H2e P1 Les 6 - KOL (13-10-2020)

Bienvenidos



¿Qué aprendiste la semana pasada?

1 / 15
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 15 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 70 min

Items in this lesson

Bienvenidos



¿Qué aprendiste la semana pasada?

Slide 1 - Slide

El adjetivo

Describe esta persona -->


Es un chico (klein)_________

Lleva (bril)____________

Tiene los ojos (blauw)______

Tiene el pelo (bruin)______



Slide 2 - Slide

Leerdoelen:
- Je kent de vervoegingen van regelmatige en onregelmatige werkwoorden en kunt deze gebruiken in zinnen.
- Je kunt iemand's uiterlijk beschrijven
- Je gebruikt de juiste bijvoeglijknaamwoorden 

Slide 3 - Slide

El programa 














  • 5 min   - Empezamos 
  • 20 min - Corregir los deberes
  • 5 min   - Ser/tener/llevar
  • 20 min  - Descripciones 


  • Los deberes

Slide 4 - Slide

10 min - Corregir los deberes
¿Qué?                VOC p. 8 ej 1 +2 + VOC p. 16/17 + WB p. 30 3ab
                            

¿Cómo?           Individualmente 
¿Tiempo?        10 min
¿Meta?             aprender de tus errores


Ga naar de dia's hierna en kijk na met een andere kleur pen!

Slide 5 - Slide

(p. 8)

Slide 6 - Slide

VOC p. 16/17 oef 3,4,5
Oefening 3.
 1. tiene, es
2. tengo, soy
3. eres
4. somos
5. tengo
6. tienen

7. tenemos
8. tienes
9. tenemos
10. tenéis
11. sois
12. es, es
Oefening 4. 
1.  hablo
2. hablas
3. hablan. 
4. habla
5. habláis
6. hablamos, hablan
7. hablas, hablo
8. hablan
Oefening 5. 
1. te llamas
2. me llamo
3. me llamo, 
se llama
4. se llama
5. me llamo,
 se llama
6. os llamáis
7. nos llamamos
8. se llaman

Slide 7 - Slide

Werkboek p. 30 
3a: voorbeelduitwerking 
Eustaquio lleva gafas, lleva bigote y tiene el pelo rizado
Rigoberto tiene el pelo rizado y lleva gafas. 

3b
1. fulgencio, casimero
2. casimero, inocencio, timoteo, anastasia, fulgencio, 
3. fulgencio, rosendo, anastasio, eustaquio, timoteo
4. timoteo, inocencio, rosendo
5. inocencio, rosendo, eustaquio, rigoberto
6. inocencio, anastasio, rosendo, rigoberto, eustaquio. 

Slide 8 - Slide

Gezamenlijk nakijken:
VOC p. 19 (tb p. 45)

Slide 9 - Slide

 ¿Listo? Practicar en Internet
- Oef 1 (bijvoeglijk naamwoord)
- Oef 2 (kleuren - voca)
- Oef 3 (werkwoorden, verbuga)
Bij oef 3: 
Klik aan bij werkwoorden: beber, comer, hablar, ser, tener, llamarse
Klik aan bij tijden: presente

Klaar? Oefenen frases clave 

Slide 10 - Slide

La descripción de una persona




Aspecto físico


 ser (zijn): guapo/a, alto/a


 tener(hebben): los ojos azules, el pelo rubio


 llevar (dragen): bigote, gafas


Carácter


 ser(zijn): simpático/a, pesimista, activo/a

Slide 11 - Slide

15 min - Descripciones
¿Qué?                Beschrijf het uiterlijk van je idool (10 zinnen)
¿Cómo?            In groepjes van 4
¿Tiempo?         10 min 
¿Meta?              Je kunt iemand's uiterlijk beschrijven

¿Listo?               Internetopdrachten -> zie volgende slide 

Slide 12 - Slide

 ¿Listo? Practicar en Internet
- Oef 1 (bijvoeglijk naamwoord)
- Oef 2 (kleuren - voca)
- Oef 3 (werkwoorden, verbuga)
Bij oef 3: 
Klik aan bij werkwoorden: beber, comer, hablar, ser, tener, llamarse
Klik aan bij tijden: presente

Klaar? Oefenen frases clave 

Slide 13 - Slide

Los deberes

Aprender: 
3.1 &3.2 + ser, tener, hablar, llamarse + frases clave p. 5 allemaal + bijvoeglijk naamwoord

Hacer: 
Internet oefeningen (zie lessonup les 6)
Oefenen op verbuga.eu met de werkwoorden: beber, comer, hablar, ser, tener, llamarse
10 zinnen beschrijving idool (groepje van 4 --> inleveren volgende les op papier!)

Slide 14 - Slide

1. Wat heb je vandaag geleerd?
2. Wat vond je van de eerste paar lessen Spaans?

Slide 15 - Open question