Je ademt

Je ademt

1 / 30
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBiologieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 2

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Je ademt

This item has no instructions

Leerdoel

Ik kan uitleggen hoe je met je buik en borst ademhaalt.

De gebruiker gaf meerdere doelen. Volgens de instructie kies ik één leerdoel dat het best past bij de subonderwerpen. De andere doelen komen terug in de inhoud van de les.

Welk woord past voor jou bij ademen?

Gebruik deze woordwolk om voorkennis op te halen. Vraag kort door op woorden als zuurstof, longen, neus, lucht of buik.

Ademen doe je de hele dag

  • Je lichaam heeft steeds zuurstof nodig

  • Bij ademen neem je lucht op en geef je lucht af

  • Zuurstof gaat naar je bloed

  • Koolstofdioxide gaat uit je bloed terug naar buiten

Open bij een herkenbare ervaring: ook in rust adem je door. Leg nog niet diep uit hoe gaswisseling werkt; dat volgt later.

Het ademhalingsstelsel

De lucht gaat door een vaste route in je lichaam:


neus of mond → keelholte → strottenhoofd → luchtpijp → bronchiën → longen

Gebruik consequent het woord ademhalingsstelsel. Benoem dat de bronchiën de twee grote vertakkingen van de luchtpijp zijn.

Belangrijke delen

  • Neus: maakt lucht warmer, vochtiger en schoner

  • Luchtpijp: voert lucht naar de longen

  • Bronchiën: verdelen lucht over beide longen

  • Longen: hier vindt gaswisseling plaats

Houd het functioneel: structuur hoort bij functie. Laat leerlingen de delen niet alleen opzeggen, maar koppelen aan wat elk deel doet.

Diep in de longen

In de longen zitten veel kleine vertakkingen en longblaasjes.


De longblaasjes hebben een heel dunne wand. Daardoor kunnen gassen snel worden uitgewisseld tussen lucht en bloed.

Noem eventueel dat de longen een groot uitwisselingsoppervlak hebben door de vele longblaasjes. Dat helpt bij het begrip van snelle opname van zuurstof.

Welk deel verdeelt de lucht over beide longen?

A

bronchiën

B

neus

C

luchtpijp

D

keelholte

Toetst de route van de lucht en de functie van de bronchiën. Luchtpijp is een logische afleider, omdat die lucht wel vervoert maar nog niet verdeelt.

Vul de juiste woorden in

Lucht gaat via de neus of mond naar binnen. Daarna gaat de lucht door de luchtpijp en komt in de bronchiën. In de longen zitten longblaasjes waar gassen worden uitgewisseld.

neus
luchtpijp
bronchiën
longblaasjes
keelholte
ribben
middenrif
borstholte

Alleen kernwoorden uit het eerste subtopic: route van de lucht en plaats van gaswisseling.

Borstademhaling

  • Bij inademen gaan je ribben omhoog en naar buiten

  • Je borstkas wordt groter

  • De longen krijgen meer ruimte

  • Lucht stroomt naar binnen

Koppel beweging aan gevolg: grotere borstkas betekent meer ruimte voor de longen. Houd het mechanisch en zichtbaar.

Buikademhaling

  • Het middenrif trekt samen en gaat omlaag

  • De buik komt iets naar voren

  • De borstholte wordt groter

  • Lucht stroomt naar binnen

Benadruk dat buikademhaling eigenlijk door het middenrif gebeurt. De buik beweegt mee doordat organen iets worden verplaatst.

Uitademen

Bij uitademen gebeurt het omgekeerde:


  • ribben zakken

  • het middenrif gaat omhoog

  • de borstholte wordt kleiner

  • lucht gaat naar buiten

Voorkom de misvatting dat longen zelf actief lucht naar buiten duwen. Verandering van ruimte in de borstholte is de kern.

Borst of buik?

Je gebruikt meestal borstademhaling en buikademhaling samen.


Bij rustig ademen zie je vaak meer beweging van de buik. Bij sneller of dieper ademen helpen de borstspieren extra mee.

Dit onderscheid maakt de twee ademvormen niet kunstmatig los van elkaar. In werkelijkheid werken ze samen.

Wat gebeurt er bij buikademhaling tijdens inademen?

A

ribben zakken

B

middenrif omlaag

C

borstholte kleiner

D

lucht naar buiten

Controleert of leerlingen buikademhaling koppelen aan het middenrif en niet verwarren met uitademen.

Wat zie je bij rustig ademen meestal het best bewegen?

1

de buik

2

de schouders

3

de armen

4

de hals

This item has no instructions

Maak de uitleg compleet

Bij borstademhaling gaan de ribben omhoog en naar buiten. Daardoor wordt de borstholte groter. Bij buikademhaling trekt het middenrif samen. Bij uitademen gebeurt juist het omgekeerde.

ribben
borstholte
middenrif
omgekeerde
bronchiën
longblaasjes
keelholte
zuurstof

Herhaalt de mechanische samenhang: beweging van ribben en middenrif verandert de ruimte in de borstholte.

Hoe zuurstof in je bloed komt

Lucht met zuurstof komt in de longblaasjes. Rond elk longblaasje liggen kleine bloedvaatjes.


Zuurstof gaat door de dunne wand van het longblaasje naar het bloed.

Noem hier nog niet te veel details over diffusie als term als dat niet nodig is voor dit niveau. Het mechanisme moet vooral begrijpelijk zijn.

Gaswisseling

longblaasje met zuurstofrijke lucht → zuurstof naar het bloed

bloed met koolstofdioxide → koolstofdioxide naar het longblaasje


Zo neemt je bloed zuurstof op en raak je afvalgas kwijt.

Gebruik deze slide als causale samenvatting van twee richtingen tegelijk. Leg uit dat koolstofdioxide een afvalstof van cellen is.

Wat doet het bloed daarna?

  • Het bloed vervoert zuurstof door je lichaam

  • Cellen gebruiken zuurstof om energie vrij te maken

  • Daarbij ontstaat koolstofdioxide

  • Dat gaat weer met het bloed terug naar de longen

Houd de koppeling met verbranding in cellen eenvoudig. Het doel is de kringloop van zuurstof en koolstofdioxide begrijpen.

Waar gaat zuurstof naar het bloed?

A

in de bronchiën

B

in de luchtpijp

C

in de longblaasjes

D

in de keelholte

Toetst de plek van gaswisseling. Afleiders komen uit dezelfde route van het ademhalingsstelsel.

Vul de kernwoorden in

In de longblaasjes komt lucht met zuurstof. Zuurstof gaat door de dunne wand naar het bloed. Koolstofdioxide gaat vanuit het bloed terug naar het longblaasje.

longblaasjes
wand
bloed
longblaasje
luchtpijp
ribben
neus
middenrif

Leg de nadruk op twee richtingen van gaswisseling: zuurstof naar het bloed, koolstofdioxide terug naar het longblaasje.

Waarom gaat koolstofdioxide terug naar de longen?

Bespreek dat cellen zuurstof gebruiken om energie vrij te maken en dat daarbij koolstofdioxide ontstaat. Dat koolstofdioxide gaat met het bloed terug naar de longen.

Waarom door je neus ademen?

  • De neus filtert stof en vuil

  • De neus verwarmt de lucht

  • De neus maakt de lucht vochtiger

  • Dat is prettiger en beter voor je longen

Verbind dit met de functie van neusharen, slijm en doorbloeding zonder te technisch te worden.

Mondademhaling is minder gunstig

Als je door je mond ademt, wordt de lucht minder goed schoongemaakt, verwarmd en bevochtigd.


Daardoor kunnen keel en luchtwegen sneller droog of geïrriteerd raken.

Maak duidelijk dat mondademhaling soms nodig is, bijvoorbeeld bij sporten of een verstopte neus, maar dat neusademhaling meestal beter is.

Samenvatting

  • Lucht gaat via neus, keel, luchtpijp en bronchiën naar de longen

  • In de longblaasjes komt zuurstof in het bloed

  • Bij buikademhaling werkt vooral het middenrif

  • Bij borstademhaling bewegen vooral de ribben

  • Ademen door je neus beschermt je longen

Gebruik deze slide om de centrale lijn van de les nog één keer samen te brengen.

Waarom is ademen door je neus meestal beter?

A

meer lucht tegelijk

B

lucht wordt gefilterd

C

longen worden kleiner

D

hartslag wordt lager

De juiste keuze sluit aan bij filteren, verwarmen en bevochtigen. Andere opties zijn veelvoorkomende verkeerde koppelingen.

Maak de samenvatting af

De neus filtert stof en vuil. Ook wordt de lucht verwarmd en vochtiger gemaakt. Ademen door je mond is daarom meestal minder gunstig.

neus
verwarmd
vochtiger
mond
bronchiën
kouder
droger
longblaasjes

Controleert de drie functies van de neus en het contrast met mondademhaling.

Wat heb jij vandaag geleerd over ademhalen?

This item has no instructions

Welk deel vond jij het lastigst om te begrijpen?

This item has no instructions

Begrippen

ademhalingsstelsel - alle organen die zorgen voor in- en uitademen

luchtpijp - buis die lucht naar de bronchiën voert

bronchiën - vertakkingen van de luchtpijp naar de longen

longen - organen waarin gaswisseling plaatsvindt

longblaasjes - kleine blaasjes in de longen met een dunne wand

middenrif - spier onder de longen die helpt bij ademhalen

gaswisseling - uitwisseling van zuurstof en koolstofdioxide

This item has no instructions