Romantiek&Realisme

Romantiek en Realisme

1 / 54
next
Slide 1: Slide
KunstMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

This lesson contains 54 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Romantiek en Realisme

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

1772   Voltooiing encyclopedie.
1818    C.D. Friedrich: Wandelaar
            boven een zee van wolken. 
1826   Eerste foto gemaakt
           met camera.
1857   J.F. Millet: De Arenleesters 
1863   Eerste Salon des Refusés

.
18e eeuw
19e eeuw
Impressionisme
Het impressionisme werd had zijn hoogtepunt tussen 1875 en 1890.
Franse Revolutie
De Franse Revolutie maakt in 1789 een einde aan de absolute monarchie.
De Verlichting
Romantiek
Einde 18e eeuw, tot ver in 19e eeuw.
Realisme
Het realisme ontstaat rond 1830! 

Slide 3 - Drag question

This item has no instructions


wat is het verschil?

Slide 4 - Open question

This item has no instructions


wat is het verschil?

Slide 5 - Open question

This item has no instructions

Amerikaanse revolutie
- Onafhankelijkheid van Engeland
- Democratie
Franse revolutie
- vrijheid, gelijkheid en broederschap (verlichtingsdenken)
- afschaffing absolute vorsten
- individu en rechten centraal, burgers gelijk voor de wet

Romantiek - Tijdsgeest

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Romantiek - Tijdsgeest
Industriële revolutie, na uitvinding van de stoommachine
- Huisnijverheid verdrongen
- Trek uit het platteland naar fabriekssteden (urbanisatie)
- Fabrieken eisten steeds meer arbeider
- Explosieve groei in steden creëert nieuwe arbeidersklasse

- Uitvinding fotografie

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Romantiek - Stadsleven
- Slechte hygiëne 
- Veel ziekten
- Lage levensverwachting
- Armoede (rijke burgers wonen gescheiden)
- Het optimisme in het verlichtingsdenken bleek niet gegrond.

- Familie banden losser, meer ruimte voor individualisme

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Romantiek - Thematiek
Het grootste doel van kunst in deze tijd valt samen te vatten in 'escapisme;  wegvluchten uit werkelijkheid'
- Emotie
- Natuur
- Geschiedenis
- Exoticisme

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Romantiek - Emotie
- In de verlichting stond het rationele denken centraal, nu weer terugkeren naar een onverklaarbaar menselijk bestaan



 - Het gevoel
 - De fantasie
 - De verbeelding
 - Het intuïtie
 - Het onderbewuste 
 - Het onverklaarbare
 - Het raadselachtige
The Nightmare; Henry Fuseli; 1781

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Romantiek - Natuur
- Afkeer tegen de steden en de industriële omgeving
- Terug naar niet door de mens bezoedelde plekken
- Waardering voor wildernis omdat zij veronderstelden dat daarin de meest authentieke, pure vorm van natuur te vinden is.

De Hooiwagen; John Constable; 1821

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Romantiek - Geschiedenis
- Ze waren bezorgd voor de toekomst en nostalgisch naar het verleden.
- Zoektocht naar hun eigen culturele identiteit en volksziel
- glorieuze perioden eigen land

Houtzaagmolen aan een bevroren vaart; Andreas Schelfhout; 1842

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Romantiek - Exotisme
- Industrialisatie maakt verre reizen mogelijk door middel van stoom treinen.

- Oriënt wordt getypeerd als irrationeel, sensueel, primitief, feminien
- Westen de sterke, rationele, democratische, progressieve, masculiene

Eugène Delacroix; Vrouwen van Algiers; 1834
Royal Pavilion; Brighton; John Nash

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Fishermen at Sea; J. M. W. Turner; 1796,
- De nadruk op de verbeeldingskracht en de subjectieve expressie van de individuele kunstenaar/ Eigen handschrift ontwikkelen
- De natuur wordt ervaren als "bezield"

Schilderkunst
1845

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

- Een verlangen naar extreme ervaringen, om daarmee de zin van het bestaan te doorgronden en het leven tot een harmonieus geheel te maken.
- Druk en Dramatisch

Het vlot van de Medusa; Théodore Géricault; 1819
Schilderkunst

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Noem 3 aspecten die het leed versterken. (p.135)

Slide 16 - Open question

- theatrale gebaren en houdingen
- lugubere details
- zichtbare emoties op de gezichten

- Nationale Gevoelens
- Emoties dynamisch en heftig
- Geschiedenis
Arc de Triomphe; La Marseillaise; François Rude; 1833-6
Ugolino en zijn zonen; Jean-Baptiste Carpeaux; 1860
Beeldhouwkunst

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Vluchten waarnaartoe?
  • De ongerepte natuur
  • Reizen naar exotische culturen
  • De (eigen) geschiedenis / het eigen verleden
  • Onbereikbare liefde
  • Persoonlijke religieuze belevingen
  • Dromen en nachtmerries
  • De menselijke dramatiek, heldhaftigheid en emoties

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Welke revolutie heeft geleidt tot de romantiek?
A
Digitale revolutie
B
Franse Revolutie
C
Industriële revolutie
D
Neolithische revolutie

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

- Slechte economische toestand
- Hongersnood
- Toenemende arbeidersklasse
   - bezitloze arbeiders; uitgebuit door de bourgeoisie


- Uitvinding aquarel- en olieverf in tubes
- Lithografie

Realisme - Tijdsgeest
Gargantua; Honoré Daumier; 1831

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

- Afbeelden van alledaagse gebeurtenissen
   - Onderwerpen met sociaal karakter, alle sociale milieus (arbeiders)
   - Werkelijkheid waarheid
   - Tegen idealisering
   - Bezitloze
- Maatschappelijke verhoudingen

- ‘en plein air’


Realisme - Thematiek
De Steenkloppers; Gustave Courbet; 1849

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Opera
Verisme; Italiaanse vertakking van het realisme; pessimistisch
- Eén geheel, niet gemakkelijk in aparte scènes onder te verdelen
- Meer spraak zang, realistische dialogen zonder tekstherhaling
Realisme 

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Wat is de Salon des Réfusés?
A
Tentoonstelling van betaalbare kunst voor de gewone burger
B
door Napoleon III afgekeurde kunst
C
Kunst van schilders zonder academische opleiding
D
Populaire kunst aan het eind van de 19de eeuw

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

- Georganiseerd door de academie; Beaux-Arts de Paris
- Jury bepaalden welke werken te zien waren
- Afgewezen= R van Refusée


Salon de Paris
- classicistisch
   - Inhoud; relatie met klassieke oudheid
   - vorm; idealisering 
- gladde schildertechniek; geen textuur

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Salon de refusés

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Geaccepteerd in de salon
Geweigerd in de salon

Slide 26 - Drag question

This item has no instructions

Salon
Refusée

Slide 27 - Drag question

This item has no instructions

Wat is de salon?

Slide 28 - Open question

This item has no instructions

Begrippenlijst 
  • Huisnijverheid;(productiewerkzaamheden die in het eigen huis worden uitgevoerd)
  • Bourgeoisie(bovenklasse in het kapitalistisch systeem; rijke zakenlieden zoals grote fabriekseigenaren en bankdirecteuren)
  • Escapisme; (psychologische neiging of gewoonte om de zorgen van het alledaagse leven en de daarbij horende verplichtingen te vergeten)
  • Verbeeldingskracht;(Het vermogen om mentale beelden, ideeën en/of gevoelens op te roepen, zonder dat men deze zintuiglijk waarneemt.)
  • En plein air;(Direct, ter plaatse, in de vrije natuur op het doek vastleggen van het onderwerp, waarbij de nadruk ligt op spelen met het daglicht)

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Impressionisme en Postimpressionisme

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Déjeuner sur l' herbe kreeg veel kritiek. Welke van de kritiek hoort er niet bij?
A
De vrouwen verwijzen naar de prostitutie
B
De vrouw op de voorgrond is te groot
C
Er is te weinig contrast tussen de kleuren
D
Het is slordig geschilderd

Slide 31 - Quiz

This item has no instructions

Wat is kenmerkend voor de schilderkunst van het impressionisme?
A
alledaagse voorstelling, losse toets, statische compositie, helder kleurgebruik
B
losse toets, spiegeling, afsnijding, egale kleurvlakken
C
schaduwen hebben kleur, losse toets, afsnijding
D
egale kleurvlakken, spiegelingen, alledaagse voorstelling

Slide 32 - Quiz

This item has no instructions

Wat hoort NIET bij het impressionisme?
A
Alledaagse voorstellingen
B
Indruk van een bepaald moment
C
Losse penseeltoets
D
Nadruk op emoties

Slide 33 - Quiz

This item has no instructions

Impressionisme            1870-1905
Momenten vastleggen
Zuivere kleuren (pastel en paars)
Alledaagse onderwerpen
Toetsen
Schetsmatige techniek
Sfeer en lichtval belangrijk
Niet glad afgewerkte beelden
Veel beelden met diepe plooien


Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Monet

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Caillebotte
        

Manet
Monet

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

welke uitvinding draagt bij aan het ontstaan ven het impressionisme?
A
verftubes
B
fotografie
C
schildersezel
D
lithografie

Slide 37 - Quiz

This item has no instructions

Welk politieke doel zat achter de Arts & Crafts-beweging?
A
Mooie en betaalbare producten maken voor arm en rijk
B
Door middel van kunst de wereld mooier maken
C
De arbeidersklasse verheffen
D
De geïndustrialiseerde samenleving bekritiseren

Slide 38 - Quiz

This item has no instructions

Wat is postimpressionisme?
A
Een kunststroming die voortbouwt op het impressionisme
B
Experimenteren met vorm en kleur
C
De eerste abstracte kunststroming
D
De reactie van het publiek op het impressionisme

Slide 39 - Quiz

This item has no instructions

Postimpressionisme  1880-1900
Kunstenaar schildert niet wat hij ziet, maar wat hij voelt of denkt
Invloeden van andere culturen
Kunstenaars ontwikkelen een eigen stijl

Cézanne: Wiskundige vormen, afgewogen composities
Seurat:   Pointillisten: stippen, zuivere kleuren, duidelijke toetsen of stippen
Van Gogh: Felle kleuren en fors toetsen, gevoel speelt een belangrijke rol
Gauguin: Felle Kleuren, exotische invloeden


Slide 40 - Slide

This item has no instructions

Van Gogh

Slide 41 - Slide

This item has no instructions

Cézanne

Slide 42 - Slide

This item has no instructions

Seurat

Slide 43 - Slide

This item has no instructions

Gauguin

Slide 44 - Slide

This item has no instructions

Slide 45 - Slide

This item has no instructions

Paul Gauguin had verschillende inspiratiebronnen. Welke hoort er niet bij?
A
Japanse houtsnede
B
Impressionisme
C
Egyptische hiërogliefen
D
Realisme

Slide 46 - Quiz

This item has no instructions

Wat is de werkwijze van Paul Gauguin?
A
gebruik van afbeeldingen van kunst en herinneringen
B
gebruik van de techniek van het optisch mengen
C
'en plain air' schilderen
D
onderzoek naar de structuur van de natuur d.m.v. kleurvlakjes

Slide 47 - Quiz

This item has no instructions

Levenscyclus is een allegorie. Wat is een allegorie?
A
Een historische gebeurtenis
B
een verhaal met een moraal
C
een voorstelling van een ongerepte samenleving
D
een symbolische voorstelling

Slide 48 - Quiz

This item has no instructions

Paul Gauguin - postimpressionisme
Georges Seurat - postimpressionisme
Vincent Van gogh - postimpressionisme

Slide 49 - Drag question

This item has no instructions

Symbolisme

Slide 50 - Slide

This item has no instructions

Gustav Klimt

Slide 51 - Slide

This item has no instructions

Wat voor gevoel geeft
jou dit schilderij?

Slide 52 - Open question

This item has no instructions

Edvard Munch

Slide 53 - Slide

This item has no instructions

Welke kunstenaar hoort niet in het rijtje thuis?
A
Paul Gauguin
B
Claude Monet
C
Auguste Rodin
D
Piere Auguste Renoir

Slide 54 - Quiz

This item has no instructions