Stoornis: als er sprake is van afwijkingen of beschadigingen van een orgaan of orgaanstelsel of een lichaamsfunctie ontbreekt en leeftijd niet de oorzaak is.
Beperking = een moeilijkheid of onmogelijkheid om bepaalde gangbare menselijke activiteiten uit te voeren.
Zowel lichamelijk (niet kunnen lopen, horen of lezen) als geestelijk (moeite situaties te overzien of beslissingen nemen).
Handicap = sprake van een verlies van mogelijkheden om op gangbare wijze deel te nemen aan maatschappelijk verkeer.
Lichamelijke beperking = een situatie waarbij iemand door een stoornis in de bewegingen of blijvende afwijking in een van de organen, minder mogelijkheden heeft in het functioneren.
Zintuigelijke beperkingen = één of meer zintuigen (horen, zien ruiken, proeven, voelen) werken niet of minder goed.
Beperkingen door inwendige organen = in feite chronische ziekten van nier, lever, darm, alvleesklier, hart, bloed of longen.
Chronische ziekte = een aandoening die een langdurig, vaak langzaam verslechterend verloop heeft.