Toets Levensvragen en levensbeschouwing Versie A

 Toets: Versie A 
Verkenning van levensvragen en levensbeschouwing
1 / 20
next
Slide 1: Slide
GodsdiensttestMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1-3

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

 Toets: Versie A 
Verkenning van levensvragen en levensbeschouwing

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Toets Periode 3 Christendom
10 meerkeuzevragen

Slide 2 - Slide

This item has no instructions


Wat is het verschil tussen godsdienst, levensbeschouwing ?
A
Levensbeschouwing is altijd over God, godsdienst niet
B
Ze zijn precies hetzelfde, er is geen verschil
C
Godsdienst gaat over een geloof in God, levensbeschouwing kan ook zonder geloof in God zijn
D
Levensbeschouwing gaat alleen over natuur, godsdienst over God

Slide 3 - Quiz

This item has no instructions


Wat is het verschil tussen bestaanservaringen en gewone ervaringen?
A
Alledaagse onderwerpen tegenover diepere zingeving
B
Gewone ervaringen zijn emotioneel, terwijl bestaanservaringen rationeel zijn
C
Eenduidig antwoord tegenover persoonlijke betekenis
D
Gewone ervaringen zijn plezierig, terwijl bestaanservaringen pijnlijk zijn

Slide 4 - Quiz

This item has no instructions


Wat is het verschil tussen een gewone vraag en een levensvraag?
A
Een gewone vraag gaat over gewone dingen, terwijl een levensvraag gaat over zingeving
B
Een gewone vraag kun je aan iedereen stellen, een is levensvraag alleen aan jezelf gericht
C
Een gewone vraag heeft een eenduidig antwoord, terwijl een levensvraag geen antwoord heeft
D
Een gewone vraag gaat over het verleden, terwijl een levensvraag over de toekomst gaat

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions


Wat kenmerkt een levensbeschouwelijke vraag?
A
Het moet beantwoord worden door een expert in filosofie
B
Het gaat alleen over praktische alledaagse problemen
C
Het gaat altijd over religieuze onderwerpen
D
Het heeft te maken met de zin van het leven en persoonlijke waarden

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions


Wat voor soort vraag is "Wat wil ik later worden als ik groot ben?"
A
Gewone vraag
B
Levensvraag
C
Levensbeschouwelijke vraag
D
Rekenvraag

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions


Welke vraag gaat over wat er na de dood gebeurt?
A
Gewone vraag
B
Levensvraag
C
Levensbeschouwelijke vraag
D
Rekenvraag

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions


Wat wordt bedoeld met symbolische tijd in religies?
A
Tijd als een belangrijk iets
B
Tijd die symbolen gebruikt
C
Tijd door seizoenen en feestdagen
D
Tijd gemeten met een klok

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions


Hoe zien christenen de eindtijd?
A
Als een periode van wereldwijde vrede en harmonie
B
Als een tijd van oordeel en vrede door Jezus Christus
C
Als een fase van wetenschappelijke vooruitgang
D
Als een tijd van politieke veranderingen

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions


Hoe zien moslims tijd?
A
Als een cirkel
B
Als een vierkant
C
Als een rechte lijn
D
Als een driehoek

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions


Hoe zien boeddhisten tijd?
A
Als een cirkel
B
Als een vierkant
C
Als een rechte lijn
D
Als een driehoek

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Toets Periode 3 Christendom
10 waar/ niet waar vragen

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

WAAR
NIET
WAAR
Joden geloven niet in een leven na de dood.
Natuurlijke elementen is alles wat niet door mensen is gemaakt.
Niet - natuurlijke elementen zijn door mensen gemaakt.
Elke levensbeschouwing is religieus.
De evolutietheorie en de Bijbel geven de zelfde antwoorden op de vraag "Wie is de mens"?

Slide 14 - Drag question

This item has no instructions

WAAR
NIET
WAAR
In het christendom en in de islam komt Jezus terug in de eindtijd.
Het hindoeïsme  en boeddhisme zien tijd als een cirkel.
Religie is precies hetzelfde als levensbeschouwing.
Het ondergaan van een operatie is een voorbeeld van lichamelijk lijden.
Iemand verliezen aan een nare ziekte is een voorbeeld van geestelijk lijden.

Slide 15 - Drag question

This item has no instructions

Toets Periode 3 Christendom
1 sleepvraag

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Jodendom
Christendom
boeddhisme
Islam
hindoeïsme 
Door geloof in Jezus ga je naar de hemel.
De ziel leeft voort bij God na de dood.
Al het leven is lijden.
De ziel gaat naar het paradijs of de hel, afhankelijk van je daden.
Door het ontwikkelen van goed karma bereik je moksja.

Slide 17 - Drag question

This item has no instructions

Toets Periode 3 Christendom
2 openvragen

Slide 18 - Slide

This item has no instructions


3 openvragen
Benoem de 6 soorten levensvragen.

Slide 19 - Open question

Antwoord: 
De zes levensvragen zijn:

Wat is echt belangrijk?
Wie ben ik?
Hoe moet ik leven met anderen?
Wat is de betekenis van lijden en dood?
Wat is tijd?
Wat is natuur?

3 openvragen
De  Bijbelse opvatting en de evolutietheorie verschillen in hun antwoord op de vraag  "Wie is de mens"?
Geef 2 verschillen.

Slide 20 - Open question

Antwoord: 

Oorsprong:
Bijbel: Mensen zijn direct door God geschapen.
Evolutietheorie: Mensen zijn geëvolueerd uit gemeenschappelijke voorouders.

Proces:
Bijbel: Schepping door God is een directe handeling.
Evolutietheorie: Evolutie is een langzaam proces over miljoenen jaren.

Doel:
Bijbel: Mensen hebben een speciale relatie met God en een doel.
Evolutietheorie: Evolutie heeft geen inherent doel, het draait om aanpassing en overleving.

Menselijke status:
Bijbel: Mensen hebben een unieke status als beelddragers van God.
Evolutietheorie: Mensen zijn een van de vele soorten die zijn geëvolueerd.