Online les 3: oefentoets woordsoorten nakijken

Welkom allemaal
  • Pak je oefentoets voor.
  • Je microfoon staat uit, camera staat aan.
  • Heb je een vraag? Steek je hand op via Teams.
1 / 14
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 14 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Welkom allemaal
  • Pak je oefentoets voor.
  • Je microfoon staat uit, camera staat aan.
  • Heb je een vraag? Steek je hand op via Teams.

Slide 1 - Slide

Wat gaan we doen?
- Oefentoets nakijken
- Toets grammatica
- Huiswerk en afsluiting


Slide 2 - Slide

Lesdoel
  • Je hebt de oefentoets over woordsoorten nagekeken.

Slide 3 - Slide

Vraag 1 (1 pt)
1. Welke bewering is waar?
A Een persoonlijk voornaamwoord kan nooit onderwerp van de zin zijn.
B Het bezittelijk voornaamwoord staat achter achter het zelfstandig naamwoord
 waar het bij hoort.
C Het woord jullie kan zowel persoonlijk voornaamwoord als bezittelijk
 voornaamwoord zijn.

  • Antwoord C

Slide 4 - Slide

Vraag 2 (4x0,5 pt)
Noteer van elk onderstreept woord de woordsoort. Kies uit: pers.vnw of bez.vnw.
2. Wil jij je haar laten knippen door je zus of door mijn moeder?


  • jij = pers.vnw, je = bez.vnw, 
  • je = bez.vnw, mijn = bez.vnw


Slide 5 - Slide

Vraag 3 (1 pt)
Is de bewering waar of niet waar?
3. Als in een zin met een werkwoordelijk gezegde maar één werkwoord staat, dan is dat een zelfstandig werkwoord.
A waar
B niet waar

  • Antwoord: A waar

Slide 6 - Slide

Vraag 4 (2x0,5 pt)
Benoem de onderstreepte werkwoorden.

4. In onze wijk wordt vanavond het oud papier opgehaald.

  • wordt = hulpwerkwoord
  • opgehaald  = zelfstandig werkwoord
Vraag 5 (2x0,5 pt)
Benoem de onderstreepte werkwoorden.

5. Jorien is Olympisch kampioen op de 1000 meter schaatsen geworden.

  • is = hulpwerkwoord
  • geworden = koppelwerkwoord


Slide 7 - Slide

Noteer de telwoorden en zet de juiste afkorting erachter: bep.hoofdtelw, onbep.hoofdtelw, bep.rangtelw of onbep.rangtelw. 

  • 6.  2018 = bep.hoofdtelw, veel = onbep.hoofdtelw

  • 7. laatste = onbep.rangtelw

  • 8. alle = onbep.hoofdtelw



  • 9. wat = onbep.hoofdtelw, 20e = bep.rangtelw

  • 10. sommige = onbep.hoofdtelw, derde = bep.rangtelw



(0,5 pt per goed antwoord)

Slide 8 - Slide

Vraag 11 (3x0,5 pt)
Noteer de voegwoorden uit de volgende zinnen en benoem elk voegwoord. Kies uit: nevenschikkend voegwoord (nsvg) of onderschikkend voegwoord (osvg).

11. Zodra de uitslag bekend is, geeft de voorzitter of de secretaris een persconferentie, want de journalisten staan al uren te wachten.

  • Zodra (osvg), of (nsvg), want (nsvg)

Slide 9 - Slide

Vraag 12 (3x0,5 pt)
12. Arnie zegt dat hij deze zomer gaat kamperen, tenzij het slecht weer is, want zijn tent is niet helemaal waterdicht.

  • dat (osvg), tenzij (osvg), want (nsvg)

Slide 10 - Slide

Vraag 13 (3x0,5 pt)
Noteer van elk werkwoord uit elk gezegde de woordsoort: zww, hww of kww.

13. In Australië is een eliteschool in rep en roer, omdat de directeur een geliefde docent heeft ontslagen.

  • zin 1: is = kww
  • zin 2: heeft = hww, ontslagen = zww

Slide 11 - Slide

9 punten is een 5,5

Slide 12 - Slide

Toets grammatica
- Dinsdag 16 februari (7e lesuur) 
of 
- Woensdag 17 februari (3e lesuur).

 


Slide 13 - Slide

Huiswerk
Leren: alle theorie van de grammatica





Slide 14 - Slide