paragraaf 5: schuldig of onschuldig

Criminaliteit paragraaf 3
schuldig of onschuldig
1 / 31
next
Slide 1: Slide
maatschappijleerMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Criminaliteit paragraaf 3
schuldig of onschuldig

Slide 1 - Slide

schuldig of onschuldig
Doel van de les:

Je kan uitleggen wie de belangrijke personen in een rechtzaak zijn.

Je  kan uitleggen hoe een rechtzaak verloopt.

je kan uitleggen welke straffen er zijn
wat
uitleg paragraaf 5
hulp
les in lessonup
hoe
quiz spelen
lesson-up
opdrachten in digitale methode maken
tijd
50 min
resultaat
we hebben paragraaf 5 in de digitale methode af

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

Officier van Justitie
aanklager (namens het Openbaar Ministerie)

leidt het opsporingsonderzoek

beslist of de verdachte naar de rechter gaat

eist in een strafzaak en bepaalde straf 

zorgt dat de straf wordt uitgevoerd

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Wel of niet naar de rechter?


  • Seponeren =niet vervolgen

  • Schikken of transactie =boete geven


  • Vervolgen =rechtszaak

Slide 8 - Slide

Pech...naar de rechter!


  • dagvaarding (waarom, wanneer, waar)


  • rechtszitting 


  • soms bij verstek veroordelen

Slide 9 - Slide


Hoe verloopt 

een rechtszaak?

Slide 10 - Slide





1. De opening door de rechter
meervoudige kamer. Er zijn meerdere rechters. 
Dit is vaak bij zware criminaliteit 
Controleren van de gegevens van de verdachte.

Slide 11 - Slide





2. De aanklacht 
De officier van justitie leest de aanklacht (=tenlastelegging) voor.
Wat is het strafbaarfeit

Slide 12 - Slide





3. Het getuigenverhoor

Mensen die iets gehoord of gezien hebben dat met de zaak te 
maken kan hebben. Getuigen mogen niet liegen. (meineed)

Slide 13 - Slide







4. Het verhoor van de verdachte
Eerst zelf vertellen wat er is gebeurd. Dan ondervragen de rechters, de officier van justitie en je eigen advocaat jou.

Slide 14 - Slide





5. Het requisitoir

De officier van justitie zet na de ondervragingen alles nog even op een rijtje en komt met de strafeis

Slide 15 - Slide





6. Het pleidooi
Jouw advocaat gaat jou verdedigen en vraagt om vrijspraak of een lichte straf. Soms doet de verdachte zelf zijn verdediging

Slide 16 - Slide





7. Het laatste woord
Als verdachte heb je altijd het laatste woord. Je kunt ook nog iets zeggen over de strafeis van de officier

Slide 17 - Slide





8. De uitspraak

De rechter vertelt of je schuldig of onschuldig bent en welke straf hij wil geven. Meestal is de uitspraak of het vonnis pas later

Slide 18 - Slide

Wie zitten er in de rechtszaal?
A
rechter, verdachte, advocaat ,
B
rechter, dader, advocaat
C
rechter, verdachte burgemeester
D
rechter, advocaat, ministers

Slide 19 - Quiz

Slide 20 - Slide

Wie klaagt de verdachte aan?
A
de rechter
B
de verdachte
C
de advocaat
D
de officier van justitie

Slide 21 - Quiz

Hoe noemen we de uitspraak van de rechter?
A
de uitslag
B
de taakstraf
C
de regeling
D
het vonnis

Slide 22 - Quiz

Wie heeft het laatste woord voordat de rechter een uitspraak doet?
A
het publiek
B
de verdachte
C
de rechter
D
de officier van justitie

Slide 23 - Quiz

Iemand niet voor de rechter laten komen wegens gebrek aan bewijs.
A
negeren
B
marchanderen
C
tutoyeren
D
seponeren

Slide 24 - Quiz

Wat is de zaak schikken?

Slide 25 - Open question

Begeleidt ex-gevangenen om de kans op recidive te voorkomen.
A
deurwaarder
B
reclassering
C
Halt
D
advocaat

Slide 26 - Quiz

welke taken heeft een Officier van Justitie?

Slide 27 - Open question

Hoe noem je de uitspraak van een rechter?
A
oordeel
B
uitslag
C
vonnis
D
conclusie

Slide 28 - Quiz

Wanneer ben je schuldig?
  • Gaat het om een strafbaar feit?
  • Heeft de verdachte het gedaan?
  • Is de verdachte strafbaar?
Ontoerekeningsvatbaar

Slide 29 - Slide

Wanneer ben je in Nederland schuldig?
A
Als je op heterdaad betrapt bent
B
Als je niks gedaan hebt
C
Als je door de rechter bent veroordeeld
D
Als mw. Raats het zegt

Slide 30 - Quiz

maakwerk
H8 paragraaf 5 in de online methode.

Slide 31 - Slide