2026 Les 05 start bloedsomloop + Lymfe en afweersysteem

Bloedsomloop + lymfestelsel +afweersysteem

3.2.3 t/m 3.2.5 + 3.5 
blz. 62 t/m 65 + 71 t/m 75
KOFA - AVENTUS

1 / 45
next
Slide 1: Slide
BiologieMBOStudiejaar 2

This lesson contains 45 slides, with interactive quizzes, text slides and 10 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Bloedsomloop + lymfestelsel +afweersysteem

3.2.3 t/m 3.2.5 + 3.5 
blz. 62 t/m 65 + 71 t/m 75
KOFA - AVENTUS

Slide 1 - Slide

Aanmelden LessonUp

Slide 2 - Slide

Vandaag
Welkom + absentie
Filmpjes met vragen
Tip: maak aantekeningen bij de filmpjes
Afsluiting

Slide 3 - Slide

DE BLOEDSOMLOOP

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

Bestanddelen van het bloed
1
2
3
4
Witte bloedcel
Rode bloedcel
Plasma
Bloedplaatje

Slide 7 - Drag question

Bloedplasma heeft
als taak?
A
hormonen vervoeren
B
voedingsstoffen vervoeren
C
afvalstoffen vervoeren
D
alle genoemde stoffen vervoeren

Slide 8 - Quiz

Witte bloedcellen
Rode bloedcellen
Bloedplaatjes
Voeren zuurstof
Eten virussen
Stollen bloed

Slide 9 - Drag question

Volgende slide kijken tot 0:56-het hart

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Video

Dubbele bloedsomloop:
kleine bloedsomloop
Rechterkant hart--> longen --> linkerkant hart


grote bloedsomloop
Linkerkant hart --> rest van het lichaam --> rechterkant hart

Bloed stroomt 2x door het hart per ronde.

blauw = zuurstofarm
rood = zuurstofrijk

linkerkant
Rechterkant

Slide 12 - Slide

Zuurstofarm -
kleine bloedsomloop
Zuurstofrijk -
grote bloedsomloop
Zuurstofrijk -
kleine bloedsomloop
Zuurstofarm-
grote bloedsomloop

Slide 13 - Drag question

Slide 14 - Video

Slagader
Haarvat
Ader
Kleinste bloedvat, een cellaag dik, tussen twee andere bloedvaten
Dik, gespierd en elastisch bloedvat weggaand van het hart
Dunner. minder elastisch, met kleppen, richting het hart

Slide 15 - Drag question

Aders
Slagaders
Haarvaten
Gaat naar het hart toe
Gaat van het hart af
Kleinste bloedvaten, geeft voedingsstoffen af

Slide 16 - Drag question

Welk van de onderstaande kenmerken hoort bij een SLAGADER?
A
Stroomt naar het hart
B
Wand is één cellaag dik
C
De druk is hoog
D
Vervoert veel CO2

Slide 17 - Quiz

Filmpje op de volgende slide
Bekijken van 3:05 - 5:06

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Video

Lymfe stroomt sneller dan bloed
A
waar
B
niet waar
C
soms

Slide 20 - Quiz

  • Functie: vocht terugbrengen naar bloed (komt in ader onder sleutelbeen in bloedbaan)
  • Lymfeknopen/klieren zuiveren lymfe
  • Milt, amandelen, zwezerik horen bij lymfestelsel
Lymfestelsel
Als het lymfestelsel niet goed werkt

Slide 21 - Slide

Ontwikkeling van bloedcellen
Veel (platte) botten gevuld
met beenmerg.
--> rode en witte bloedcellen 
worden gemaakt.

Milt en zwezerik: hier ontwikkelen de witte bloedcellen zich verder. 

Slide 22 - Slide

Wat is de functie van een lymfeknoop?
A
Lymfe verzamelen
B
Lymfe zuiveren
C
Lymfe afbreken
D
Lymfe opnemen

Slide 23 - Quiz

Slide 24 - Video

Weefselvloeistof
bloedplasma
Lymfe

Slide 25 - Slide

Wat bevindt zich niet in weefselvloeistof ?
A
witte bloedcellen
B
afvalstoffen
C
rode bloedcellen
D
zuurstof

Slide 26 - Quiz

Juist of onjuist
In weefselvloeistof komen hormonen voor.
A
juist
B
onjuist

Slide 27 - Quiz

4 afweerlinies: 
1. Mechanische afweer
Bestaat uit:
  • huid
  • slijmvliezen in luchtwegen

Slide 28 - Slide

De huid hoort bij het afweersysteem
A
Goed
B
Fout

Slide 29 - Quiz

Slide 30 - Video

2e linie: cellulaire afweer
  • Witte bloedcellen vangen lichaamsvreemde stoffen





Slide 31 - Slide

3e linie: molecularie afweer
Kost aantal dagen. 

Witte bloedcellen maken antistoffen

En geheugencellen, bij nieuwe infectie reageren de witte bloedcellen direct, gevolg niet ziek, maar --> immuun



Zijn instaat om antigenen te herkennen

Slide 32 - Slide

je lichaam herkent lichaamsvreemde cellen door dat deze
A
andere antistoffen hebben
B
er anders uit zien
C
andere antigenen hebben

Slide 33 - Quiz

Hoe zien de antigenen van een coronavirus eruit?
A
Spijkertjes (spikes)
B
Bolletjes
C
Puntjes

Slide 34 - Quiz

Wat is natuurlijke immuniteit?
A
je bent gevaccineerd en hebt daardoor antistoffen tegen de ziekte.
B
Je bent ziek geweest en hebt daardoor antistoffen tegen de ziekte.
C
je bent immuun door een vaccinatie
D
je bent immuun zonder ziek geweest te zijn.

Slide 35 - Quiz

Slide 36 - Video

Slide 37 - Video

Slide 38 - Video

Een vaccin bevat:
A
Antistoffen
B
Geïnactiveerde ziekteverwekkers
C
Witte bloedcellen
D
Een hormoon dat immuniteit opwekt

Slide 39 - Quiz

Hoe kun je immuun worden?
A
Door een vaccinatie
B
Door te sporten
C
Door fruit te eten
D
Door al een keer eerder dezelfde ziekte te hebben gehad

Slide 40 - Quiz

4e linie: geneesmiddelen
bijvoorbeeld antibiotica 
Geneesmiddelen kunnen bijwerkingen hebben.

Slide 41 - Slide

Slide 42 - Video

Wat is een allergie?
A
Overgevoeligheid voor bepaalde stoffen
B
Lagere gevoeligheid voor bepaalde stoffen
C
Dat je gestoken wordt door een insect

Slide 43 - Quiz

Afsluiting

Ik ben weer een stukje wijzer geworden
Ik vond het een lastige les
Ik heb nog aanvulling op wat verteld is
Ik wil nog iets mededelen/ vragen
ik vond deze manier van les krijgen leuk

Slide 44 - Poll

Je hebt het lang volgehouden, goed gedaan!


Slide 45 - Slide