24 september 2026
Rekenen
Ik kan optellen mbv rijgen, splitsen, omkeren, veranderen of schakelen
Uitleg: Gebruik van het boek
Startopdracht
Uitleg handig rekenen
Zelfstandig werken
Evaluatie
24 september 2026
Rekenen
Ik kan optellen mbv rijgen, splitsen, omkeren, veranderen of schakelen
Uitleg: Gebruik van het boek
Startopdracht
Uitleg handig rekenen
Zelfstandig werken
Evaluatie
Welkom!
Pak de juiste spullen en ga zitten
Wacht op instructie
minute
second
Hoe zit het boek in elkaar?
Elk hoofdstuk begint met een startopdracht.
Elk hoofdstuk eindigt met een zelftest.
Ga naar bladzijde 12.
Startopdracht
Er staat bij de opdrachten dat je geen rekenmachine
mag gebruiken.
Je maakt de startopdracht van Hoofdstuk 1 (blz. 12 & 13).
Let op: schrijf ook je berekening op.
minute
second
Lesdoel
Ik kan optellen mbv rijgen, splitsen, omkeren, veranderen of schakelen
Methode 1: omkeren
18 + 131 =
131 + 18 = 149
Voorbeeld
Stap 1: Je keert de getallen om
Stap 2: Tel de getallen bij elkaar op
Methode 2: rijgen
Stap 1: Splits het tweede getal in honderdtallen, tientallen en eenheden.
Stap 2: Tel de tientallen en eenheden bij het eerste getal op.
146 splits je in 100, 40 en 6
248 + 100 = 348
348 + 40 = 388
388 + 6 = 394
248 + 146 =
Voorbeeld
Hoe schrijf je dit op in je schrift?
Methode 1
248 + 146 =
248 + 100 = 348
348 + 40 = 388
388 + 6 = 394
Methode 3: Splitsen
Stap 1: Splits beide getallen in honderdtallen, tientallen en eenheden.
Stap 2: Tel de honderdtallen, de tientallen en de eenheden bij elkaar op.
Stap 3: Tel de uitkomsten bij elkaar op.
334 splits je in 300, 30 en 4
247 splits je in 200, 40 en 7
300 + 200 = 500
30 + 40 = 70
4 + 7 = 11
500 + 70 + 11 = 581
334 + 247 =
Voorbeeld
Hoe schrijf je dit op in je schrift?
Methode 2
334 + 247 =
300 + 200 = 500
30 + 40 = 70
4 + 7 = 11
500 + 70 + 11 = 581
Methode 4: veranderen
+1 -1
40 + 16 = 56
Voorbeeld
39 + 17 =
Stap 1: Je maakt het ene getal groter en het andere getal even evenveel kleiner
Stap 2: Tel de getallen bij elkaar op
Methode 5: Schakelen
Stap 1: Je telt eerst de getallen op die bij elkaar passen
Stap 2: Tel vervolgens de overige getallen erbij op
31 + 27 + 13 =
31 + 40 = 71
31 + 27 + 13
Voorbeeld
Opdracht 1a
17 + 49 =
Kies een methode.
Schrijf je berekening op.
Reken uit.
Antwoord opdracht 1a
Methode rijgen
Methode splitsen
37 + 54 =
37 + 50 = 87
87 + 4 = 91
37 + 54 =
30 + 50 = 80
7 + 4 = 11
80 + 11 = 91
Maak opdracht 1 b t/m 1 e
Werk netjes onder elkaar.
Schrijf je berekeningen op.
Evaluatie
Bespreek de volgende vragen met je buur
Welke methode heb je het meeste gebruikt?
Waarom heb je die methode het meeste gebruikt?