This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.
Lesson duration is: 50 min
Items in this lesson
Slide 1 - Video
00:54-2:15 en 6:10-8:00
Slide 2 - Video
Voorbeelden van ook hele andere soort tanden en kiezen, bij dieren uit andere landen
Startles H13 Dieren en planten
Start: Quiz over planten en dieren!
Planning op It's Learning
Poster maken: wat weten we al? (groepje van 4)
Uitleg over soorten gebitten --> voorbereiding practicum
Welke drie soorten 'eters' zijn er?
Slide 3 - Slide
This item has no instructions
Quiz
Bespreek wat het antwoord is met je groepje.
Doe het blad omhoog met de juiste keuze.
Scoor punten :)
Slide 4 - Slide
This item has no instructions
Hoeveel water kan een reuzencactus opnemen na een regenbui?
A
7,5 L
B
75 L
C
750 L
D
7500 L
Slide 5 - Quiz
Een volgroeide Saguaro cactus, ook wel reuzencactus genoemd, kan na een regenbui ongeveer 750 liter water opslaan.
Welk dier eet zijn eigen keutels?
A
Koe
B
Konijn
C
Wild zwijn
D
Paard
Slide 6 - Quiz
Een konijn eet zijn eigen keutels. Deze keutels bestaan uit gedeeltelijk verteerd voedsel.
Welke plant groeit het snelst tijdens het groeiseizoen?
A
Bamboe
B
Maïs
C
Riet
Slide 7 - Quiz
Bamboe kan in het regenseizoen 40-50 cm per dag groeien. Het record staat op 91 cm/dag.
Waar zitten de oren van een sprinkhaan?
A
In de kop
B
In de voelsprieten
C
In de voorpoten
Slide 8 - Quiz
This item has no instructions
Welke plant maakt de grootste zaden?
A
Bruine boon
B
Pompoen
C
Zeekokosnoot
D
Sperzieboon
Slide 9 - Quiz
De vrucht van de zeekokosnoot bevat het grootste zaad van alle bekende plantensoorten.
Hoe vindt een sidderaal zijn weg in donker en troebel water?
A
Door geluiden te maken
B
Door stroomstootjes af te geven
C
Door zijn goede ogen
D
Op goed geluk
Slide 10 - Quiz
De sidderaal vindt zijn weg door zwakke stroomstootjes af te geven. De stroomstoten worden ook gebruikt om prooien te verlammen en belagers af te schrikken.
In de duinen groeit helmgras. Waarvoor rolt deze plant de bladeren vaak op?
A
Om verdamping van water te verminderen
B
Om steviger te worden
C
Om minder op te vallen voor planteneters
Slide 11 - Quiz
Door het blad op te rollen, worden de huidmondjes beschermd tegen de wind. Er wordt minder waterdamp weggevoerd en de verdamping vermindert.
Waarvan leeft de blauwe vinvis, het grootste dier op aarde?
A
Inktvissen
B
Plankton
C
Zeewier
D
Roggen
Slide 12 - Quiz
Blauwe vinvissen kunnen tot 170 000 kg wegen, ze eten 3 500 tot 4 000 plankton (vooral krill = kleine kreeftachtigen) per dag.
Hoe komen de wortels van een waterlelie aan zuurstof?
A
Door bacteriën die in de modder leven
B
Door fotosynthese in de wortelcellen
C
Door luchtkanalen in de bladstelen
D
Door luchtwortels
Slide 13 - Quiz
De waterlelie wortelt in zuurstofloze modder. Door luchtkanalen in de bladstelen komt zuurstof bij de wortels.
Hoeveel magen heeft een koe?
A
1 maag
B
2 magen
C
3 magen
D
4 magen
Slide 14 - Quiz
Koeien hebben vier magen om voldoende voedingsstoffen uit het voedsel te kunnen halen, alsmede zeer lange darmen.
Versie 1: Poster/woordweb - planten-, vlees-, en alleseters
Maak een A3-poster (in duo's). Geef per type eter antwoord op de vragen en ondersteun met tekeningen:
Hoe ziet het gebit eruit?
Waarom ziet het gebit er zo uit?
Hoe ziet het verteringsstelsel eruit?
Waarom ziet het verteringsstelsel er zo uit?
Geef van de drie typen, per type drie voorbeelden van dieren.
Wat eten deze dieren?
Slide 17 - Slide
This item has no instructions
Wat weten jullie al over de verschillende type gebitten?
Zie ook volgende slide: https://www.bioplek.org/animaties%20onderbouw/gebitkiezenx.html
Slide 18 - Slide
This item has no instructions
www.bioplek.org
Slide 19 - Link
Kiezen - dwarsplooien = olifant of cavia
Versie 2: Hoe kun je aan het gebit zien wat een dier en een mens eet?
Bekijk een schedel van een planteneter, een vleeseter en een alleseter. Bekijk de verschillen. Beantwoord deze vraag voor jullie zelf (niet op papier): Het dier van deze schedel eet vlees / planten / beide (vlees en planten). Dat zie ik aan.................. Gebruik blz 152 vh boek
Laat ook elkaar zien hoe je eigen voortanden, hoektanden en knobbelkiezen eruit zien.
Teken en schrijf: Zet ook je NAAM +titel op het blad:
Kies een schedel uit waarvan je het gebit gaat onderzoeken. Bekijk het van alle kanten en maak een grote zijaanzicht-tekening van schedel(deel) of kaak + bijbehorende tanden op een liggende A4. Schrijf de namen van de tanden en kiezen naast je tekening.
Eet het getekende dier vlees of planten of beide? Schrijf erbij waaraan je dat ziet.
Teken in detail één snijtand, één hoektand en één kies. En van de knobbel- en plooikies dan het kauwoppervlak (bovenaanzicht). En van de knipkies een detail-zijaanzicht. Schrijf naast elke tekening welke functie de tand of kies heeft bij het eten.