Les van 28 januari

Les van 28 januari
Wat gaan we doen?
- Taaltest test over thema 3 ;
- benoemen van zinsdelen;
- dictee;
- samengestelde zinnen';
- spelling
1 / 31
next
Slide 1: Slide
Nederlands6th Grade

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Les van 28 januari
Wat gaan we doen?
- Taaltest test over thema 3 ;
- benoemen van zinsdelen;
- dictee;
- samengestelde zinnen';
- spelling

Slide 1 - Slide

Taaltest
We gaan eerst over naar de taaltest die bij thema 3 ("Ik denk") hoort.


We doen het net zoals we dat vorig week deden , we gaan naar de test zelf via het "delen van het scherm"

Slide 2 - Slide

Woordenschat
We gaan nu verder met de woordenschat die hoort bij de tekst tekst “Meer stunts please!" 

Ga naar blz. 10 van je Taalboekje (Thema 4) en maak de "eerst proberen oefening"

Slide 3 - Slide

Welk woord past het beste in de zin?:
Kies uit: nadrukkelijk, ofschoon, ondeugdelijk, onverbiddelijk, pakkend, spectaculair en van origine:


Hassans ouders zijn................ hij moet eerst zijn kamer opruimen, dan pas mag hij gamen

Slide 4 - Open question

Kies uit: nadrukkelijk, ofschoon, ondeugdelijk, onverbiddelijk, pakkend, spectaculair en van origine:

De meester wijst ons er ......................op dat we onze fietsen in de rekken moeten zetten.

Slide 5 - Open question

Woordenschat


Ga naar blz. 11 van je Taalboekje (Thema 4) en maak de rest van oefening 2 af en daarna oefening 3

Slide 6 - Slide

Taal
We gaan nog eens oefenen met de zinsdelen oftewel "ontleden".

Ga naar blz. 7 van je Taalboekje (Thema 4) en kijk naar de dikgedrukte zinsdelen bij oefening 1.

Benoem deze dikgedrukte zinsdelen. 

Slide 7 - Slide

Taal
Ontleden
Persoonsvorm (pv): Zet de zin in de vragende vorm, dan is het eerste woord de pv, of
    Zet de zin in een andere tijd: het woord dat verandert is de pv.
Gezegde (gez): ALLE werkwoorden in een zin
Onderwerp (ow): Wie + pv/gez
Lijdend voorwerp (lv): Wie of wat + gez + ow
Meewerkend voorwerp (mv): Aan wie + gez +ow + lv
Bepaling (bep): Alles wat overblijft (waar, wanneer etc)






Slide 8 - Slide

Taal
Zijn vader heeft een nieuwe fiets aan Jan gegeven.

Persoonsvorm (pv): “heeft”
Heeft zijn vader een nieuwe fiets aan Jan gegeven?
    Zijn vader had een nieuwe fiets aan Jan gegeven.
Gezegde (gez): “heeft gegeven” (ALLE ww in een zin)
Onderwerp (ow): Wie heeft gegeven? (ow + gez) : “zijn vader”
Lijdend voorwerp (lv): Wat heeft zijn vader gegeven? (Wie of wat + gez + ow): “een fiets”
Meewerkend voorwerp (mv): Aan wie heeft zijn vader een fiets gegeven? (Aan wie + gez +ow + lv): “Jan”




Slide 9 - Slide

Taal

Ga daarna door naar oefening 2

Hier moeten alle zinsdelen worden benoemd.

.

Slide 10 - Slide

Taal

Nu gaan we naar blz. 16 en maak de "eerst proberen" oefening

Maak daarna oefening 1

.

Slide 11 - Slide

Dictee

We gaan nu een oefen dictee doen.
We doen dat zoals we dat altijd doen: ik lees alles eerst voor en jij typt alles en daarna druk je op 'send'

.

Slide 12 - Slide

Dictee

Slide 13 - Open question

Taal
Nu gaan we weer zinsdelen benoemen, maar nu in een samengestelde zin. 


Wat was ook alweer een samengestelde zin?

.

Slide 14 - Slide

Samengestelde zin
Een samengestelde zin kun je bouwen met twee hoofdzinnen of met een hoofdzin en een bijzin.


Een bijzin kan NOOIT zonder hoofdzin bestaan

Een bijzin kan voor of na een hoofdzin staan.

Slide 15 - Slide

Taal

Nu gaan we naar blz. 18 van je taalboekje. 

Maak daar oefening 1.

Maak daarna oefening 2.

.

Slide 16 - Slide

Taal

Nu gaan we naar blz. 26 en maak de "eerst proberen" oefening

Maak daarna oefening 1

.

Slide 17 - Slide

Spelling
Zelfstandige naamwoorden (en soms werkwoorden) met MEERDERE lettergrepen, en waar de klemtoon NIET op de laatste lettergreep ligt, eindigend op:
-ik

Krijgen GEEN verdubbelaar in het meervoud!

Slide 18 - Slide

Spelling
-ik
Havik --> haviken
Monnik --> monniken

frunik --> fruniken
punnik --> punniken



Slide 19 - Slide

Spelling
-ik
Controleer altijd:
- eindigd het woord op 'ik';
- heeft het meerdere lettergrepen;
- ligt de klemtoon niet op de laatste lettergreep?



Slide 20 - Slide

Spelling
we gaan even oefenen:
- bangerik
- ogenblik
- perzik
- koffiedik



Slide 21 - Slide

Spelling
we gaan even oefenen:

- bangerik --> bangeriken
- ogenblik --> ogenblikken
- perzik --> perziken
- koffiedik --> koffiedikken



Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

Banksy
Boek "Banksy ontmaskerd" van Manon Berns

Ben je al in het boek begonnen?

Wat vind je ervan?

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide

Banksy

- Staatkunstenaar
- mysterie wie hij nou is

Voorbeelden:
- Girl with baloon
- Flower thrower

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Slide

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Slide