2A :Chapitre 2 Vorm en plaats Bijvoeglijk naamwoord

Leerdoelen
  1. Je kent de verschillende vormen van het bijvoeglijk naamwoord.
  2. Je weet op welke plaats het bijvoeglijk naamwoord komt.
1 / 19
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2,3

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Leerdoelen
  1. Je kent de verschillende vormen van het bijvoeglijk naamwoord.
  2. Je weet op welke plaats het bijvoeglijk naamwoord komt.

Slide 1 - Slide

De vorm van het bijvoeglijk naamwoord
Het bijvoeglijk naamwoord past zich aan, aan het woordje waar het over gaat.

Un grand garçon
Deux grands garçons
Une grande fille
Deux grandes filles

M. enkv
M. mv
-
+ S
V.enkv
V.meerv
+e
+ es

Slide 2 - Slide

Uitzonderingen
  1. Als een bijvoeglijk naamwoord eindigt       op -e, voeg je geen extra -e toe in de vrouwelijke vorm.                                      Voorbeeld: un sac à dos rouge                                                    une voiture rouge
  2. Als een bijvoeglijk naamwoord eindigt        op -s, voeg je geen extra -s toe in de meervoudsvorm.                                        Voorbeeld: un chat gris – des chats gris

Slide 3 - Slide

Sommige bijvoeglijke naamwoorden hebben een onregelmatige vorm. J. De volgende veelgebruikte bijvoeglijke naamwoorden zijn helemaal onregelmatig. 

Slide 4 - Slide

Plaats van het bijvoeglijk naamwoord
Het bijvoeglijk naamwoord komt ACHTER het zelfstandig naamwoord. Behalve het rijtje hieronder. Dat moet je uit je hoofd leren. Dat gaat makkelijker als je ze hardop uitspreekt. Dan merk je namelijk dat de woorden rijmen.
VOOR het zelfstandig naamwoord:
- Bon (goed)                                - Nouveau (nieuw) 
Beau (mooi)                             - Vieux (oud)
- Grand (groot) 
- Petit (klein)  


Slide 5 - Slide

Au travail! Écris le bon adjectif. 

1.J‘habite dans une (vieux)________maison___________.
 Il y a deux (rouge) ___________  robes  ____________.
3 Nous avons aussi un (grand)_________ jardin  ____________
4 Dans le jardin, nous avons trois (petit)________ lapins  _____________
5 Mais mon animal (préféré), c’est Sammie, le chien de ma sœur.

timer
5:00

Slide 6 - Slide

Zet het bijvoeglijk naamwoord op de juiste plaats en in de juiste vorm.

(sportif) Deux .... garçons ....

Slide 7 - Open question

Zet het bijvoeglijk naamwoord op de juiste plaats en in de juiste vorm.

(petit) J'ai trois .... soeurs ......


Slide 8 - Open question

Zet het bijvoeglijk naamwoord op de juiste plaats en in de juiste vorm.

(sympa) Un .....prof ......



Slide 9 - Open question

Zet het bijvoeglijk naamwoord op de juiste plaats en in de juiste vorm.

(beau) Une ..... maison ....



Slide 10 - Open question

Zet het bijvoeglijk naamwoord op de juiste plaats en in de juiste vorm.

(nouveau) Une ... voiture ....


Slide 11 - Open question

Zet het bijvoeglijk naamwoord op de juiste plaats en in de juiste vorm.

(noir) Un .... chat .....


Slide 12 - Open question

Zet het bijvoeglijk naamwoord op de juiste plaats en in de juiste vorm.

(vieux) Une .... femme ......


Slide 13 - Open question

Zet het bijvoeglijk naamwoord op de juiste plaats en in de juiste vorm.

(méchant) le ... loup .....



Slide 14 - Open question

Evaluatie 1
  1. Wat is hoofdregel voor de vormen van het bijvoeglijk naamwoord?

Slide 15 - Slide

Evaluatie 2
m. enkv
v. enkv
-
e
m. meerv
v. meerv
s
es

Slide 16 - Slide

Evaluatie 3
Vul het woordweb op de volgende dia in.  
Welke bijvoeglijke naamwoorden komen VOOR het zelfstandig naamwoord ?

Slide 17 - Slide

Bijvoeglijke naamwoorden die VOOR het zelfstandig naamwoord komen.

Slide 18 - Mind map

Slide 19 - Link