Tg 6 L2 - Hoofdrekenen: vermenigvuldigen en delen tot 1000 (splitsen en verdelen)

1 / 28
next
Slide 1: Slide
GodsdienstLager onderwijs

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Link

Slide 4 - Link

6 x 2 = 12
Even herhalen...
factoren
product

Slide 5 - Slide

Even herhalen...

Slide 6 - Slide

Neem je kladschrift/ kladblaadje er bij

Slide 7 - Slide


A

Slide 8 - Quiz

In de tuinwinkel koopt mama drie zakken potgrond van vijf kg.

- Hoeveel kg potgrond kocht mama?
A
25
B
15
C
10
D
20

Slide 9 - Quiz

Antwoord B was juist!
B (15 kg) was het juiste antwoord.  We zijn als volgt te werk gegaan:  Mama koopt 3 potten van 5 kg.
We doen dus 3 maal 5 (3 x 5)
Is dus in totaal 15 kg.

Slide 10 - Slide

Mama koopt in de tuinwinkel ook vijf bakken met telkens drie viooltjes in.

- Hoeveel viooltjes kocht mama?
A
25
B
15
C
10
D
20

Slide 11 - Quiz

Antwoord B was opnieuw juist!
We hadden 5 bakken met telkens 3 viooltjes in. 
We maken dus de bewerking 5 x 3 = 15

Slide 12 - Slide

We vergelijken even beide oefeningen...
oefening 1
3 zakken van 5 kg

3 x 5 = 15
oefening 2
5 bakken met telkens 3 viooltjes

5 x 3 = 15
Bij een vermenigvuldiging mogen we de factoren van plaats verwisselen (de uitkomst blijft hetzelfde).

Slide 13 - Slide

Neem je werkboek pagina 2
1. Vul enkel oefening 1 in.
2. Ben je klaar? Neem dan een groene balpen en verbeter de oefening.

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

( HAAKJES )
Als we een oefening hebben en we zien haakjes. Dan MOETEN we dat deeltje van de oefening eerst oplossen en dan pas de rest.

bv. 5 x (2 x 3) We moeten eerst 2 x 3 doen = 6 
 Dan pas 5 x 6 

Slide 16 - Slide

Los beide oefeningen op, is de uitkomst gelijk of niet? 
We gaan nu ook eens op dezelfde manier als daarnet controleren of we mogen kiezen waar we haakjes plaatsen.
(4 x 5 ) x 3 = ..........

4 x (5 x 3) = ...........

Slide 17 - Slide

(4 x 5 ) x 3 =  20 x 3 = 60

4 x (5 x 3) =  4 x 15  = 60
Bij een vermenigvuldiging mogen we de haakjes verplaatsen (de uitkomst blijft hetzelfde).

Slide 18 - Slide

We gaan nu eens kijken of dit bij een deling ook het geval is...
36 : (6 : 3) = 36 : 2 = 18

( 36 : 6 ) : 3 = 6 : 3 = 2
Bij een deling mogen we de haakjes NIET verplaatsen. We krijgen een totaal andere uitkomst!

Slide 19 - Slide

Neem je werkboek pagina 2
1. Vul enkel oefening 2 in.
2. Ben je klaar? Neem dan een groene balpen en verbeter de oefening met de verbetersleutel in de volgende slide.

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Bekijk het filmpje in de volgende slide minstens 2 keer. 
Luister goed!

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Link

Neem je werkboek er terug bij
Los oefening 3 en 4 op in je werkboek Als je klaar bent mag je doorgaan naar de volgende slide met de verbetersleutel. Neem dan je groene balpen en verbeter de oefeningen.

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide

Neem nu je werkboek pagina 9 oefening 4.
Los deze oefening op. 

Klaar? Ga door naar de volgende slide met de verbetersleutel en verbeter met groen.

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide

Klaar! 
Goed gewerkt! Tot de volgende les!

Slide 28 - Slide