Libre Service - Unité 2 5jan

Bonjour
Hoe is het gegaan het het leren?
Je moet alles weten nu van avoir en être
Ook het bezittelijk voornaamwoord en de getallen moet je kennen.
1 / 33
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Bonjour
Hoe is het gegaan het het leren?
Je moet alles weten nu van avoir en être
Ook het bezittelijk voornaamwoord en de getallen moet je kennen.

Slide 1 - Slide

Qu'est-ce qu'on va faire aujourd'hui?
We gaan beginnen met Francofolie( Frankrijkkunde).
Daarna herhalen we het lidwoord.
Jullie maken tot slot online de oefeningen bij Parler 
Leren app 6,7,8

Slide 2 - Slide

Spreken Franse kinderen hun ouders aan met tu of met vous?
A
tu
B
vous

Slide 3 - Quiz

Wat is het Bretons?
A
een taart
B
een lied
C
een taal
D
een feestdag

Slide 4 - Quiz

Wie zijn papi en mamie?
A
papa en mama
B
broer en zus
C
neef en nicht
D
opa en oma

Slide 5 - Quiz

vier

zestien
negen
twaalf
achttien
douze
dix-huit
quatre
seize
neuf

Slide 6 - Drag question

Wat is de vertaling van "soeur"?
A
zus
B
broer
C
suiker
D
peper

Slide 7 - Quiz

Wat is de vertaling van "grand-père"?
A
papa
B
mama
C
opa
D
oma

Slide 8 - Quiz

Wat is de vertaling van "jumeaux"?
A
tweeling
B
vader
C
vakantie
D
neef

Slide 9 - Quiz

Wat is de vertaling van "marié"?
A
gescheiden
B
getrouwd
C
gewandeld
D
georganiseerd

Slide 10 - Quiz

ik heb
zij hebben
wij hebben
zij heeft
nous avons
elle a
j'ai
elles ont

Slide 11 - Drag question

Maak een zin met de volgende woorden: ma soeur, 19 ans, avoir. Let op! Avoir moet nog vervoegd worden.

Slide 12 - Open question

Maak een zin met de volgende woorden: avoir, vous, une passion. Let op! Avoir moet nog vervoegd worden.

Slide 13 - Open question

Maak een zin met de volgende woorden: j', une cousine, avoir. Let op! Avoir moet nog vervoegd worden.

Slide 14 - Open question

… un appartement à l'ouest de Paris. (zij hebben)
A
Elle a
B
J'ai
C
Ils ont
D
Nous avons

Slide 15 - Quiz

… un chien noir.
(U heeft)
A
Vous avez
B
Tu as
C
Elles ont
D
On a

Slide 16 - Quiz

Lidwoorden 

lesdoel
Na deze les herken ik de lidwoorden in het Frans en kan ik ze zelf hebruiken.

Slide 17 - Slide

Wat zijn voorbeelden van lidwoorden in het Nederlands?
A
op - onder - in
B
de - het - een
C
mooi - groot - klein
D
moeder - kind - jurk

Slide 18 - Quiz

Lidwoorden in het Nederlands
de hond
het meisje
een kind

Slide 19 - Slide

Lidwoorden in het Frans
mannelijk woord
le
le père
de vader
vrouwelijk woord
la
la mère
de moeder

Slide 20 - Slide

Klinker of "stomme h"
mannelijk woord
le hôtel
l'hôtel
het hotel
vrouwelijk woord
la amie
l'amie
de vriendin

Slide 21 - Slide

Wat is het juiste lidwoord voor
___ tante (v)
A
le
B
la
C
l'

Slide 22 - Quiz

Wat is het juiste lidwoord voor
___ truc (m) ?
A
le
B
la
C
l'

Slide 23 - Quiz

Wat is het juiste lidwoord voor
___ oncle?
A
le
B
la
C
l'

Slide 24 - Quiz

Meervoud
Le garçon > Les garçons
La fille > Les filles
L'hôtel > Les hôtels
Wat valt je op aan het lidwoord én aan het zelfstandig naamwoord?

Slide 25 - Slide

Wat is het meervoud van "la maison" ?

Slide 26 - Open question

Wat is het meervoud van "l'ami"?

Slide 27 - Open question

"Een"
le/l'
un
un garçon
een jongen
la/l'
une
une fille
een meisje

Slide 28 - Slide

Waardoor kun je "le chien" vervangen?
A
un chien
B
une chien

Slide 29 - Quiz

Waardoor kun je "la Madame" vervangen?
A
un Madame
B
une Madame

Slide 30 - Quiz

Mannelijk
Vrouwelijk
Mannelijk _ vrouwelijk voor een klinker of h
LIDWOORDEN - de + het
Enkelvoud
  Meervoud
Je maakt een woord meervoud door LES voor en een 
achter het woord te plakken!

Slide 31 - Slide

Mannelijk
Vrouwelijk
Mannelijk _ vrouwelijk voor een klinker of h
LIDWOORDEN - een
Enkelvoud
  Meervoud
un
des
une
des

LET OP: des heeft geen betekenis in het Nederlands!
les maisons = de huizen 
des maisons = huizen (dus geen lidwoord in het Nederlands)                 
un copain
des copains
une glace
des glaces

Slide 32 - Slide

Les devoirs
Leren Apprendre 6,7 et 8
Maken op je laptop online:
- Parler (dat is 2.6 online)
- Herhalen avoir, être, bezittelijk voornaamwoord, getallen en app 1 t/m 5

Slide 33 - Slide