3.4 politieke stromingen na 1929 d2a

1 / 20
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

H 3.4 fascisme/communisme na 1929
Hoogkamp.N
16-02-2024
BOEKEN OP TAFEL!!

Slide 2 - Slide

Planning
  • Zelfstandig werken
  • Lesdoel
  • Uitleg 3.4 deel 2
  • filmpje 
  • Werken aan het huiswerk.

Slide 3 - Slide

lesdoel
  1. Je kunt uitleggen waarom na 1929 de populariteit van het fascisme en het communisme in Europa groeide.

Slide 4 - Slide

Zelfstandig werken
  • Werken aan 3.4

Slide 5 - Slide

WOI
WOII
Interbellum

Slide 6 - Drag question

Eerste Wereldoorlog
Interbellum

Slide 7 - Drag question

Wat is Fascisme en geef 2 kenmerken hiervan.

Slide 8 - Open question

Wat is communisme. Noem minimaal 1 kenmerk hiervan

Slide 9 - Open question

Lees: "communisme en fascisme" Maak de juiste combinaties
Italië
Sovjet-Unie
Duitsland
nationaalsocialisme
communisme
fascisme

Slide 10 - Drag question

Wat is de Beurskrach
A
Grote plotselinge daling van de koersen van aandelen
B
Grote stijging van de koersen van aandelen
C
Andere naam voor de crisis in 1929
D
Het opbreken van de Beurs in de VS

Slide 11 - Quiz

Wat is het Interbellum?
A
De crisistijd rond 1923
B
De grote hoeveelheid spullen die de fabrieken maakten na WO 1
C
De tijd van voorspoed die aanbrak rond 1923
D
De tijd tussen de twee wereldoorlogen

Slide 12 - Quiz

3.4 Rechtse politiek na 1929
  1. Economische crisis: Groei rechtse politieke stromingen
  2. Communisme: crisis schuld van kapitalisten
  3. Fascisme: economische crisis, algemene ontevreden en propaganda
  4. Bang voor communisme




Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Politiek Duitsland na 1929
Interbellum: Duitsland was arm door de schulden van het verdrag van Versailles.
1920: oprichting NSDAP
1933: Hitler Rijkskanselier

Slide 15 - Slide

Ideeen Hitler
  1. Hitler vond dat Duitsland een machtige leider nodig had om alle problemen op te lossen.
  2. Het Duitse volk moest een sterke eenheid zijn en de besluiten van de leider gehoorzaam uitvoeren.
  3. Hitler was een nationalist: hij wilde Duitsland weer sterk maken en beloofde het Verdrag van Versailles terug te draaien.
  4. Het kon volgens Hitler nodig zijn om geweld te gebruiken. Mensen die niet meewerkten, moesten aangepakt worden.
  5. Hitler dacht dat Joden Duitsland wilden verzwakken. Hij gaf hun de schuld van het verlies van de Eerste Wereldoorlog en de economische crisis.

Slide 16 - Slide

NSB in Nederland
NSB: Nationaal Socialistische Beweging
Tegen democratie en zeer nationalistisch 

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Link

Zelfstandig werken
3.4 opdrachten 1t/m12
3.5 opdrachten 1t/m6

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide