verwachten.
Benadruk dat een leeg of vaag onderwerp onprofessioneel overkomt en het moeilijker maakt om de mail juist te verwerken.
De opening van je mail
Begin met een gepaste begroeting en een korte introductie waarin je jezelf voorstelt.
Daarna leg je helder uit wat het doel van je e-mail is. De lezer moet meteen begrijpen waarom je schrijft.
Wijs erop dat leerlingen niet altijd herkend worden aan een e-mailadres alleen; daarom is jezelf voorstellen functioneel, niet overbodig.
Je vraag of verzoek
Formuleer je vraag of verzoek:
duidelijk
beleefd
concreet
Zo begrijpt de ontvanger precies wat je bedoelt.
Je kunt hier het verschil benoemen tussen een onduidelijke vraag en een concrete vraag, zonder er een oefening van te maken.
De afsluiting van je mail
Sluit je bericht af met een vriendelijke groet en zet er altijd je volledige naam bij.
Op die manier toon je respect en zorg je ervoor dat je e-mail professioneel en verzorgd overkomt.
Benadruk dat de afsluiting deel is van de beleefdheid, niet zomaar een formaliteit.
Wat hoort bij een goede schoolmail?
losse toon
duidelijke opbouw
vage onderwerpregel
bijnaam onderaan
Toetst of leerlingen de kenmerken van een verzorgde schoolmail herkennen en informele fouten kunnen uitsluiten.
Vul de onderdelen van de schoolmail aan
Een goede schoolmail begint met een kort maar duidelijk onderwerp. In de opening gebruik je een gepaste begroeting en stel je jezelf kort voor. Daarna formuleer je je vraag of verzoek duidelijk en beleefd. Op het einde zet je een vriendelijke groet en je volledige naam.
Herneemt de vaste onderdelen uit slides 11 tot 15 zonder nieuwe voorbeelden toe te voegen.
Waarom is een duidelijke schoolmail belangrijk?
Bespreek dat de beste antwoorden verwijzen naar duidelijkheid, beleefdheid, overzicht en professioneel overkomen. Laat leerlingen eventueel koppelen aan een concreet onderdeel zoals onderwerpregel of afsluiting.
Wat is één ding dat jij uit deze les wilt onthouden?
Reflectievraag zonder juiste of foute antwoorden. Laat leerlingen één concreet inzicht benoemen uit de les.
Wat hielp jou het meest om deze les te begrijpen?
Reflectievraag over het leerproces. Mogelijke antwoorden: voorbeelden, vergelijking formeel/informeel, opbouw van een schoolmail, kernwoorden op de slides.
Welk onderdeel vond jij nog het moeilijkst?
Reflectievraag om moeilijkheden zichtbaar te maken. Gebruik de antwoorden om kort terug te koppelen voor de begrippenlijst start.