OC- lesweek 3

Vroegsignalering en crisisinterventie

1 / 45
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMZMBOStudiejaar 3

This lesson contains 45 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min
Report this lesson

Items in this lesson

Vroegsignalering en crisisinterventie

Open de les vanuit de BPV-context: studenten starten bij stap 3 van de eindopdracht en gaan observeren welke onvoorziene of crisissituaties op hun BPV-plek kunnen voorkomen.

Lesdoel

Je observeert en signaleert

tijdig of er gevaar is voor de

cliënt/ groep/ collega's en

jezelf

This item has no instructions

Theorie: ''Mensen professioneel ondersteunen'' thema 12

This item has no instructions

Verschil tussen onvoorziene- en crisissituaties

Onvoorziene situaties:

Is een onverwachte gebeurtenis die niet gepland was.


Voorbeeld: Een cliënt weigert onverwacht om te eten of de bus heeft vertraging

Crisissituaties:

Een ernstige noodtoestand/situatie is waarin direct gevaar of totale ontwrichting optreedt.

  • Iemand heeft dan direct passende zorg nodig

  • De cliënt kan de situatie tijdelijk niet goed overzien of beheersen

  • Veiligheid van de cliënt of anderen kan in gevaar komen.

Voorbeeld: Een cliënt vertoont agressief gedrag met direct letsel tot gevolg of raakt in een zware psychische noodtoestand

This item has no instructions

Hoe kan een crisis ontstaan?

  • verlies of rouw

  • relatieproblemen

  • financiële problemen

  • ziekte of overlijden

  • langdurige stress

  • middelengebruik

Benadruk dat een crisis niet altijd plotseling uit het niets komt; vaak is er een aanloop met oplopende spanning of gedragsverandering.

Een crisis ontstaat vaak niet ineens

Vaak zijn er vooraf al signalen zichtbaar. Juist daarom is goed observeren belangrijk: wie veranderingen op tijd ziet, kan eerder handelen en soms voorkomen dat een situatie escaleert.

This item has no instructions

Wat is vroegsignalering?

Vroegsignalering betekent dat je psychische klachten of veranderingen in gedrag zo vroeg mogelijk herkent. Hoe eerder je signalen ziet, hoe groter de kans dat je kunt ingrijpen voordat een situatie een crisis wordt.

This item has no instructions

Waarom vroegsignalering nodig is

  • vroeg herkennen van psychische klachten

  • sneller passende hulp inzetten

  • risico op escalatie verkleinen

  • veiligheid beter bewaken

This item has no instructions

Waarom is vroegsignalering belangrijk?

A

Sneller straffen

B

Escalatie voorkomen

C

Diagnoses stellen

D

Meer afstand houden

Toetst de kern van slides 2-6: signalen tijdig herkennen zodat je eerder kunt handelen en een crisis soms kunt voorkomen.

Maak de kernzin compleet

Een crisis ontstaat vaak niet ineens. Vaak zijn er vooraf al signalen zichtbaar. Daarom is vroegsignalering belangrijk, zodat je eerder kunt handelen.

ineens
signalen
vroegsignalering
handelen
rust
gedrag
rapporteren
afwachten

Alle woorden komen rechtstreeks uit het eerste subtopic over crisis en vroegsignalering.

Signalen die kunnen opvallen

Gevoel en spanning

  • teruggetrokken gedrag

  • veranderingen in dagelijks functioneren

  • ander gedrag dan je gewend bent van de cliënt

  • somberheid

  • angst

  • stress

  • spanning

  • onrust

Gedrag en functioneren

This item has no instructions

Crisisontwikkelingsmodel

Basis voor professioneel handelen bij spanning

This item has no instructions

Crisisontwikkelingsmodel

Basis voor professioneel handelen bij spanning

Fase 0 - Evenwicht:

Stabiele en gecontroleerde situatie. De cliënt kan zichzelf onder controle houden. Er is geen directe hulpverlening nodig.


Fase 1- Angst voor controleverlies:

Toename angst (motorische onrust, irritatie, stemverheffing, verbale onrust, alertheid op de omgeving). De hulpverlening is ondersteunend.


Fase 2 - Controleverlies:

Cliënt verliest meer controle over zijn denken, doen en laten (emoties, woede , schelden, onrust). De hulpverlening neemt een directieve rol aan en stelt duidelijke, uitvoerbare en concrete grenzen ( denk aan welke manier, stemgebruik en communicatie technieken - non verbaal en verbaal)


Fase 3 - Acting out:

Agressief gedrag (slaan, schoppen, schreeuwen, spugen). De hulpverlening stopt het gedrag en gaat de-escalerend werken (denk aan veiligheid waarborgen). Meestal neemt 1 hulpverlener de leiding.



Fase 4 - Ontspanningsfase:

De angst neemt af bij de cliënt. Er komt ruimte voor rust en ontspanning.

De rol van de hulpverlening verandert van directief naar ondersteunend. Contact maken zonder over de aanleiding te spreken van de escalatie te praten.


Vanuit fase 4 volgt de terugkeer naar fase 0.

This item has no instructions

Theorie: Goed observeren

Observeren betekent dat je bewust en gericht kijkt naar wat er gebeurt, zonder meteen conclusies te trekken. Je beschrijft eerst wat je werkelijk ziet en hoort.

Koppel dit aan de BPV-opdracht: studenten kiezen een passende observatiemethode in overleg met de BPV-begeleider.

Waar let je op?

  • gedrag

  • houding

  • gezichtsuitdrukking

  • stemgebruik

  • bewegingen

  • contact met anderen

Laat eventueel mondeling aanvullen dat veranderingen ten opzichte van normaal gedrag extra belangrijk zijn.

Ken de cliënt

Wie weet hoe een cliënt normaal gesproken doet, merkt veranderingen sneller op. Vroegsignalering lukt beter als je kunt vergelijken met het gewone gedrag, de vaste gewoonten en het dagelijks functioneren van die cliënt.

This item has no instructions

Observatie of interpretatie?

  • wat jij denkt dat het betekent

  • een oordeel

  • een aanname

  • een conclusie zonder bewijs

Interpretatie

Feitelijke observatie

  • wat je ziet

  • wat je hoort

  • concreet gedrag

  • letterlijke uitspraken

This item has no instructions

Waarmee vergelijk je gedrag bij vroegsignalering?

A

Het protocol

B

Het teamoverleg

C

Het normale gedrag

D

De diagnose

Gebaseerd op slide 9: ken de cliënt, zodat veranderingen ten opzichte van normaal gedrag opvallen.

Niet objectief observeren

De cliënt is agressief en heeft duidelijk een slechte dag.


In deze zin staan al interpretaties. Je beschrijft niet precies wat de cliënt deed of zei.

This item has no instructions

Wel objectief observeren

De cliënt loopt heen en weer door de ruimte, spreekt hard en zegt drie keer: ‘Laat me met rust.’


Dit is objectief: je beschrijft alleen wat je waarneemt.

This item has no instructions

Welke zin is een objectieve observatie?

A

De cliënt is agressief

B

De cliënt heeft stress

C

De cliënt wil aandacht

D

De cliënt spreekt hard

De correcte optie beschrijft alleen waarneembaar gedrag. De andere opties bevatten interpretatie of oordeel.

Goed rapporteren

  • duidelijk

  • feitelijk

  • objectief

  • zonder aannames of diagnoses

Noem dat rapporteren hier als praktische aanvulling is opgenomen om de stap van observeren naar handelen goed te kunnen uitvoeren in de BPV-praktijk.

Wat zet je in een rapportage?

Situatie

  • wat je zag of hoorde

  • wanneer het gebeurde

  • waar het gebeurde

  • wie erbij betrokken waren

Handelen

  • wat de cliënt deed of zei

  • welke actie jij of een collega nam

  • wat het effect daarvan was

This item has no instructions

Voorbeeld van een feitelijke rapportage

Om 14.10 uur liep de cliënt meerdere keren heen en weer door de woonkamer. Hij sprak met verheven stem en sloeg met zijn hand op tafel.........

Benadruk dat een collega op basis van deze rapportage precies begrijpt wat er gebeurde, welke actie is ingezet en wat het effect was.

Vul de rapportage aan

Een goede rapportage is feitelijk en objectief. Je noteert wanneer en waar iets gebeurde, welke actie is ondernomen en wat het effect was.

feitelijk
objectief
wanneer
actie
emotioneel
subjectief
waarom
mening

Controleert de kern uit slides 14-16: feitelijk rapporteren met tijd, situatie, actie en effect.

Van observeren naar signaleren

Observeren → Verandering herkennen → Signaal benoemen → Risico inschatten → Passend handelen → Rapporteren

This item has no instructions

Waarom risico inschatten?

Het doel is niet pas reageren als een situatie volledig escaleert. Door signalen op tijd serieus te nemen, kun je eerder bepalen of er gevaar is en welke actie nodig is.

This item has no instructions

Wanneer wordt het gevaarlijk?

  • als iemand zichzelf in gevaar brengt

  • als anderen risico lopen

  • als spanning omslaat in dreiging of agressie

  • als direct ingrijpen nodig is

This item has no instructions

Voor wie kan er gevaar zijn?

  • de cliënt zelf

  • andere cliënten

  • collega’s

  • omstanders

  • bezoekers

  • jijzelf als professional

Overige aanwezigen

Direct betrokkenen

This item has no instructions

Acute signalen vragen direct handelen

Bijvoorbeeld bij dreiging met zelfdoding of agressie is onmiddellijk handelen noodzakelijk. Dan gaat het eerst om eerste opvang en het veilig maken van de situatie.

This item has no instructions

Steeds deze afweging maken

  • Wat zie ik?

  • Wat verandert er?

  • Is er gevaar?

  • Voor wie is er gevaar?

  • Wat moet ik nu doen?


(denk aan crisisontwikkelingsmodel en signaleringsplan/kaart)

Koppel deze vragen aan professionele alertheid op de BPV-plek.

Voor wie kan er gevaar zijn in een crisissituatie?

1

Alleen de cliënt

2

Cliënt en collega’s

3

Iedereen in de omgeving

4

Alleen professionals

This item has no instructions

Wat is crisisinterventie?

Crisisinterventie is passend en snel handelen wanneer een crisis niet meer voorkomen kan worden. De professional neemt tijdelijk meer de leiding, omdat de cliënt op dat moment de situatie mogelijk niet goed kan overzien.

This item has no instructions

Doel van crisisinterventie

Eerst staan veiligheid en rust centraal. Daarna kan verdere hulpverlening worden ingezet. De eerste stap is dus niet alles oplossen, maar de situatie stabiliseren.

This item has no instructions

Wat doe je in een crisis?

  • veiligheid vooropstellen

  • passende hulp inschakelen

  • collega’s of professionals betrekken

  • rustig blijven

  • duidelijk communiceren

  • contact blijven zoeken

  • prikkels verminderen

In houding en contact

In organisatie en veiligheid

This item has no instructions

De-escaleren

  • niet elke gespannen situatie wordt een crisis

  • op tijd reageren kan escalatie voorkomen

  • rustig contact maken helpt spanning verlagen

This item has no instructions

Hoe de-escalatie helpt

Je kunt spanning soms verlagen door je voor te stellen, contact te maken en te vragen wat iemand nodig heeft. Daarmee vergroot je rust en voorkom je dat spanning verder oploopt.

This item has no instructions

De kern in één lijn

Spanning herkennen → rustig reageren → veiligheid vergroten → escalatie voorkomen

This item has no instructions

Wat is het eerste doel van crisisinterventie?

A

Veiligheid en rust

B

Diagnose en behandeling

C

Oorzaak onderzoeken

D

Verslag afronden

Gebaseerd op slides 23-25: eerst stabiliseren, veiligheid waarborgen en rust creëren.

Maak de de-escalatielijn af

Door spanning te herkennen en rustig te reageren, kun je de veiligheid vergroten en escalatie voorkomen.

spanning
rustig
veiligheid
escalatie
haastig
discussie
controle
conflict

Sluit aan op slide 28 en de kern van de-escalatie.

Wat neem jij mee uit deze les?

Reflectievraag zonder goed of fout. Laat studenten kort terugblikken op hun belangrijkste inzicht uit de les.

Welk onderdeel vond jij het lastigst?

Reflectie op het leerproces. Mogelijke antwoorden gaan over objectief observeren, risico inschatten, rapporteren of de-escaleren.

Begrippenlijst

crisissituatie - ernstige noodsituatie waarin direct passende zorg nodig is

vroegsignalering - het zo vroeg mogelijk herkennen van psychische klachten of gedragsveranderingen

observeren - bewust en gericht kijken naar wat er gebeurt zonder direct conclusies te trekken

feitelijke observatie - beschrijving van wat je werkelijk ziet of hoort

interpretatie - wat jij denkt dat een observatie betekent

rapporteren - feitelijk vastleggen wat je hebt gezien, gehoord en gedaan

risico inschatten - beoordelen of er gevaar is en voor wie

This item has no instructions

Begrippenlijst

crisisinterventie - passend en snel handelen wanneer veiligheid in gevaar komt

de-escaleren - spanning verlagen om te voorkomen dat een situatie erger wordt

objectief - zonder oordeel, aanname of persoonlijke invulling

signaal - opvallende verandering die kan wijzen op oplopende spanning of psychische problemen

veiligheid - bescherming van de cliënt, anderen, collega’s en jezelf

Je kunt afsluiten met het huiswerk: neem op de BPV-plek protocollen, richtlijnen en afspraken/regels rond onvoorziene en crisissituaties mee of noteer ze voor later gebruik in module en examen.

Huiswerk

Start stap 3 van de eindopdracht

Beginnen met observeren van de onvoorziene en/ of (crisis)situaties die voor kunnen komen op jouw


Heb je een situatie? Dan ga je direct door met stap 4 ‘’ Handelen in een onvoorziene (crisis)situatie’’ en stap 5 ‘’ Evaluatie’’.


Huiswerk voor de volgende les:

Neem de BPV welke protocollen, richtlijnen en afspraken/regels bij onvoorziene en crisissituaties.

Schrijf deze allemaal op/ sla ze op (dit ga je nodig hebben voor de module en het examen)

This item has no instructions