Je ademt
Je ademt
This item has no instructions
Leerdoel
Ik kan uitleggen hoe je met je buik en borst ademhaalt.
De gebruiker gaf meerdere doelen. Volgens de instructie kies ik één leerdoel dat het best past bij de subonderwerpen. De andere doelen komen terug in de inhoud van de les.
Welk woord past voor jou bij ademen?
Gebruik deze woordwolk om voorkennis op te halen. Vraag kort door op woorden als zuurstof, longen, neus, lucht of buik.
Ademen doe je de hele dag
Je lichaam heeft steeds zuurstof nodig
Bij ademen neem je lucht op en geef je lucht af
Zuurstof gaat naar je bloed
Koolstofdioxide gaat uit je bloed terug naar buiten
Open bij een herkenbare ervaring: ook in rust adem je door. Leg nog niet diep uit hoe gaswisseling werkt; dat volgt later.
Het ademhalingsstelsel
De lucht gaat door een vaste route in je lichaam:
neus of mond → keelholte → strottenhoofd → luchtpijp → bronchiën → longen
Gebruik consequent het woord ademhalingsstelsel. Benoem dat de bronchiën de twee grote vertakkingen van de luchtpijp zijn.
Belangrijke delen
Neus: maakt lucht warmer, vochtiger en schoner
Luchtpijp: voert lucht naar de longen
Bronchiën: verdelen lucht over beide longen
Longen: hier vindt gaswisseling plaats
Houd het functioneel: structuur hoort bij functie. Laat leerlingen de delen niet alleen opzeggen, maar koppelen aan wat elk deel doet.
Diep in de longen
In de longen zitten veel kleine vertakkingen en longblaasjes.
De longblaasjes hebben een heel dunne wand. Daardoor kunnen gassen snel worden uitgewisseld tussen lucht en bloed.
Noem eventueel dat de longen een groot uitwisselingsoppervlak hebben door de vele longblaasjes. Dat helpt bij het begrip van snelle opname van zuurstof.
Welk deel verdeelt de lucht over beide longen?
bronchiën
neus
luchtpijp
keelholte
Toetst de route van de lucht en de functie van de bronchiën. Luchtpijp is een logische afleider, omdat die lucht wel vervoert maar nog niet verdeelt.
Vul de juiste woorden in
Lucht gaat via de neus of mond naar binnen. Daarna gaat de lucht door de luchtpijp en komt in de bronchiën. In de longen zitten longblaasjes waar gassen worden uitgewisseld.
Alleen kernwoorden uit het eerste subtopic: route van de lucht en plaats van gaswisseling.
Borstademhaling
Bij inademen gaan je ribben omhoog en naar buiten
Je borstkas wordt groter
De longen krijgen meer ruimte
Lucht stroomt naar binnen
Koppel beweging aan gevolg: grotere borstkas betekent meer ruimte voor de longen. Houd het mechanisch en zichtbaar.
Buikademhaling
Het middenrif trekt samen en gaat omlaag
De buik komt iets naar voren
De borstholte wordt groter
Lucht stroomt naar binnen
Benadruk dat buikademhaling eigenlijk door het middenrif gebeurt. De buik beweegt mee doordat organen iets worden verplaatst.
Uitademen
Bij uitademen gebeurt het omgekeerde:
ribben zakken
het middenrif gaat omhoog
de borstholte wordt kleiner
lucht gaat naar buiten
Voorkom de misvatting dat longen zelf actief lucht naar buiten duwen. Verandering van ruimte in de borstholte is de kern.
Borst of buik?
Je gebruikt meestal borstademhaling en buikademhaling samen.
Bij rustig ademen zie je vaak meer beweging van de buik. Bij sneller of dieper ademen helpen de borstspieren extra mee.
Dit onderscheid maakt de twee ademvormen niet kunstmatig los van elkaar. In werkelijkheid werken ze samen.
Wat gebeurt er bij buikademhaling tijdens inademen?
ribben zakken
middenrif omlaag
borstholte kleiner
lucht naar buiten
Controleert of leerlingen buikademhaling koppelen aan het middenrif en niet verwarren met uitademen.
Wat zie je bij rustig ademen meestal het best bewegen?
de buik
de schouders
de armen
de hals
This item has no instructions
Maak de uitleg compleet
Bij borstademhaling gaan de ribben omhoog en naar buiten. Daardoor wordt de borstholte groter. Bij buikademhaling trekt het middenrif samen. Bij uitademen gebeurt juist het omgekeerde.
Herhaalt de mechanische samenhang: beweging van ribben en middenrif verandert de ruimte in de borstholte.
Hoe zuurstof in je bloed komt
Lucht met zuurstof komt in de longblaasjes. Rond elk longblaasje liggen kleine bloedvaatjes.
Zuurstof gaat door de dunne wand van het longblaasje naar het bloed.
Noem hier nog niet te veel details over diffusie als term als dat niet nodig is voor dit niveau. Het mechanisme moet vooral begrijpelijk zijn.
Gaswisseling
longblaasje met zuurstofrijke lucht → zuurstof naar het bloed
bloed met koolstofdioxide → koolstofdioxide naar het longblaasje
Zo neemt je bloed zuurstof op en raak je afvalgas kwijt.
Gebruik deze slide als causale samenvatting van twee richtingen tegelijk. Leg uit dat koolstofdioxide een afvalstof van cellen is.
Wat doet het bloed daarna?
Het bloed vervoert zuurstof door je lichaam
Cellen gebruiken zuurstof om energie vrij te maken
Daarbij ontstaat koolstofdioxide
Dat gaat weer met het bloed terug naar de longen
Houd de koppeling met verbranding in cellen eenvoudig. Het doel is de kringloop van zuurstof en koolstofdioxide begrijpen.
Waar gaat zuurstof naar het bloed?
in de bronchiën
in de luchtpijp
in de longblaasjes
in de keelholte
Toetst de plek van gaswisseling. Afleiders komen uit dezelfde route van het ademhalingsstelsel.
Vul de kernwoorden in
In de longblaasjes komt lucht met zuurstof. Zuurstof gaat door de dunne wand naar het bloed. Koolstofdioxide gaat vanuit het bloed terug naar het longblaasje.
Leg de nadruk op twee richtingen van gaswisseling: zuurstof naar het bloed, koolstofdioxide terug naar het longblaasje.
Waarom gaat koolstofdioxide terug naar de longen?
Bespreek dat cellen zuurstof gebruiken om energie vrij te maken en dat daarbij koolstofdioxide ontstaat. Dat koolstofdioxide gaat met het bloed terug naar de longen.
Waarom door je neus ademen?
De neus filtert stof en vuil
De neus verwarmt de lucht
De neus maakt de lucht vochtiger
Dat is prettiger en beter voor je longen
Verbind dit met de functie van neusharen, slijm en doorbloeding zonder te technisch te worden.
Mondademhaling is minder gunstig
Als je door je mond ademt, wordt de lucht minder goed schoongemaakt, verwarmd en bevochtigd.
Daardoor kunnen keel en luchtwegen sneller droog of geïrriteerd raken.
Maak duidelijk dat mondademhaling soms nodig is, bijvoorbeeld bij sporten of een verstopte neus, maar dat neusademhaling meestal beter is.
Samenvatting
Lucht gaat via neus, keel, luchtpijp en bronchiën naar de longen
In de longblaasjes komt zuurstof in het bloed
Bij buikademhaling werkt vooral het middenrif
Bij borstademhaling bewegen vooral de ribben
Ademen door je neus beschermt je longen
Gebruik deze slide om de centrale lijn van de les nog één keer samen te brengen.
Waarom is ademen door je neus meestal beter?
meer lucht tegelijk
lucht wordt gefilterd
longen worden kleiner
hartslag wordt lager
De juiste keuze sluit aan bij filteren, verwarmen en bevochtigen. Andere opties zijn veelvoorkomende verkeerde koppelingen.
Maak de samenvatting af
De neus filtert stof en vuil. Ook wordt de lucht verwarmd en vochtiger gemaakt. Ademen door je mond is daarom meestal minder gunstig.
Controleert de drie functies van de neus en het contrast met mondademhaling.
Wat heb jij vandaag geleerd over ademhalen?
This item has no instructions
Welk deel vond jij het lastigst om te begrijpen?
This item has no instructions
Begrippen
ademhalingsstelsel - alle organen die zorgen voor in- en uitademen
luchtpijp - buis die lucht naar de bronchiën voert
bronchiën - vertakkingen van de luchtpijp naar de longen
longen - organen waarin gaswisseling plaatsvindt
longblaasjes - kleine blaasjes in de longen met een dunne wand
middenrif - spier onder de longen die helpt bij ademhalen
gaswisseling - uitwisseling van zuurstof en koolstofdioxide
This item has no instructions