Introductieweek dag 3 - Daar gaan wij heen (midden)

Daar gaan wij heen
Introductieweek · dag 3

Het woord van de dag: trots
Droom
Doel
Wedstrijd
Succes vieren
1 / 23
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnSpeciaal OnderwijsLeerroute 4

This lesson contains 23 slides, with text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Daar gaan wij heen
Introductieweek · dag 3

Het woord van de dag: trots
Droom
Doel
Wedstrijd
Succes vieren

Slide 1 - Slide

Titelslide van dag 3. Ontvang de leerlingen en benoem het woord van de dag.
Dag 3 van de introductieweek: Daar gaan wij heen. Woord van de dag: trots.

Route: check-in en successen delen, van droom naar doel, doelen delen en klassendoel kiezen, pauze, de grote wedstrijd (SJZ-competitie), poster compleet, klassenfoto.

Middenroute (A1/A2). Versimpelen: doelpicto's en aanwijzen. Moeilijker: vrij formuleren en onderbouwen.
Voor de trainer

Slide 2 - Slide

Deze slide is alleen voor jou; sla hem over met de klas erbij of verberg hem vooraf.
Wat gaan we vandaag doen?
  1. Check-in
  2. Trots delen
  3. Van droom naar doel
  4. Pauze
  5. De grote wedstrijd
  6. Poster en foto
Dagprogramma

Slide 3 - Slide

Loop het programma langzaam door. Wijs de stappen aan.
Wat is jouw weer?
Wijs aan. Zeg één woord of één zin.
Zonnig
Licht bewolkt
Bewolkt
Regen
Onweer

Slide 4 - Slide

Check-in met het weerbericht: wat is jouw weer vandaag? Iedere leerling wijst een weerpicto aan en deelt in een duo één woord of zin. Enkele vrijwilligers plenair; passen mag. Versimpelen: naam en picto aanwijzen is genoeg, een gebaar mag ook. Moeilijker: een voorgesprekje in duo's waarbij de partner de ander incheckt.
Waar ben jij trots op?
Denk aan deze week.

Ik ben er trots op dat ik ...
Trots

Slide 5 - Slide

In duo's; enkele vrijwilligers plenair. Versimpelen: een picto, gebaar of één woord is genoeg; de trainer vult de zin aan. Moeilijker: de partner stelt een vervolgvraag.
Het woord van de dag

trots

Trots = blij met wat jij kan.
Trots

Slide 6 - Slide

Introduceer het woord van de dag. Zeg het samen hardop.
Wat wil jij later?
Denk aan later.
Wat wil jij graag?
Teken, schrijf of vertel.
Droom

Slide 7 - Slide

De droom mag groots zijn. Laat daarna jouw eigen droom zien als voorbeeld.
Van droom naar doel
Een droom is groot.
Een doel is klein.

Droom: goed Nederlands spreken.
Doel: elke les één vraag stellen.
Doel

Slide 8 - Slide

Illustreer met een trap of bergtop: elke trede is een stapje. Controleer of het doel klein, persoonlijk en herkenbaar is.
Jouw doel
Schrijf op:

Mijn droom is ...
Mijn doel is ...
Eerste stap

Slide 9 - Slide

Versimpelen: sla het verschil droom/doel over en laat één wens kiezen uit doelpicto's; de trainer schrijft mee. Moeilijker: laat onderbouwen waarom het doel belangrijk is en waaraan je merkt dat het bereikt is.
Vertel in je groepje
Vertel jouw doel.
Alleen als jij dat wil.
Groepje

Slide 10 - Slide

Kleine groepjes; delen is vrijwillig. Verzamel drie of vier thema's die terugkomen.
Eén doel voor de klas
Wat past bij ons allemaal?
Wij stemmen!
Stemmen

Slide 11 - Slide

Laat de klas stemmen (handen of picto's van handen). Versimpelen: kaartje tonen en één woord zeggen is genoeg. Moeilijker: leerlingen formuleren het klassendoel zelf precies.
Zip zap zop boing
Zip is naar links (i van Zip)

Zap is naar rechts.
Zop is naar iemand tegenover je. 

Boing is het stoppen/tegenhouden van een zip, zap of zop. Het gaat terug naar de vorige persoon. 
Energizer

Slide 12 - Slide

Energizer. Leg alvast de wedstrijdmaterialen klaar (papier, potloden, scoreblad, timer).
Pauze: 10 minuten
timer
10:00

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

De grote wedstrijd!
Teams van 3, 4 of 5.
Kies opdrachten. Elke opdracht = punten.
Alle punten samen = de score van de klas!

Bonus: doen alle teams opdracht 2, 3 en 4?
Dan krijgt de klas 100 punten extra!
Wedstrijd

Slide 14 - Slide

SJZ-competitie: circa 5 minuten uitleg, 35 minuten spelen, 5 minuten score. Alle klassen doen mee; één winnaar per dagdeel. De klas krijgt 100 bonuspunten als alle teams opdracht 2, 3 en 4 afronden.
De opdrachten · 1 tot 5
1. Bedenk een teamnaam. Schrijf of teken hem · 5
2. Zeg 7 woordparen van woensdag · 25
3. Noem het doel van elk teamlid · 20
4. Zeg alle klassenafspraken op · 15
5. Maak 7 mindsetzinnen af · 14
Wedstrijd

Slide 15 - Slide

Teams kiezen zelf opdrachten; teken zichtbare of gehoorde resultaten af op het scoreblad. Bij 2 kent ieder teamlid minstens 7 van de 10; bij 4 zonder naar de poster te kijken; bij 5 bijvoorbeeld 'Ik kan het nog niet'. Versimpelen: bij 2 zes woordparen met plaatjes; bij 3 en 4 mag aanwijzen en nazeggen. Moeilijker: laat teams bij 2 de geheugentechniek uitleggen.
De opdrachten · 6 tot 10
6. Noem 5 dingen die je leert door te oefenen · 10
7. Zeg "dankjewel" in de talen van de klas · 2 per taal, max 20
8. Bouw een papieren toren tot de tafel · 10
9. Teken samen met één potlood: huis, boom, zon · 10
10. Geef ieder teamlid een compliment · 15
Wedstrijd

Slide 16 - Slide

Bij 8: alleen papier, vrijstaand van de grond tot de tafel. Bij 9 houdt het hele team samen één potlood vast.
De opdrachten · 11 tot 14
11. Wall-sit samen: ½ / 1 / 2 / 3 minuten · 3 / 6 / 9 / 12
12. Maak zonder praten de letter S · 5
13. Ruim samen iets op in het lokaal · 5
14. Woorden met P, in 2 minuten · 1 per woord, max 10
Wedstrijd

Slide 17 - Slide

Bij 12 met het hele team, als levende letter. Versimpelen: bij 14 noemt of tekent het team woorden terwijl de trainer schrijft. Moeilijker: alleen correct gespelde woorden tellen.
De opdrachten · 15 tot 18
15. Landen met S: noem er vijf · 10
16. Woordslang: minstens 8 woorden · 10
17. Categorie-race: eten, dieren of school · 1 per woord, max 10
18. Maak samen één lange, goede zin · 1 per woord, max 12
Wedstrijd

Slide 18 - Slide

Bij 16 begint elk woord met de laatste letter van het vorige; bij 17 in één minuut. Versimpelen: woordslang van drie woorden; voor de langste zin een frame van vijf woorden. Moeilijker: woordslang minimaal tien woorden zonder eigennamen; de langste zin bevat minstens twaalf woorden, een woensdagwoord en 'omdat' of 'maar'.
Spelen: 35 minuten
timer
35:00

Slide 19 - Slide

De wedstrijd zelf. Teams kiezen opdrachten; teken zichtbare of gehoorde resultaten af op het scoreblad.
Tel de punten!
Alle punten van alle teams samen.
Dat is de score van de klas!
Succes vieren

Slide 20 - Slide

Tel de teampunten op tot één klasscore en deel die door het aantal leerlingen. Eén winnaar in de ochtend en één in de middag.
Daar gaan wij heen
Schrijf het doel van de klas op de poster.
De poster is af!
Doel

Slide 21 - Slide

Maak de poster compleet met het klassendoel en hang hem zichtbaar op. Na vandaag gaat hij naar de mentor.
De klassenfoto
Wij zijn een klas.
Lachen!
Klassenfoto

Slide 22 - Slide

Maak de klassenfoto volgens de schoolafspraken.
Goed gedaan!
Vandaag: trots.

Drie dagen: welkom, samen, trots.
Een mooie start. Veel succes!
Applaus

Slide 23 - Slide

Sluit af met complimenten en de vraag waar leerlingen trots op zijn.