Examentraining 5 HAVO

Examentraining Duits
1 / 45
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 5,6

This lesson contains 45 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Examentraining Duits

Slide 1 - Slide

Was werden wir heute behandeln? 
Lesestrategien

Tipps und Tricks 

Einzelarbeit/ Gruppenarbeit

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Kurzer Text: Welche Schritte
müssen gemacht werden?

Slide 15 - Mind map

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide

Langer Text: Welche
Tipps kannst du aufschreiben?

Slide 25 - Mind map

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Slide

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Slide

Was musst du bei Lückentexten unbedingt beachten?

Slide 33 - Open question

Tipps und Tricks
Open vragen zijn over het algemeen in het Nederlands gesteld en moeten dus ook in het Nederlands beantwoord worden, tenzij anders staat aangegeven. Goede antwoorden in de vreemde taal leveren geen punten op!

Lees de vraag of opdracht nauwkeurig en voer alleen uit, wat van je gevraagd wordt. Formuleer je antwoord kort en krachtig, beperk je tot het wezenlijke, belangrijkste.

Met letterlijke vertalingen van (delen van) alinea´s ga je vaak voorbij aan de essentie van de vraag. Bovendien is vertalen een kunst ‘an sich’, die nogal wat oefening vooraf vereist. Omdat dat niet in de exameneisen is opgenomen, zul je vaak – ondanks het gebruik van het woordenboek – rare vertalingen maken.


Slide 34 - Slide

Tipps und Tricks
Indien slechts één voorbeeld, reden, uitwerking, citaat of andersoortig antwoord gevraagd wordt, wordt uitsluitend het eerstgegeven antwoord beoordeeld.
(Dus: ook al staat het goede antwoord verderop ergens tussen de gegeven voorbeelden, redenen enz. , dan levert je antwoord niets op!!)
Indien méér voorbeelden, redenen, uitwerkingen, citaten of andersoortige antwoorden gevraagd worden, worden uitsluitend de eerstgegeven antwoorden beoordeeld, tot maximaal het gevraagde aantal.
Gebruik bij de formulering van je antwoord nooit het onpersoonlijke, wazige woordje ‘het’ of het veralgemeende ‘je’ en ‘ze’. Geef altijd aan, wat of wie je daarmee bedoelt. Strenge en kritische correctoren tellen dit fout.

Slide 35 - Slide

Slide 36 - Slide


Slide 37 - Open question


Slide 38 - Open question

Slide 39 - Slide


Slide 40 - Open question

Slide 41 - Slide


Slide 42 - Open question

Slide 43 - Slide


Slide 44 - Open question

Einzelaufgabe/ Gruppenaufgabe
Einzelaufgabe:
Zu welcher Antwortmöglichkeit tendierst du? Unterstreiche im Text die richtige Passage.

Gruppenaufgabe: 
Welche Teile der anderen Antwortmöglichkeiten werden auch angegeben? Welche nicht? 

Slide 45 - Slide