Verkeer

Verkeer


1 / 50
next
Slide 1: Slide
New lesson editorW.O.Lager onderwijs

This lesson contains 50 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Verkeer


Wat weet je al?

Wat wil je nog weten?

Hoe kom jij naar school? Kies uit: de fiets, de auto, te voet, de bus, ander.

Wat zijn zwakke weggebruikers? Tijd om op te zoeken.

A

Fietsers

B

Voetgangers

C

Kinderen

D

Fietsers en voetgangers

Delen van de fiets


A

Ja

B

Neen

C


D



A

Ja

B

Neen

C


D



A

Ja

B

Neen

C


D


Wat weet jij al over verkeersborden?





Hier moet je fietsen

Verboden toegang voor alle bestuurders. 


Te voet mag je hier wel in.


Verboden toegang voor fietsers


Verboden toegang in beide richtingen voor alle bestuurders

Wat betekent voorrang?

De politieagent(e)

A

vangt alleen boeven.

B

schrijft boetes uit.

C

komt tussen bij ruzies.

D

regelt het verkeer indien nodig.

Wat beveelt de agent?

A

Iedereen stoppen

B

Iedereen doorrijden

C

Fietsers stoppen

D

Links afslaan

Wat beveelt de agent?

A

Voor en achter agent mogen doorrijden.

B

Zijkanten van agent mogen doorrijden.

C

Iedereen mag doorrijden.

D

Iedereen stoppen.

Welke soorten borden zijn er?