SO Voortplanting en Seksualiteit - 4.1 t/m 4.3 - 2KGT (23/24) BSL

Leerjaar / Niveau : 2KGT
Vak: Biologie/verzorging
Onderwerp: SO Voortplanting en seksualiteit - 4.1 t/m 4.3

Aantal vragen: 19                                                      Maximaal te behalen punten: 22
Je hebt een voldoende bij 10 punten.                      Toegestane tijd: 40 min. 
Te gebruiken hulpmiddelen: geen.

Instructies:  
  • Lees de vragen goed door en geef zo goed mogelijk antwoord.
  • Klik bij open vragen altijd op de knop 'bewaren'.
  • Heb je vragen, vraag de docent om hulp.
  • Check voordat je de toets inlevert of je alle vragen hebt ingevuld.
  • Ben je klaar? Lever dan de toets in!
1 / 24
next
Slide 1: Slide
Biologie / VerzorgingMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 2

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Leerjaar / Niveau : 2KGT
Vak: Biologie/verzorging
Onderwerp: SO Voortplanting en seksualiteit - 4.1 t/m 4.3

Aantal vragen: 19                                                      Maximaal te behalen punten: 22
Je hebt een voldoende bij 10 punten.                      Toegestane tijd: 40 min. 
Te gebruiken hulpmiddelen: geen.

Instructies:  
  • Lees de vragen goed door en geef zo goed mogelijk antwoord.
  • Klik bij open vragen altijd op de knop 'bewaren'.
  • Heb je vragen, vraag de docent om hulp.
  • Check voordat je de toets inlevert of je alle vragen hebt ingevuld.
  • Ben je klaar? Lever dan de toets in!

Slide 1 - Slide

Meerkeuzevragen
Geef bij de volgende vragen aan of de bewering 
juist of onjuist is.

Slide 2 - Slide

1. In de puberteit gaan de voortplantingsorganen functioneren als voorbereiding op toekomst.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 3 - Quiz

2. In de afbeelding zijn secundaire geslachtskenmerken te zien.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 4 - Quiz

3. Bevruchting vindt plaats in de baarmoeder.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 5 - Quiz

4. De binnenste schaamlippen produceren slijm.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 6 - Quiz

5. Een ander woord voor zelfbevrediging is ovulatie.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 7 - Quiz

6. Na de bevruchting ontstaat een klompje cellen.
Innesteling van dit klompje cellen vindt plaats in de baarmoeder.

A
Juist
B
Onjuist

Slide 8 - Quiz

7. Een zwaardere stem (‘de baard in de keel’) is een secundair geslachtskenmerk van jongens.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 9 - Quiz

8. Bij een zaadlozing verlaat het sperma het lichaam via de urinebuis.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 10 - Quiz

9. De menstruatie vindt gemiddeld veertien dagen na de ovulatie plaats.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 11 - Quiz

10. Bevruchting is iets anders dan geslachtsgemeenschap.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 12 - Quiz

Meerkeuzevragen
Beantwoord de volgende meerkeuzevragen.
Beantwoordt met A, B, C of D.

Slide 13 - Slide

11. Waarin komen de zaadleiders uit?
A
In de prostaat.
B
In de urinebuis.
C
In de zaadblaasjes.
D
In de zwellichamen.

Slide 14 - Quiz

12. Bekijk de afbeelding.
Op welke dag is deze vrouw het meest vruchtbaar?
A
Dag 1.
B
Dag 10.
C
Dag 14.
D
Dag 16.

Slide 15 - Quiz

13. Bekijk de afbeelding.
Hoeveel dagen is deze vrouw ongesteld en heeft zij dus bloedverlies?
A
1 dag.
B
4 dagen.
C
7 dagen.
D
10 dagen.

Slide 16 - Quiz

14. De volgende uitspraken gaan over eicellen en zaadcellen bij de mens.
Welke uitspraak is juist?
A
Ze verschillen in grootte.
B
Ze worden in even grote aantallen geproduceerd.
C
Ze zijn even beweeglijk.

Slide 17 - Quiz

15. In afbeelding 3 zijn de voortplantingsorganen van de vrouw schematisch getekend.

Met welk nummer is het deel aangegeven waarin zich het maagdenvlies kan bevinden?

A
Met nummer 1.
B
Met nummer 2.
C
Met nummer 3.
D
Met nummer 4.

Slide 18 - Quiz

16. In afbeelding 4 zijn drie openingen in het onderlichaam van een vrouw aangegeven met een letter.

Welke letter geeft de opening aan waardoor het slangetje in de baarmoeder wordt gebracht?

A
Letter Q.
B
Letter R.
C
Letter S.

Slide 19 - Quiz

17. Welk deel van het voortplantingsstelsel van een vrouw is het meest gevoelig voor seksuele prikkels?
A
De clitoris.
B
De binnenste schaamlippen.
C
De buitenste schaamlippen.

Slide 20 - Quiz

18. Een eicel die niet bevrucht wordt, sterft na 12 tot 24 uur.

Wanneer gebeurt dit?
A
Tussen de ovulatie en de volgende menstruatie.
B
Tijdens de menstruatie.
C
Vlak na de menstruatie.
D
Vlak voor de ovulatie.

Slide 21 - Quiz

Open vragen
Geef bij de volgende vragen zelf antwoord. 
Lees de vraag goed en kijk goed WAT er gevraagd wordt!

Slide 22 - Slide

19. In de afbeelding is het voortplantingsstelsel van de man te zien.
Schrijf de namen op van de nummers
1 t/m 5.
Begin met 1. ..., 2. ... etc.

Slide 23 - Open question

Klaar!
Je hebt nu alle vragen gehad. Controleer VOORDAT je de toets inlevert of je alles hebt ingevuld.

Zo ja, lever hem dan in!

De docent geeft aan wat je na de toets kunt doen.

Slide 24 - Slide