5.2 + 5.3 + 5.4 Kraakbeenweefsel en beenweefsel

5.2: Kraakbeenweefsel en beenweefsel


blz. 17: Stevigheid en beweging

1 / 43
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 3

This lesson contains 43 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

5.2: Kraakbeenweefsel en beenweefsel


blz. 17: Stevigheid en beweging

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Doelstelling

  • Je kunt de kenmerken van kraakbeen en beenweefsel noemen 
  • Je kunt in een afbeelding de delen noemen
  • Je kunt beschrijven hoe de samenstelling van beenderen verandert tijdens het leven

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Uit welke delen bestaat het skelet?
A
schedel en ledematen en armen
B
romp, ledematen en armen en benen
C
schedel,romp, ledematen
D
schedel,romp,ledematen en armen en benen

Slide 3 - Quiz

This item has no instructions


Hoe heten de groen gekleurde botten?
A
Halswervels
B
Borstwervels
C
Lendewervels
D
Heiligbeen

Slide 4 - Quiz

This item has no instructions

Welk van de teveel aanwezige stoffen wordt opgeslagen in het beenmerg?
A
glycogeen
B
mineralen
C
ureum
D
vet

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

Met welke letter is beenweefsel aangegeven.
A
Letter P
B
Letter Q

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

  • Kan een baby zijn teen in z'n mond steken?
  • Kan iemand van 70 jaar dat ook?
  • Waar ligt dat aan?

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Slide 8 - Video

This item has no instructions

Slide 9 - Video

This item has no instructions

Kraakbeenweefsel
  • Stevig en goed buigzaam
  • de cellen liggen in groepjes in de tussencelstof (veel tussencelstof)
  • Bij volwassenen alleen bij: oorschelp, puntje neus, in gewrichten en tussen de wervels)

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Beenweefsel
  • stevig en een beetje buigzaam
  • de cellen liggen in de tussencelstof in kringen rondom fijne kanaaltjes met bloedvaten
  • kalkzouten geven stevigheid
  • lijmstof zorgt voor buigzaamheid

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Samenstelling van beenderen

Baby's:

  • voornamelijk kraakbeen
  • erg buigzaam en flexibel

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Samenstelling van beenderen

Kinderen:

  • beenweefsel met veel lijmstof en weinig kalkzouten
  • erg buigzaam en flexibel

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Samenstelling van beenderen

Bejaarden:

  • beenweefsel met weinig lijmstof en veelkalkzouten
  • Beenderen zijn erg hard en breken gemakkelijker

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Verloop lijmstof en kalkzouten

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Aan het einde van deze les:
- Kan je 4 soorten beenverbindingen benoemen
- Kan je beschrijven uit welke onderdelen een gewricht bestaat
- Kan je 3 soorten gewrichten benoemen

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Slide 18 - Video

This item has no instructions

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Onderdelen van een gewricht
1. Gewrichtskogel
2. Gewrichtskapsel
3. Gewrichtskom
4. Gewrichssmeer
5. Kraakbeen
6. Kapselband
(4 x Gewrichts... en 2 x K......)

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Welk onderdeel van het gewricht mist er?

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Hoeveel soorten beenverbindingen zijn er?
A
10
B
3
C
200
D
4

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions

Welke beenverbindingen zijn niet beweeglijk?
A
Kraakbeen
B
Gewricht
C
Vergroeid
D
Naad

Slide 28 - Quiz

This item has no instructions

De schedelbeenderen zitten verbonden met elkaar door:
A
Kraakbeen
B
Gewricht
C
Naad
D
Vergroeid

Slide 29 - Quiz

This item has no instructions

De ribben en het borstbeen zijn verbonden door:
A
Kraakbeen
B
Gewricht
C
Naad
D
Vergroeid

Slide 30 - Quiz

This item has no instructions

Een middenhandsbeentje is verbonden met een vingerkootje door:
A
Naadverbinding
B
Vergroeide verbinding
C
Kraakbeen verbinding
D
Gewricht

Slide 31 - Quiz

This item has no instructions

5.4 Spieren

Slide 32 - Slide

Hier zie je het spierstelsel.

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Hoe heet de plek waar de spier aan het bot vast zit?
A
Hiel
B
Aanhechtingsplaats
C
Pees

Slide 36 - Quiz

This item has no instructions

Spiervezels vormen samen een ..
A
pees
B
vezel
C
spierstelsel
D
spierbundel

Slide 37 - Quiz

This item has no instructions

Met welke letter is een pees aangegeven?
A
A
B
B
C
C
D
D

Slide 38 - Quiz

This item has no instructions

Wat is de antagonist van de biceps?
A
armbuigspier
B
armstrekspier

Slide 39 - Quiz

This item has no instructions

timer
0:30
spier
spierbundel
pees
spiervezel

Slide 40 - Drag question

This item has no instructions

Wat gebeurt er met je spiervezels als je spier wilt aanspannen en wat gebeurt er als je je spier weer ontspant?
A
Aanspannen: Kort Ontspannen: kort
B
Aanspannen: Kort Ontspannen: Lang
C
Aanspannen: lang Ontspannen: lang
D
Aanspannen: Lang Ontspannen: kort

Slide 41 - Quiz

This item has no instructions


Als deze spieren aanspannen
A
gaat de pols buigen
B
gaat de pols strekken
C
gebeurt er niets in de pols
D
gaat de pols draaien

Slide 42 - Quiz

This item has no instructions

Huiswerk

Maken 5.2 t/m 5.4

Leren 5.1 t/m 5.4

Slide 43 - Slide

This item has no instructions