Unité 2 - lire (poser une question)

A3 le premier novembre 2019
1 / 10
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 10 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

A3 le premier novembre 2019

Slide 1 - Slide

Lesdoel: aan het einde van de les...
- weet ik hoe ik een Franse vraagzin moet maken (met en zonder vraagwoord)

Slide 2 - Slide

Le programme:

1. Toets bespreken
2. Aantekening grammaire lexicale - vraagzinnen
3. Au travail

Slide 3 - Slide

Toets bespreken
Schrijf na het bespreken van de toets het volgende op het toetsblaadje: 

1. In welk onderdeel heb jij de meeste punten laten liggen? 
- woorden - zinnen - grammatica - culture 

2. Wat ga jij doen om dit onderdeel in de volgende toets beter te maken? En wat heb jij daarvoor nodig?

Slide 4 - Slide

CH2 bron C:  poser une question (1)
Zonder vraagwoord:
1. Zin + ?
BV: Vous avez des tomates?

2. Est-ce que + zin + ?
BV: Est-ce que vous avez des tomates?

3. Inversie + zin + ?
BV: Avez-vous des tomates?
Let op!  
Inversie is het omdraaien van het onderwerp en de persoonsvorm. De persoonsvorm komt dan vooraan te staan.

Inversie mag alleen als het onderwerp een persoonlijk voornaamwoord is.
Dus géén namen of zelfstandig naamwoord.



Slide 5 - Slide

CH 2 bron C: poser une question (2)

Met vraagwoord:
Welke vraagwoorden zijn er?
- où                          waar
- quand                  wanneer
- comment           hoe 
- combien             hoeveel
- pourquoi            waarom
- qui                         wie
- qu'est-ce que   wat 

1. Zin + vraagwoord + ?
BV: Tu habites où?

2. Vraagwoord + est-ce que + zin + ?
BV: Où est-ce que tu habites?

3. Vraagwoord + inversie + zin + ?
BV: Où habites-tu?

Slide 6 - Slide

Maak de zin op twee andere manieren vragend:
Tu fais du football?

Slide 7 - Open question

Maak de zin op twee andere manieren vragend:
Pourquoi tu as fait tes devoirs?

Slide 8 - Open question

Les devoirs: le 4 novembre  
Faire: 'un boulot unique' blz. 54 samenvatten. Vat ieder kopje samen, beantwoord bijvoorbeeld de vragen van de titels.
+ maak de drie zinnen in dia 10 vragend 
Apprendre: apprendre 1 + 2

Slide 9 - Slide

Oefening
Maak de zinnen op twee verschillende manieren vragend. 
Let op: in sommige zinnen staat een vraagwoord 

1. Quand est-ce que tu pars en vacances?

2. Vous allez aller en Turquie comment?

3. Tu es fort en anglais et en dessin?

Slide 10 - Slide