Samenvatting P3 Lets talk about sex

Primaire geslachtskenmerken
Zijn de verschillen tussen een jongen en een meisje, dus waar je mee geboren wordt.


Secundaire geslachtskenmerken
Zijn de verschillen tussen jongens en meisjes die rond de puberteit ontstaan door geslachtshormonen.
Theoriekaart: puberteit
1 / 25
next
Slide 1: Slide
Mens & NatuurMiddelbare schoolvmbo t, mavo, havo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 25 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

Primaire geslachtskenmerken
Zijn de verschillen tussen een jongen en een meisje, dus waar je mee geboren wordt.


Secundaire geslachtskenmerken
Zijn de verschillen tussen jongens en meisjes die rond de puberteit ontstaan door geslachtshormonen.
Theoriekaart: puberteit

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Groeispurt
Botten groeien in de pijpbeenderen via de groeischijven (kraakbeen).
  1. Deling: Kraakbeencellen maken nieuw kraakbeen.
  2. Verbening: Kraakbeen verandert in hard bot -> je wordt langer.
  3. Groeistop: Aan het einde van de puberteit verkalken de schijven volledig.


Verschil:
  • Meisjes: Starten eerder (10-11 jr), stoppen eerder met groeien door oestrogeen.
  • Jongens: Starten later (12-13 jr), groeien langer door en worden gemiddeld langer.

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Geslachtshormonen
Man= testosteron en vrouw = oestrogeen

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Hormonen = regelstofjes
  • Hormoonklieren (hypofyse)
    --> stuurt eierstokken en teelballen aan 
    om geslachtshormonen te maken

Geslachtshormonen
  • Oestrogeen (vrouwelijke secundaire geslachtskenmerken)
  • Testosteron (mannelijke secundaire geslachtskenmerken)

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Rol van hormonen?
Hormonen = regelstofjes die via het bloed door je lichaam reizen. 




De route van hormonen:
  1. Hypofyse (hersenen): Geeft het startsein voor de puberteit en maakt groeihormoon.
  2. Eierstokken (meisje): Maken oestrogeen -> eicellen rijpen + vrouwelijke secundaire kenmerken.
  3. Zaadballen (jongen): Maken testosteron -> zaadcellen maken + mannelijke secundaire kenmerken.

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Vrouwelijk geslachtsorgaan

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

mannelijk geslachtsorgaan

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

SOA's 
- Seksueel Overdraagbare Aandoening
  • Symptomen 

  • Soorten 

  • Bescherming

  • Gevaren
vb.: branderig gevoel, afscheiding, plekjes/bultjes, pijn 
evt. Onvruchtbaarheid bij geen behandeling 
SOA top 3 -> Chlamydia, Genitale wratten, Herpes genitalis
Condoom! + bespreken met je partner of checken bij GGZ (Gratis tot 25 jaar)

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Eisprong (ovulatie)

Slide 11 - Slide

Beschrijf de functies van de eierstokken en leg uit hoe ze werken.
Menstruatiecyclus
  1. Voorbereiding: Eicel wordt rijp in de eierstok; baarmoederslijmvlies wordt dikker.
  2. Eisprong (dag 14): De rijpe eicel komt vrij in de eileider (ovulatie).
  3. Onderweg: Eicel gaat naar de baarmoeder. Geen bevruchting? --> Eicel sterft af.
  4. Menstruatie: Slijmvlies wordt afgestoten (bloed/slijm). De cyclus begint opnieuw.

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Producten en hygiëne
Om bloed op te vangen kun je verschillende producten gebruiken:

  • Maandverband: Plakstrip voor in de onderbroek.
  • Tampons: Inwendig product (in de vagina).
  • Menstruatiecup: Herbruikbaar duurzaam bekertje van siliconen.


Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Zwangerschap
Na de bevruchting en innesteling begint het buitenste laagje cellen van het embryo direct een hormoon te maken: HCG.

Zwangerschapstest: meet of er HCG in de urine zit.

HCG houdt het gele lichaam in leven --> progesteron productie blijft hoog. --> Baarmoederslijmvlies blijft dik + geen nieuwe eicellen die rijpen.

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Zwangerschap
Embryo (Week 0 tot 10): In de eerste weken worden alle organen aangelegd (hart, hersenen, ledematen). Aan het einde van week 10 is het 'bouwplan' klaar.

Foetus (Week 11 tot 40): Vanaf nu heet het ongeboren kindje een foetus. Deze fase staat in het teken van groei en het verder 'afrijpen' van de organen (rijping).

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

placenta (moederkoek). Hier vindt de uitwisseling van stoffen plaats. Het bloed van de moeder en het bloed van het kind mengen niet!  
Navelstrengader (ROOD): Vervoert zuurstof en voedingsstoffen van de placenta naar het kind toe.
 Navelstrengslagaders (Blauw): Vervoeren koolstofdioxide en afvalstoffen van het kind terug naar de placenta.

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Gastles: de bevalling

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Volgende slide moet je een keertje doornemen maar niet uit je hoofd leren! Kijk wel goed naar de laatste 2 slides over SOA's en de slide over de pil en mannencondoom.

Weet dat je bij Jongerenhulp of GGZ terecht kan wanneer je een soa hebt of hulp nodig hebt.

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Slide 20 - Link

This item has no instructions

Top 3 Soa's

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Hermafrodiet
Ook wel: Tweeslachtigheid een organisme heeft zowel de mannelijke als de vrouwelijke geslachtsorganen.

 Er is nog steeds sprake van geslachtelijke voortplanting, maar er hoeft niet gezocht te worden naar een mannetje/vrouwtje want elke slak is beide!

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Geslacht: Bepaald door geslachtsorganen (man OF vrouw)
Intersekse: Kenmerken van beide geslachtorganen (combinatie)
 
Gender: Hoe je je voelt (mannelijk of vrouwelijk), psychologische geslacht. 

Maar voor sommige mensen klopt hoe zij zich van binnen voelen niet met hoe ze geboren zijn; dit heet transgender

Net zoals met geslacht, zijn er ook mensen zich die qua gender tussen man en vrouw in voelen, dit noem je non-binair.
Met iemands seksuele oriëntatie wordt bedoeld tot welk geslacht (of welk gender) iemand zich seksueel aangetrokken voelt. 
Bijvoorbeeld:
- Heteroseksueel
- Homoseksueel
- Biseksueel
- Aseksueel

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Sexting
Wanneer je seksueel getinte berichtjes, foto’s of filmpjes stuurt, ontvangt of deelt via social media, noem je dit sexting. Er zijn meerdere mogelijkheden voor sexting. 

  • Je stuurt seksueel getinte tekstberichtjes
  • Het sturen en/of maken van seksueel getinte foto’s
  • Het sturen en/of maken van seksueel getinte video’s

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Slide 25 - Link

This item has no instructions