15 juni

Wat doen we vandaag?
  • Vragen grammatica?
  • Herhalen grammatica
  • Bespreken HB 105, mandata 11 en 12 oneven
  • Bespreken HB blz. 36, opdracht 20, 22 b en c, 23.
  • Vervolg Les 44
1 / 30
next
Slide 1: Slide
LatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 30 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

Wat doen we vandaag?
  • Vragen grammatica?
  • Herhalen grammatica
  • Bespreken HB 105, mandata 11 en 12 oneven
  • Bespreken HB blz. 36, opdracht 20, 22 b en c, 23.
  • Vervolg Les 44

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Vragen Grammatica?

Slide 4 - Open question

Geen vragen (meer)?
  • Maak maar twee rijtjes.... 

Slide 5 - Slide


Hulpboek blz. 114
Werkwoord- Coniunctivus in bijzinnen



Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide


Hulpboek blz. 105
Mandatum 11 en 12 (oneven).



Slide 17 - Slide

Mandatum 11

  • 1 Wanneer jij hulp nodig zult hebben, zal ik jou altijd helpen.
  • 2 Nadat de gasten waren aangekomen, zijn ze naar de eetkamer geleid.
  • 3 De jongen was blij, omdat hij door zijn vader werd geprezen.
  • 4 Hoewel de man de vrouw vaak had gezien, wist hij toch haar naam niet.
  • 5 Mijn broer heeft mij geholpen, zoals hij had beloofd.
  • 6 Zodra de gast binnenkwam, heeft een slavin zich tot hem gewend en een beker vol met wijn aan hem aangeboden.

Slide 18 - Slide

Mandatum 11

  • 7 De meester heeft een slaaf naar de markt gestuurd, om wijn te kopen.
  • 8 Met luid geschreeuw speelden de kinderen buiten, zodat de woorden van moeder nauwelijks door vader werden gehoord.
  • 9 De storm was zo hevig, dat in het bos veel bomen werden vernield.
  • 10 De arme burgers hebben hun uitgaven gespaard, met de bedoeling dat later geld niet voor hen ontbrak/zou ontbreken.
  • 11 De arme burger vreesden, dat later geld voor hen ontbrak/zou ontbreken.

Slide 19 - Slide

Mandatum 12 (oneven)

  • 1 De vader heeft slaven gestuurd, om zijn zonen te zoeken.
  • 3 De vrienden zagen niet waarheen de jongens renden.
  • 5 De leider vertelde, hoe de soldaten de brede rivier hadden overgestoken.
  • 7 De jongens hebben zo snel mogelijk gerend, om het gevaar te ontvluchten.
  • 9 De jongens renden te weinig snel (= te traag), zodat ze het gevaar niet ontvluchtten.

Slide 20 - Slide

Mandatum 12 (oneven)

  • 11 Niemand wist, waarvandaan de gevangengenomen vijanden naar Rome geleid waren.
  • 13 Ik ben meteen gekomen, nadat jij mij had geroepen.

Slide 21 - Slide

Claudius


Lees Tekstboek blz. 156
Hulpboek blz. 36
Opdracht  20, 22 b en c, 23.

Slide 22 - Slide

Opdracht 20
  • Buitenlands: Hij slaagde erin om Brittania te veroveren en hij stelde orde op zaken aan de noordgrens van het Romeinse Rijk door de Rijn definitief als grens aan te wijzen.
  • Binnenlands: Hij breidde het burgerrecht uit en stichtte tal van kolonies; hij legde een nieuwe haven aan bij Ostia; hij reorganiseerde het staatsbestuur door het instellen van ministeries onder leiding van vrijgelatenen.

Slide 23 - Slide

Opdracht 22b
  • Tres milites (r. 1) = drie soldaten
  • narra (r. 8) = vertel
  • quid (r. 8) = wat
  • invaserunt (r. 13) = zij drongen binnen
  • praedam (r. 14) = buit
  • pedes hominis (r. 17) = de voeten van een man
  • condidisset (r. 18 = hij had zich verborgen
  • Metu (r. 20) = angst
  • sustulimus (r. 27) = wij hebben opgetild
  • Imperator noster (r. 28) = onze keizer

Slide 24 - Slide

Opdracht 22c
  • Metu (r. 20) = angst
  • sustulimus (r. 27) = wij hebben opgetild
  • Imperator noster (r. 28) = onze keizer

Slide 25 - Slide

Opdracht 22c
  • Eigen verwerking, bijvoorbeeld: Drie soldaten vertellen elkaar verhalen. Een van hen vertelt dat hij ooit met anderen een huis is binnengedrongen op zoek naar buit. Daar zag hij de voeten van een man (Claudius?) die zich had verborgen. Deze was erg bang. Deze man hebben hij en zijn metgezellen opgetild en ‘onze keizer’ genoemd.

Slide 26 - Slide

Opdracht 23
  • a. A Vertel ons: ‘Wat heb jij ooit voor het vaderland gedaan? B Vertel ons, wat jij ooit voor het vaderland gedaan hebt!
  • b. Twee van de volgende antwoorden:
  • - De eerste bestaat uit twee hoofdzinnen, de tweede uit een hoofd- en een bijzin. 
  • - In de eerste zin staan aanhalingstekens, in de tweede niet. 
  • - In de eerste zin staat een vraagteken, in de tweede een uitroepteken.

Slide 27 - Slide

Opdracht 23
  • c. Fecisti is een indicativus. Dan moet feceris een coniunctivus zijn.
  • d. (met de bedoeling) dat ik jou redde/om jou te redden.

Slide 28 - Slide


Hulpboek blz. 112
Werkwoord- Werkwoord vormen van de 
coniunctivus prs / ipf / pqp



Slide 29 - Slide

Aan het werk.
  • Leer de grammatica van Thema 1 t/m 7 
  • Maak: HB blz. 38, opdracht 24 en 28

Slide 30 - Slide