oefenen met presente perfecto + gerundio

GERUNDIO
PRESENTE PERFECTO
ESTAR
HABER
Net gebeurd
op dit moment
-IDO
-ANDO
-ADO
-IENDO
LEYENDO
VUELTO
1 / 17
next
Slide 1: Drag question
SpaansMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

GERUNDIO
PRESENTE PERFECTO
ESTAR
HABER
Net gebeurd
op dit moment
-IDO
-ANDO
-ADO
-IENDO
LEYENDO
VUELTO

Slide 1 - Drag question

Maak een zin in de toekomende tijd met het werkwoord: PEDIR.(ella)
gebruik tenminste 6 woorden

Slide 2 - Open question

Maak een zin in de voltooide tijd met het werkwoord: HACER. (vosotros)
gebruik tenminste 6 woorden

Slide 3 - Open question

Maak een zin in de voltooide tijd met het werkwoord: ESTAR.
gebruik tenminste 6 woorden

Slide 4 - Open question

Maak een zin in de toekomende tijd met het werkwoord: COMER.
gebruik tenminste 6 woorden

Slide 5 - Open question

Kies voor de juiste vorm van de Presente perfecto

Decir (tú)
A
Ha decido
B
Has dicho
C
Has decido
D
Han dicho

Slide 6 - Quiz

Kies voor de juiste vorm van de Presente perfecto

Abrir (él)
A
Ha abrido
B
Has abierto
C
Hemos abrido
D
Ha abierto

Slide 7 - Quiz

Kies voor de juiste vorm van de Presente perfecto

Abrir (él)
A
Ha abrido
B
Has abierto
C
Hemos abrido
D
Ha abierto

Slide 8 - Quiz

Kies voor de juiste vorm van de Presente perfecto

Abrir (él)
A
Ha abrido
B
Has abierto
C
Hemos abrido
D
Ha abierto

Slide 9 - Quiz

Kies voor de juiste vorm van de Presente perfecto

hacer (nosotros)
A
Hemos hecho
B
Has hecho
C
Hemos acido
D
Ha hacido

Slide 10 - Quiz

Kies voor de juiste vorm van de Presente perfecto

volver (ellos, ellas,ustedes)
A
Hemos vuelto
B
Has vuelto
C
Han vuelto
D
Han volvido

Slide 11 - Quiz

Kies voor de juiste vorm van de Presente perfecto

empezar (ellos, ellas,ustedes)
A
He empezado
B
Han empiezado
C
Habéis empezado
D
Han empezado

Slide 12 - Quiz

Kies voor de juiste vorm van de Presente perfecto

romper (él ella,usted)
A
He rompido
B
Has roto
C
Ha roto
D
Han roto

Slide 13 - Quiz

Kies voor de juiste vorm van de Presente perfecto

ir (él ella,usted)
A
He ido
B
Has ido
C
Ha irido
D
Ha ido

Slide 14 - Quiz

Kies voor de juiste vorm van de Presente perfecto

escribir (vosotros)
A
Habéis escribido
B
Habéis escrito
C
Héis escrito
D
Han escrito

Slide 15 - Quiz

Kies voor de juiste vorm van de Presente perfecto

poner (nosotros)
A
Hemos ponido
B
Habéis puesto
C
Hemos puesto
D
Han puesto

Slide 16 - Quiz

KUN JE DEZE WERKWOORDEN IN DE GERUNDIO OPSCHRIJVEN?
1 hacer ( yo) 5 decir (ella)
2 comer ( nosotros) 6 ver (tú)
3 quedar (él) 7 ganar (ellos)
4 llegar (vosotras) 8 afeitarse (yo)

Slide 17 - Open question