1.1 Handig rekenen (rijgen en splitsen)

24 september 2026

Rekenen

Ik kan optellen mbv rijgen, splitsen, omkeren, veranderen of schakelen


Uitleg: Gebruik van het boek

Startopdracht

Uitleg handig rekenen

Zelfstandig werken

Evaluatie

1 / 16
next
Slide 1: Slide
New lesson editorRekenenMiddelbare schoolvmbo t, havoLeerjaar 1

This lesson contains 16 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

24 september 2026

Rekenen

Ik kan optellen mbv rijgen, splitsen, omkeren, veranderen of schakelen


Uitleg: Gebruik van het boek

Startopdracht

Uitleg handig rekenen

Zelfstandig werken

Evaluatie

Welkom!

                 

Pak de juiste spullen en ga zitten


Wacht op instructie


                     

1

minute

00

second

Hoe zit het boek in elkaar?

Elk hoofdstuk begint met een startopdracht.


Elk hoofdstuk eindigt met een zelftest.


Ga naar bladzijde 12.

Startopdracht

Er staat bij de opdrachten dat je geen rekenmachine

mag gebruiken.


Je maakt de startopdracht van Hoofdstuk 1 (blz. 12 & 13).


Let op: schrijf ook je berekening op.

5

minute

00

second

Lesdoel

Ik kan optellen mbv rijgen, splitsen, omkeren, veranderen of schakelen

Methode 1: omkeren

18 + 131 =

131 + 18 = 149





Voorbeeld

Stap 1: Je keert de getallen om


Stap 2: Tel de getallen bij elkaar op

Methode 2: rijgen

Stap 1: Splits het tweede getal in honderdtallen, tientallen en eenheden.


Stap 2: Tel de tientallen en eenheden bij het eerste getal op.

146 splits je in 100, 40 en 6



248 + 100 = 348

348 + 40 = 388

388 + 6 = 394

248 + 146 =

Voorbeeld

Hoe schrijf je dit op in je schrift?

Methode 1


248 + 146 =

248 + 100 = 348

348 + 40 = 388

388 + 6 = 394

Methode 3: Splitsen

Stap 1: Splits beide getallen in honderdtallen, tientallen en eenheden.


Stap 2: Tel de honderdtallen, de tientallen en de eenheden bij elkaar op.


Stap 3: Tel de uitkomsten bij elkaar op.

334 splits je in 300, 30 en 4

247 splits je in 200, 40 en 7



300 + 200 = 500

30 + 40 = 70

4 + 7 = 11


500 + 70 + 11 = 581

334 + 247 =

Voorbeeld

Hoe schrijf je dit op in je schrift?

Methode 2


334 + 247 =


300 + 200 = 500

30 + 40 = 70

4 + 7 = 11


500 + 70 + 11 = 581




Methode 4: veranderen

+1 -1

40 + 16 = 56





Voorbeeld

39 + 17 =

Stap 1: Je maakt het ene getal groter en het andere getal even evenveel kleiner


Stap 2: Tel de getallen bij elkaar op

Methode 5: Schakelen

Stap 1: Je telt eerst de getallen op die bij elkaar passen


Stap 2: Tel vervolgens de overige getallen erbij op



31 + 27 + 13 =


31 + 40 = 71

31 + 27 + 13

Voorbeeld

Opdracht 1a

17 + 49 =


Kies een methode.


Schrijf je berekening op.


Reken uit.

Antwoord opdracht 1a

Methode rijgen

Methode splitsen

37 + 54 =


37 + 50 = 87

87 + 4 = 91

37 + 54 =


30 + 50 = 80

7 + 4 = 11


80 + 11 = 91

Maak opdracht 1 b t/m 1 e

Werk netjes onder elkaar.


Schrijf je berekeningen op.

Evaluatie

Bespreek de volgende vragen met je buur

Welke methode heb je het meeste gebruikt?


Waarom heb je die methode het meeste gebruikt?