2.4 Wat doe jij voor het milieu?

Verwachtingen vandaag!

  • Mijn boek ligt open op paragraaf: 2.4 blz. 54 

  • Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek, etui en rekenmachine.

  • Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op

  • Als de docent praat ben ik stil

  • Ik respecteer een ander en zijn eigendommen

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorEconomieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

This lesson contains 17 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Verwachtingen vandaag!

  • Mijn boek ligt open op paragraaf: 2.4 blz. 54 

  • Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek, etui en rekenmachine.

  • Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op

  • Als de docent praat ben ik stil

  • Ik respecteer een ander en zijn eigendommen

Leerdoelen herhalen

  • Je weet wat de woningmarkt is.

  • Je weet wanneer je recht hebt op huurtoeslag.

  • Je weet welke kosten je hebt als je een huis koopt.

  • Je weet welke belastingen je als eigenaar van een woning betaalt.

H2 Wat voor consument ben jij?

Paragraaf 2.4 Wat doe jij voor het milieu?

Voorkennis

Waar denk je aan bij het begrip milieuschade?

Leerdoelen vandaag

  • Je weet welk gevolg onze consumptie heeft voor het milieu.

  • Je weet hoe je bewustere keuzes kunt maken bij consumptie.

  • Je weet wat voor maatregelen mogelijk zijn om het milieu te sparen.

  • Je kunt de nadelige gevolgen van milieuschade benoemen.

Milieuschade

  • Door te consumeren veroorzaak je milieuschade: schade aan onze leefomgeving.

  • Milieuvervuiling ontstaat onder andere door:

    • Vervuiling van lucht, water en bodem

    • Het gebruik van grondstoffen, zoals aardolie, ijzererts en hout

    • Het verbruik van fossiele brandstoffen, zoals aardgas en aardolie

    • De uitstoot van afval en schadelijke stoffen

  • Door consumptie raken natuurlijke hulpbronnen uitgeput.

  • Uitlaatgassen en uitstoot van fabrieken veroorzaken CO₂ (koolstofdioxide).

  • Extra CO₂ in de atmosfeer zorgt voor opwarming van de aarde: dit heet het broeikaseffect.

Voordoen

Zelf oefenen

Ecologische voetafdruk

  • Voor voedsel, kleding, huisvesting en afvalverwerking is ruimte en natuur nodig.

  • De hoeveelheid aarde die iemand gebruikt, noemen we de ecologische voetafdruk.

  • De aarde heeft een beperkte hoeveelheid beschikbare grondstoffen en ruimte.

  • Gemiddeld heeft een Nederlander ongeveer 2,5 voetbalevelden aan ruimte nodig voor zijn of haar levensstijl.

  • Je kunt je ecologische voetafdruk verkleinen door:

    • Lokale producten te kopen

    • Te kiezen voor producten die duurzaam zijn geproduceerd

    • Gebruik te maken van duurzame energie, zoals wind- en zonne-energie

    • Producten te kopen die gerecycled kunnen worden

  • Hierdoor ontstaat minder afval en worden minder grondstoffen verbruikt.

Voordoen

Zelf oefenen

Schone energie

  • De overheid probeert met energiebelastingen het energieverbruik te verminderen en het gebruik van duurzame energie te stimuleren.

  • Er zijn verschillende regelingen om energiebesparing aantrekkelijk te maken:

    • Subsidies voor energiebesparende maatregelen, zoals isolatie en het plaatsen van een warmtepomp.

    • Btw-vrijstelling op zonnepanelen om het gebruik van zonne-energie te stimuleren.

    • Een energiebespaarlening waarmee huiseigenaren geld kunnen lenen tegen een lage rente voor energiebesparende aanpassingen.

  • Deze maatregelen helpen huishoudens en bedrijven om energiezuiniger en duurzamer te worden.

Voordoen + Zelf oefenen

Maatschappelijke kosten

  • Milieuschade heeft niet alleen gevolgen voor individuen, maar voor de hele samenleving.

  • De nadelen die de maatschappij ondervindt van milieuschade noemen we maatschappelijke kosten.

  • Niet alle maatschappelijke kosten zijn direct zichtbaar of eenvoudig in geld uit te drukken.

  • De overheid probeert milieuschade te beperken door belastingen en heffingen, zoals:

    • Energiebelasting

    • Afvalstoffenheffing

  • Sommige gevolgen van milieuschade zijn moeilijk meetbaar, bijvoorbeeld:

    • Geluidsoverlast

    • Schade aan de natuur

    • Gezondheidsproblemen door uitlaatgassen en andere vormen van vervuiling

Voordoen + Zelf oefenen

Aan het werk!

Maken opdrachten 2.4: 5, 7 en 8


Klaar?

Laten checken bij docent, bij goedkeuring nakijken.

Klaar?  Werk laten zien aan docent.

Veel fout? -> Maken herhalingsopdrachten 2.4

Veel goed? -> Maken plusopdrachten 2.4


 


5

minute

00

second

Checken leerdoelen

  • Je weet welk gevolg onze consumptie heeft voor het milieu.

  • Je weet hoe je bewustere keuzes kunt maken bij consumptie.

  • Je weet wat voor maatregelen mogelijk zijn om het milieu te sparen.

  • Je kunt de nadelige gevolgen van milieuschade benoemen.