Examen Lean en creatief innoveren
Examen Lean en creatief innoveren
Open de les met het totaalplaatje: dit examen gaat niet alleen om een idee bedenken, maar om een onderbouwd verbetervoorstel én het kunnen verantwoorden van je keuzes.
Lesdoel
Ik kan uitleggen hoe het examen Lean en creatief innoveren is opgebouwd, wat er van mij verwacht wordt tijdens de presentatie en het examengesprek, en waarop ik beoordeeld word.
This item has no instructions
Welke woorden passen volgens jou bij dit Lean-examen?
Gebruik de woordwolk om voorkennis op te halen. Let op woorden als klant, verbeteren, lean, creatief, presentatie, analyse en examengesprek.
Wat is dit examen?
Je past lean en creatief denken toe op een echt bedrijfsproces.
Je onderzoekt hoe dat proces voor een klant verbeterd kan worden.
Je werkt toe naar een voorstel voor een oplossing.
Daarna laat je in een gesprek zien waarom je bepaalde keuzes hebt gemaakt.
Het examen bestaat dus uit doen, presenteren en verantwoorden.
Benadruk dat de kandidaat eerst de instructie voor de examenkandidaat moet lezen. Dat is een expliciete voorwaarde uit de exameninformatie.
Het eindresultaat
Een verbetervoorstel voor een bedrijfsproces
Gericht op de gewenste richting van de klant
Gepresenteerd aan de klant
Daarna toegelicht en verantwoord in het examengesprek
Maak duidelijk dat het resultaat niet alleen het product is, maar ook de onderbouwing van het proces erachter.
De kern van de opdracht
De opdracht loopt van probleemverkenning naar oplossing. Je spreekt eerst met de klant over de gewenste verbetering, onderzoekt daarna de huidige situatie, bedenkt mogelijke oplossingen met lean en creatief denken, kiest de beste optie en werkt die uit tot een voorstel dat de klant helpt om een weloverwogen keuze te maken.
This item has no instructions
Welke werkprocessen laat je zien?
D1-K1-W1: Ontwikkelt een inventieve mindset
D1-K1-W2: Verbetert lean en creatief (bedrijfs)processen
In het examen moet je dus laten zien dat je creatief denkt én gericht verbetert.
Je aanpak moet passen bij een beginnende beroepsbeoefenaar op mbo 3-4 niveau.
Leg uit dat deze werkprocessen de beroepsbasis onder het examen vormen. Studenten hoeven de codes niet uit het hoofd te kennen, maar wel te begrijpen wat ze in gedrag moeten laten zien.
Wat hoort bij het eindresultaat van dit examen?
Alleen een analyse
Een verbetervoorstel én verantwoording
Alleen een portfolio
Een theorietoets
Toetst de kern van slides 2-5: het gaat om een voorstel voor verbetering én het kunnen verantwoorden van keuzes.
Vul de kern van de opdracht aan
In dit examen onderzoek je hoe een bedrijfsproces verbeterd kan worden. Je werkt toe naar een verbetervoorstel en laat daarna in een examengesprek zien waarom je bepaalde keuzes hebt gemaakt.
De drie kernwoorden komen letterlijk terug in de uitleg van het examen en helpen studenten het totaalproces te onthouden.
Stap 1: de klant en de wens
Je start met een gesprek met de klant.
Daarin verken je de gewenste richting van de verbetering.
Je onderzoekt wat de klant belangrijk vindt.
Dit vormt het vertrekpunt voor je verdere analyse en je oplossing.
Benadruk dat studenten niet te snel in oplossingen moeten schieten. Eerst moet de wens of richting van de klant helder zijn.
Stap 2: de huidige situatie onderzoeken
Onderzoek het huidige proces.
Analyseer waar knelpunten, verspilling of onduidelijkheden zitten.
Verzamel input van betrokken partijen.
Je analyse moet de basis vormen voor je keuzes later.
Koppel dit aan lean: zonder inzicht in de huidige situatie is een verbetering niet goed te onderbouwen.
Stap 3: oplossingen bedenken
Zoek naar oplossingen die passen bij de wens van de klant.
Gebruik hierbij lean principes en creatief denken.
Betrek de input van anderen in je afweging.
Denk niet alleen aan een origineel idee, maar ook aan uitvoerbaarheid.
Noem dat creatief denken hier niet los staat van lean: de oplossing moet vernieuwend zijn én bijdragen aan verbetering van het proces.
Stap 4: kiezen en uitwerken
Kies de beste oplossing.
Werk die uit in een voorstel.
Dat kan bijvoorbeeld met een maquette, storyboard of simulatieprogramma.
De uitwerking moet de klant helpen om jouw idee echt te begrijpen.
Benadruk dat de vorm vrij kan zijn, zolang die passend is voor de oplossing en ondersteunend werkt aan de uitleg.
Stap 5: presenteren en verantwoorden
Klantgesprek → analyse → oplossingen → keuze en uitwerking → presentatie → examengesprek
In de presentatie laat je zien wat je voorstelt. In het examengesprek leg je uit hoe je tot dat voorstel bent gekomen en waarom je bepaalde lean en creatieve keuzes hebt gemaakt.
This item has no instructions
Algemene voorwaarden
Je voert de opdracht zelfstandig uit.
Je moet overleg en samenwerking kunnen initiëren of organiseren.
Je hebt toegang nodig tot middelen om je oplossing vorm te geven.
Er moet een computer met internet beschikbaar zijn.
Er moet een geschikte presentatieruimte en een rustige gespreksruimte zijn.
Maak duidelijk dat dit randvoorwaarden zijn voor een eerlijke en uitvoerbare examinering.
Waarom begin je eerst bij de klantwens?
Bespreek dat een sterk antwoord noemt: eerst klantwens verkennen, dan huidige situatie analyseren, daarna oplossingen bedenken en pas dan kiezen. Voorkom te snel in oplossingen schieten.
Wat doe je direct na het gesprek met de klant?
Presenteren
Huidige situatie onderzoeken
Resultaat invoeren
Beoordeling bespreken
Toetst of studenten de volgorde van de processtappen begrijpen uit slides 6-10.
Vul de processtappen aan
Na het gesprek met de klant onderzoek je de huidige situatie. Daarna bedenk je oplossingen met lean en creatief denken. Vervolgens kies je de beste optie en werk je die uit in een voorstel.
Leg na afloop kort de logische lijn terug: analyseren, bedenken, kiezen, uitwerken.
Examenopdracht 1: Presentatie
Je presenteert jouw verbetervoorstel aan de klant.
Je onderbouwt het zo dat de klant een keuze kan maken.
Tijdsbestek: 15 minuten.
Beoordelaar: BPV examinator.
Leg uit dat de presentatie inhoudelijk beoordeeld wordt; presentatievaardigheden op zichzelf zijn niet het hoofddoel van dit examen.
Afname van de presentatie
Er moet een ruimte zijn waarin de presentatie kan plaatsvinden.
Je moet middelen hebben om te presenteren, zoals een laptop en beamer.
De groepsgrootte is maximaal 4 kandidaten tegelijk.
De examinator bewaakt de tijd en noteert waarnemingen.
Noem dat de examinator indien nodig vragen mag stellen om een criterium goed te kunnen beoordelen.
Waar let de examinator op?
De beoordeling gebeurt op basis van de criteria uit de observatielijst.
De examinator onderbouwt het oordeel met waarnemingen.
Het examenresultaat krijg je niet direct na afloop.
Na verwerking is het resultaat te zien in MijnCapabel, tabblad 'voortgang'.
This item has no instructions
Presentatiecriterium 1
De kandidaat heeft zijn voorstel op de juiste manier gepresenteerd.
Indicatoren:
het voorstel is overtuigend gepresenteerd;
er is passende visuele ondersteuning gebruikt om het verhaal te verduidelijken.
Licht toe dat 'op de juiste manier' hier gekoppeld is aan overtuigingskracht en passende ondersteuning, niet aan showelementen.
Presentatiecriterium 2
De kandidaat heeft zijn verbetervoorstel deskundig toegelicht.
Indicatoren:
uitgangssituatie helder en onderbouwd;
meetbare en haalbare doelen;
toegevoegde waarde van de oplossing;
duidelijke onderbouwing van het voorstel.
Benadruk dat hier de inhoud van de toelichting centraal staat: van startsituatie naar doelen, meerwaarde en argumentatie.
Hoe lang duurt de presentatie?
10 minuten
15 minuten
20 minuten
30 minuten
Sluit aan op slides 12-16. 20 minuten hoort bij het examengesprek en is dus een plausibele afleider.
Vul de presentatiecriteria aan
Bij de presentatie wordt gekeken of je voorstel overtuigend is gepresenteerd. Ook gebruik je passende visuele ondersteuning. Verder moet je meetbare en haalbare doelen noemen en de toegevoegde waarde van je oplossing uitleggen.
De blanks zijn de dragende termen uit de observatielijst voor de presentatie.
Wat lijkt jou het lastigst in de presentatie?
Uitgangssituatie uitleggen
Doelen formuleren
Meerwaarde onderbouwen
Visuele steun kiezen
This item has no instructions
Examenopdracht 2: Examengesprek
Na de presentatie volgt het examengesprek.
Je verantwoordt de keuzes in je lean en creatieve processtappen.
Tijdsbestek: 20 minuten.
Beoordelaar: schoolexaminator.
Maak onderscheid tussen de twee onderdelen: presentatie = voorstel toelichten, examengesprek = proces en keuzes verantwoorden.
Afname van het examengesprek
Het gesprek vindt plaats in een geschikte, rustige ruimte.
De examinator kan vragen stellen als dat nodig is.
Ook hier wordt gewerkt met de observatielijst.
Het resultaat wordt later verwerkt in MijnCapabel.
This item has no instructions
Wat moet je in het gesprek kunnen uitleggen?
Welke processtappen je hebt toegepast en waarom
Hoe je de huidige situatie hebt geanalyseerd
Hoe je hebt samengewerkt met betrokken partijen
Welke lean en creatieve instrumenten en technieken je hebt gebruikt
Van welke modellen je gebruik hebt gemaakt en waarom
Dit is de kern van criterium 1 van het examengesprek. Studenten moeten niet alleen benoemen wat ze deden, maar ook waarom dat passend was.
Beoordeling in het examengesprek
Elk beoordelingscriterium heeft één of meer indicatoren.
Elke indicator is even relevant.
Samen bepalen de indicatoren het oordeel over het criterium.
De beoordeling gaat over de inhoud van het examengesprek en niet over je portfolio.
Leg uit dat studenten dus gericht moeten kunnen terugkijken op hun aanpak en keuzes, in plaats van alleen materiaal laten zien.
De observatielijst
De observatielijst is het document waarmee examinatoren hun waarnemingen vastleggen. Daarin staan per onderdeel de beoordelingscriteria, de indicatoren en ruimte voor onderbouwing. Er wordt uitsluitend beoordeeld op basis van deze criteria.
Benadruk dat studenten hun voorbereiding slim kunnen richten op precies deze punten uit de observatielijst.
O, V en G betekenen
Onvoldoende (O): criterium niet aangetoond; er zijn fouten of cruciale fouten.
Voldoende (V): criterium aangetoond; er zijn soms kleine fouten, maar die worden meestal hersteld.
Goed (G): meer dan verwacht aangetoond; de kandidaat handelt als een ervaren beroepsbeoefenaar.
Maak het verschil tussen V en G concreet: bij G gaat het om zichtbaar sterk en professioneel handelen, niet alleen om 'geen fouten'.
Wanneer ben je geslaagd?
Goed: minimaal 51% van alle criteria is met goed beoordeeld en de overige met voldoende.
Voldoende: alle criteria zijn minimaal voldoende.
Onvoldoende: ten minste één criterium is onvoldoende.
Leg uit dat één onvoldoende al betekent dat het eindresultaat onvoldoende is.
Waar draait dit examen echt om?
Een passende verbetering voor een klant
Onderbouwd met analyse
Gebaseerd op lean en creatief denken
Duidelijk gepresenteerd
Goed verantwoord in het gesprek
Gebruik deze slide als samenvattende landing: inhoud, aanpak en verantwoording horen allemaal bij dit examen.
Wie beoordeelt het examengesprek?
Klant
BPV examinator
Schoolexaminator
Projectgroep
Controleert een belangrijk onderscheid tussen de twee examendelen.
Vul de beoordeling aan
In het examengesprek leg je uit welke processtappen je hebt toegepast en waarom. De beoordeling gebeurt met een observatielijst. Voor een eindresultaat voldoende moeten alle criteria minimaal voldoende zijn.
Verbindt slides 17-24: gesprek, observatielijst en eindbeoordeling.
Welk onderdeel wil jij extra voorbereiden voor het gesprek?
Bespreek dat goede antwoorden verwijzen naar de observatielijst, processtappen, analyse, samenwerking, gekozen instrumenten/modellen en het verschil tussen V en G.
Wat heb je vandaag het duidelijkst geleerd?
Reflectievraag zonder goed of fout. Laat studenten concreet benoemen wat ze nu begrijpen over opbouw, eisen of beoordeling van het examen.
Welk deel van dit examen vind jij nog lastig?
Reflectievraag zonder goed of fout. Gebruik antwoorden om te bepalen welk onderdeel nog extra uitleg nodig heeft.
Begrippenlijst
lean - manier van werken waarbij je processen slimmer en efficiënter verbetert
creatief denken - doelgericht nieuwe ideeën en oplossingen bedenken
bedrijfsproces - reeks werkzaamheden waarmee een organisatie iets uitvoert of levert
verbetervoorstel - uitgewerkt plan om een proces in de gewenste richting te verbeteren
huidige situatie - hoe het proces op dit moment verloopt
betrokken partijen - mensen of groepen die invloed hebben op of geraakt worden door het proces
observatielijst - beoordelingsdocument waarin criteria, indicatoren en waarnemingen staan
This item has no instructions
Begrippenlijst
beoordelingscriterium - onderdeel waarop jouw prestatie beoordeeld wordt
indicator - concreet signaal of bewijs dat laat zien of je aan een criterium voldoet
presentatie - examendeel waarin je jouw oplossing aan de klant toelicht
examengesprek - examendeel waarin je jouw keuzes en processtappen verantwoordt
BPV examinator - praktijkbeoordelaar die de presentatie beoordeelt
schoolexaminator - beoordelaar vanuit school die het examengesprek afneemt
MijnCapabel - online omgeving waarin het verwerkte examenresultaat zichtbaar wordt
This item has no instructions