Dictee 10 -eeuw, -ieuw, -uw

Lees Goed
Denk ook aan hoofdletters, leestekens en streepjes
1 / 22
next
Slide 1: Slide
NederlandsPraktijkonderwijsLeerjaar 1

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Lees Goed
Denk ook aan hoofdletters, leestekens en streepjes

Slide 1 - Slide

Welk woord is goed gespeld?
A
nieuwsgierig
B
nieuwsgierug
C
nieuwschierig
D
niewsgierig

Slide 2 - Quiz

Welk woord is goed gespeld?
A
luuwte
B
luwte
C
luwtu
D
luuwtu

Slide 3 - Quiz

Welk woord is goed gespeld?
A
afsguwelijke
B
afschuwelijke
C
afschuwlijke
D
afsguwlijke

Slide 4 - Quiz

Welk woord is goed gespeld?
A
sneeuwwitte
B
sneeuwitte
C
sneeuw-witte
D
sneeuwwite

Slide 5 - Quiz

Welk woord is goed gespeld?
A
swaluw
B
zwaaluw
C
zwaluw
D
zwalu

Slide 6 - Quiz

Welk woord is goed gespeld?
A
leeuwerik
B
leewerik
C
leeuwrik
D
leewrik

Slide 7 - Quiz

Welk woord is goed gespeld?
A
kiewen
B
kieuwe
C
kieuwen
D
kiewe

Slide 8 - Quiz

Welk woord is goed gespeld?
A
zenuwen
B
senuwen
C
zenuuwe
D
zenuwe

Slide 9 - Quiz

Welk woord is goed gespeld?
A
schadu
B
schaduw
C
sgaduw
D
schaaduw

Slide 10 - Quiz

Volgende week...
ge

Slide 11 - Slide

Welk woord hoort bij de nieuwe regel?
A
geur
B
asperge
C
gespeeld
D
geel

Slide 12 - Quiz

Welk woord is goed gespeld?
A
geschreeuw
B
guschreew
C
geschreew

Slide 13 - Quiz

Welk woord is goed gespeld?
A
stuuwmeer
B
stumeer
C
stuwmeer

Slide 14 - Quiz

Welk woord is goed gespeld?
A
meeuwtje
B
meewtje
C
meeuw-tje

Slide 15 - Quiz

Welk woord is goed gespeld?
A
niewjaar
B
nieuw-jaar
C
nieuwjaar

Slide 16 - Quiz

Welk woord is goed gespeld?
A
duwtju
B
dieuwtje
C
duwtje

Slide 17 - Quiz

Welk woord is goed gespeld?
A
ruuw
B
ruw
C
ruwe

Slide 18 - Quiz

Welk woord is goed gespeld?
A
gruwlijk
B
gruuweluk
C
gruwelijk

Slide 19 - Quiz

Welk woord is goed gespeld?
A
eeuwigheid
B
eewigheid
C
eeuwigheit

Slide 20 - Quiz

Welk woord is goed gespeld?
A
geeuw
B
geew
C
geeuwe

Slide 21 - Quiz

Welk woord is goed gespeld?
A
zenuwachtig
B
senuwagtig
C
zenuachtig

Slide 22 - Quiz