What is LessonUp
Lesson library
Channels
AI tools
Log in
Start for free
‹
Return to search
1.4 Reading
1.4 Reading
Grammar - Intensifiers
1 / 23
next
Slide 1:
Slide
Engels
Voortgezet speciaal onderwijs
Leerroute 3
This lesson contains
23 slides
, with
interactive quizzes
and
text slides
.
Lesson duration is:
50 min
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Report this lesson
Items in this lesson
1.4 Reading
Grammar - Intensifiers
Slide 1 - Slide
Hoe kun je een
woord versterken?
Dit is een woordweb.
Slide 2 - Mind map
Aan het eind van deze les
kun je een bijwoord gebruiken om de betekenis van het volgende woord te versterken.
Slide 3 - Slide
Versterken
Intensifiers
zijn woorden die je kunt gebruiken om de betekenis van een ander woord te versterken.
staan direct voor het woord
geven antwoord op de vraag: Hoe?
Slide 4 - Slide
Intensifiers
De volgende intensifiers worden veel gebruikt:
absolutely
deeply
extremely
perfectly
quite
really
seriously
so
too
very
Slide 5 - Slide
Type hier een titel
Voorbeeld
Voeg een intensifier toe aan de zin: Gabby is funny.
How funny is Gabby?
Gabby is extremely funny.
Slide 6 - Slide
Type hier een titel
Voorbeeld
Kies de passende intensifier in de zin: I feel sick today.
How sick am I?
I feel
so / perfectly / deeply
sick today.
Slide 7 - Slide
I'm ... certain that the soup needs extra salt in it.
Dit is een quizvraag.
Vergeet niet om een goed antwoord aan te vinken.
A
quite
B
too
C
deeply
Slide 8 - Quiz
The car was ... dirty!
Dit is een quizvraag.
Vergeet niet om een goed antwoord aan te vinken.
A
absolutely
B
so
C
extremely
Slide 9 - Quiz
Barbara ... fell from the stairs, she had to go to the hospital.
Dit is een quizvraag.
Vergeet niet om een goed antwoord aan te vinken.
A
very
B
really
C
seriously
Slide 10 - Quiz
Maken
Opdracht 6 + 2
(blz. 28 + 30)
Slide 11 - Slide
Type hier een titel
Reading
Open je boek op blz. 29.
Samen de tekst lezen.
Maken opdracht 3 t/m 5
Slide 12 - Slide
Welke voorzetsels
ken jij?
Dit is een woordweb.
Slide 13 - Mind map
Waarom gebruik je een voorzetsel?
Dit is een open vraag.
Slide 14 - Open question
Aan het eind van deze les
kun je een voorzetsel (preposition of place) gebruiken om aan te geven waar iets of iemand is.
Slide 15 - Slide
Type hier een titel
Prepositions of place
Geeft aan waar iets of iemand is.
Slide 16 - Slide
Type hier een titel
Let op!
Het voorzetsel
on
gebruik je om te zeggen dat iets
ergens bovenop
ligt of zit:
I'm sitting
on
the chair Ik zit
op
de stoel
Het voorzetsel
at
gebruik je om te zeggen dat iemand of iets
op een bepaalde locatie is
:
I'll see you
at
school Ik zie je
op
school
Slide 17 - Slide
Type hier een titel
Voorbeeld
Use the correct preposition in the sentence
The plant is
on / at / between
the table.
Slide 18 - Slide
Type hier een titel
Voorbeeld
Use the correct preposition in the sentence
The teachers stands
behind / in front of / above
the classroom.
Slide 19 - Slide
According to this map, Germany is ... the Netherlands and Poland.
Dit is een quizvraag.
Vergeet niet om een goed antwoord aan te vinken.
A
above
B
between
C
in
Slide 20 - Quiz
Let's meet up ... the railwaystation, so we can travel together.
Dit is een quizvraag.
Vergeet niet om een goed antwoord aan te vinken.
A
on
B
in
C
at
Slide 21 - Quiz
Tom lives in a nice house ... the park.
Dit is een quizvraag.
Vergeet niet om een goed antwoord aan te vinken.
A
under
B
near
C
on
Slide 22 - Quiz
Maken
opdracht 7 t/m 9
Slide 23 - Slide
More lessons like this
Template Dark Green
April 2023
-
14 slides
LessonUp Inspiratie
Template Light-Mode Lila
April 2023
-
14 slides
LessonUp Inspiratie
Template Blauw
June 2023
-
14 slides
LessonUp Inspiratie
Template Roze
April 2023
-
14 slides
LessonUp Inspiratie
Template Dark Mode
April 2023
-
14 slides
LessonUp Inspiratie
Template Donkerblauw-Groen
September 2023
-
14 slides
LessonUp Inspiratie
Template Rainbow Pride
December 2023
-
15 slides
LessonUp Inspiratie
Mijn eerste template
July 2025
-
14 slides