Tumult: Hoe begrijp je wat je leest?

Tumult: Leerstrategieën

Hoe begrijp je wat je leest? 
1 / 27
next
Slide 1: Slide
StudievaardighedenVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Tumult: Leerstrategieën

Hoe begrijp je wat je leest? 

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

Startopdracht
Op mijn teken kijk 5 seconden naar de tekst op de volgende slide.

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Wat viel je op van de tekst?
 Wat zag je?

Slide 5 - Slide

Waar denk jij dat de tekst over gaat?

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Lesdoelen

Na deze les kun je:

  1. voorspellen waar een tekst over gaat;
  2. moeilijke woorden in een tekst begrijpen;
  3. de kernzinnen uit een tekst halen;
  4. vragen over een tekst beantwoorden 

Slide 8 - Slide

Open je werkboek Tumult op 
blz. 26

Maak oef. 1b

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Kernopdracht 1
  • Lees de tekst: 'Lees eens een boek' één keer helemaal door, op blz. 27. 
  • Kom je iets tegen wat je niet snapt? Gewoon doorlezen!!
  • Klaar met lezen? Armen over elkaar. 

Slide 11 - Slide

Ronde 2
  • We gaan klassikaal de eerste alinea van de tekst lezen. 
  • Sta stil bij het eerste moeilijke woord. 
  • Roep STOP als je een moeilijk word hoort.
  • We gaan  het informatie blok gebruiken om hiermee te leren omgaan. 

Slide 12 - Slide

Maak individueel opdracht 2b
op blz. 29
timer
5:00

Slide 13 - Slide

Klassikaal 
het informatieblok 
"Ronde #3" lezen op blz. 30

Slide 14 - Slide

Kernopdracht 2
  • Vorm drietallen. 
  • Jullie gaan dezelfde tekst nog een keer lezen. Tijdens het lezen letten jullie alle drie op iets anders.

Leerling 1- ik markeer de hoofdzaken in de tekst.
Leerling 2- Ik omcirkel moeilijke woorden.
Leerling 3- Ik bedenk bij iedere alinea een vraag waarop het antwoord in de alinea staat. 
timer
8:00

Slide 15 - Slide

Filmpje tekstbegrip

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Video

"Nog twee uur te gaan, maar je mobiel is al bijna leeg." Is dit een hoofdzaak of een bijzaak?
A
Bijzaak
B
Hoofdzaak

Slide 18 - Quiz

"Het is wetenschappelijk bewezen dat lezen goed voor je is."
Is dit een hoofdzaak of een bijzaak?
A
Bijzaak
B
Hoofdzaak

Slide 19 - Quiz

Hoeveel redenen geeft de tekst waarom lezen nuttig is?
A
Vier redenen
B
Drie redenen

Slide 20 - Quiz

"Je leest heel veel woorden als je een boek leest."
Is dit een hoofdzaak of een bijzaak?
A
Hoofdzaak
B
Bijzaak

Slide 21 - Quiz

Waarom is lezen een soort sport voor je brein?
A
Je krijgt er een beter geheugen van.
B
Je traint je hersenen ermee.

Slide 22 - Quiz

"Het werkt zelfs beter dan en rondje lopen of naar rustige muziek luisteren." Is dit een hoofdzaak of een bijzaak?
A
Hoofdzaak
B
Bijzaak

Slide 23 - Quiz

Wat past het beste bij de betekenis van 'varianten'?
A
Soorten
B
Winkels

Slide 24 - Quiz

Hoeveel nieuwe Nederlandse boeken komen er elk jaar in Nederland bij?
A
Ongeveer 16 duizend
B
Meer dan een miljoen

Slide 25 - Quiz

Wat past het beste bij de betekenis van toegankelijk?
A
De ingang
B
Te gebruiken

Slide 26 - Quiz

Einde van de les

Slide 27 - Slide