Les 2 - Capitulo 2 Brugklas

1 / 36
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1-4

This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Hoy es jueves, 7 de mayo

Slide 5 - Slide

Las reglas:
Respect:
Als iemand praat is de rest stil
Ik steek me vinger op als ik iets wil zeggen
We maken elkaar niet belachelijk
We komen onze afspraken na (HW, geen mobiel, etc.)

Slide 6 - Slide

¿Qué vamos a hacer hoy?

  • Frases clave (1 x schrijven) en WB blz. 36, opdr. 7- TB blz. 20, bron C
  • Overhoring: Frases clave
  • Het werkwoord estar
  • een tekst in het Spaans lezen en vragen beantwoorden

Slide 7 - Slide

¿Cuáles son las metas de hoy?

  • Ik weet hoe ik het werkwoord ESTAR met vervoegen
  • Heb ik een tekst in het Spaans begrepen
  • Ik kan instructies in het Spaans vragen
  • Ik kan instructies in het Spaans geven

Slide 8 - Slide

Los deberes
Frases clave bron E (1 x schrijven) 

WB blz. 36, opdr. 7- TB blz. 20, bron C

Slide 9 - Slide

Korte pauze
Frases clave


Wat? Alle vragen en antwoorden van Frases clave invullen in het Spaans
Hoe? Zelfstandig
Hulp: Geen hulp
Tijd: 10 minutos
Uitkomst: Ik kan instructies vragen en geven in het Spaans
Klaar? Steek je vinger op!

Slide 10 - Slide

Welke vraagwoorden kennen wij al?

Slide 11 - Slide

Vraagwoorden
wie?
¿quién? / ¿quiénes?
wat?
¿qué?
waar?
¿dónde?
waar vandaan?
¿de dónde?
hoe?
¿cómo?
wanneer? 
¿cuándo?
waarom?
¿por qué?
Vraagwoorden

Slide 12 - Slide

Wat is het verschil tussen
ser en estar?

Slide 13 - Slide

Het werkwoord 'zijn'
denk goed aan de accenten bij het werkwoord estar!

Slide 14 - Slide

Aanwijzingen:
  • links: a la izquierda
  • rechts: a la derecha
  • naast: al lado de
  • tegenover: enfrente de 
  • hier: aquí
  • daar: allí
  • dichtbij: cerca
  • ver weg: lejos

Slide 15 - Slide

Korte pauze
¿Dónde está el/la __________?

El/La ______ está ________ de el/la _______.

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Wat weten jullie
nog over het werkwoord
SER

Slide 18 - Mind map

¿Qué vamos a hacer?
Wat? Libro de texto: Bron C op blz. 12 lezen
Libro de ejercicio: vragen van bron C beantwoorden op blz. 12, opdr. 6
Hoe? in duo's
Hulp: Steek je vinger op als je een vraag hebt
Tijd: 10 minutos
Uitkomst: Ik heb mijn leesvaardigheid geoefend
Klaar? Maak je puzzle af, opdr. 7


Slide 19 - Slide

Korte pauze
Werkwoorden vervoegen
yo= yo
tú = tú
él = naam van man / zelfst.nw enkelvoud
ella = naam van vrouw / zelfst.nw enkelvoud
nosotros = naam/namen y yo
vosotros = naam/namen y tú
ellos = twee namen van mannen / zelfst.nw meervoud
ellas = twee namen van vrouwen / zelfst.nw meervoud

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

La profesora
A
yo
B
ella
C
nosotros
D

Slide 22 - Quiz

Luisa y yo
A
yo
B
ellas
C
nosotros
D
ella

Slide 23 - Quiz

Diego y Dora
A
vosotros
B
ellos
C
nosotros
D
ella

Slide 24 - Quiz

Diego y tú
A
vosotros
B
C
nosotros
D
ellos

Slide 25 - Quiz

Mis abuelos
A
yo
B
vosotros
C
nosotros
D
ellos

Slide 26 - Quiz

El supermercado
A
yo
B
C
él
D
ellos

Slide 27 - Quiz

Slide 28 - Slide

Het werkwoord ESTAR = zijn

Slide 29 - Slide

ESTAR
1. Yo __________________  en el instituto.
2. Nosotros _______________  en la biblioteca.
3. Ella _______________  enfrente del banco.
4. Tú _______________ al lado de la panadería.
5. Vosotros _______________  en el supermercado.
6. Usted _______________ en el hotel.
7. Ellos _______________ a la izquierda de mi casa.

Slide 30 - Slide

ESTAR
1. Martha __________________  en el instituto.
2. Los estudiantes _______________  en la biblioteca.
3. Mi madre y yo _______________  enfrente del banco.
4. Mis abuelos _______________ al lado de la panadería.
5. Tú _______________  en el supermercado.
6. El señor López y tú _______________ en el hotel.
7. La profesora _______________ a la izquierda de mi casa.

Slide 31 - Slide

Korte pauze
Werkwoorden vervoegen
yo= yo
tú = tú
él = naam van man / zelfst.nw enkelvoud
ella = naam van vrouw / zelfst.nw enkelvoud
nosotros = naam/namen y yo
vosotros = naam/namen y tú
ellos = twee namen van mannen / zelfst.nw meervoud
ellas = twee namen van vrouwen / zelfst.nw meervoud

Slide 32 - Slide

¿Qué vamos a hacer?
Wat? Libro de ejercicio maak opdr. 19 van blz. 44
Hoe? klassikaal
Hulp: Tu libro de texto en la pag. 22, bron F
Tijd: 15 minutos
Uitkomst: Ik begrijp een tekst in het Spaans
Klaar? Neem de vraagwoorden door TB blz. 22, bron G

Slide 33 - Slide

Korte pauze
Los deberes
Overhoring:
L: WB blz. 55 & 56 2.3 bron F, G en H
(van los pasteles t/m el padre)

L: TB blz. 22, bron G

M: WB opdr. 12 en 14 van blz. 39 en 40, TB blz. 21, bron D

Slide 34 - Slide

Korte pauze
Oefenen

play.blooket.com

Slide 35 - Slide

¿Cuáles eran las metas de hoy?


  • Ik weet hoe ik het werkwoord ESTAR met vervoegen
  • Heb ik een tekst in het Spaans begrepen
  • Ik kan instructies in het Spaans vragen
  • Ik kan instructies in het Spaans geven

Slide 36 - Slide