Les basiskennis MAG-lassen

Basiskennis MIG/MAG-lassen
1 / 14
next
Slide 1: Slide
Nask / TechniekMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Basiskennis MIG/MAG-lassen

Slide 1 - Slide


Wat moet de stand van je laspistool zijn?
A
5 tot 10 graden
B
75 tot 80 graden
C
85 tot 90 graden
D
25 tot 40 graden

Slide 2 - Quiz

Waarin stel je
beschermgas af (flowmeter)?
A
Bar
B
Bar per minuut
C
Liters per minuut
D
Aroma

Slide 3 - Quiz


Wat heb je niet goed afgesteld als je een stotende draad en een onregelmatige boog hebt tijdens het MAG lassen?
A
Draadsnelheid te laag en de boogspanning te hoog
B
Draadsnelheid te laag en de boogspanning te laag
C
Draadsnelheid te hoog en de boogspanning te hoog
D
Draadsnelheid te hoog en de boogspanning te laag

Slide 4 - Quiz

1. Lasproces
MIG/MAG-lassen is een elektrisch gasboogproces. Door middel van een stroombron wordt een elektrische vlamboog ontstoken en in stand gehouden. De vlamboog zit tussen de afsmeltende lasdraad en het werkstuk.

Daarbij zijn de volgende variabelen van invloed op het lasresultaat:
  • Spanning
  • Stroomsterkte
  • Voortloopsnelheid
  • Contactbuisafstand
  • Uitsteeklengte

De metaaldruppels in de boog en het smeltbad worden beschermd door een gas.

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

2. Onderdelen
De installatie bestaat uit vier hoofdonderdelen:

  • de stroombron
  • de draadaanvoer-eenheid
  • het laspistool met slangenpakket
  • de gasfles met drukregelaar

Slide 7 - Slide

2.1 De Stroombron
De stroombron bestaan uit een transformator en een gelijkrichter. Voor MIG/MAG-lassen heb je een constante boog nodig en dat kan alleen met gelijkstroom. 

  • De transformator verlaagt de netspanning (400V) tot een  veilige lasspanning (25-40V).  
  • De gelijkrichter verandert de wisselstroom naar gelijkstroom. 

De stroomsterkte (A) en spanning (V) kunnen we instellen met regelknoppen op het lasapparaat.




Slide 8 - Slide

2.2 De draadaanvoer-eenheid
De draadaanvoer-eenheid zorgt voor een regelmatige draadaanvoer van de haspel naar het laspistool. De snelheid waarmee dit gebeurt kunnen we instellen met een regelknop.

Als je de draad langzaam laat gaan, is er minder stroom, en als je de draad sneller laat gaan, is er meer stroom. Dus, hoe snel de draad beweegt, bepaalt hoeveel stroom er door de las gaat.

Voorbeeld:
Stel je voor dat je aan het schilderen bent met een verfpistool. Als je de trekker langzaam indrukt, komt er weinig verf uit, maar als je de trekker snel indrukt, komt er veel meer verf. Bij lassen werkt het een beetje hetzelfde. De draadaanvoer-snelheid is als het indrukken van de trekker.



 


Slide 9 - Slide

2.3 Het slangenpakket met laspistool
Door middel van een slangenpakket worden de lasstroom, de lasdraad en het beschermgas naar de lastoorts gevoerd. In de toorts vindt via een contactbuisje de stroomoverdracht plaats op de lasdraad. 

In de handgreep zit een schakelaar waarmee de stroom wordt in- en uitgeschakeld. Tevens wordt daarmee de draaddoorvoer en de beschermgastoevoer in- en uit geschakeld. Het gasmondstuk verdeelt het schermgas goed en regelmatig rond de vlamboog.



 


Slide 10 - Slide

2.4 De gasfles met drukregelaar
In de gasfles zit het schermgas, dat de las beschermt tegen lucht uit de omgeving. Voor het lassen van staal gebruiken we meestal een mengsel van argon en koolzuur. 

Het menggas zit met een druk van maximaal 200 bar als gas in de fles. De druk kun je aflezen op de gasdrukmeter. De drukregelaar zorgt ervoor, dat de gasdruk wordt verlaagd naar de werkdruk. 

Het gasverbruik kun je aflezen op een stromingsmeter in liters per minuut. Afhankelijk van de grootte van het gasmondstuk en smeltbad zit deze tussen de 8-20 l/min



 


Slide 11 - Slide

3. Afstellen
Bij het MIG/MAG-lassen stel je eerste de spanning in en daarna de draadaanvoer-snelheid (stroomsterkte). 

Spanning en stroomsterkte zijn afhankelijk van elkaar. Bij een juiste instelling is er sprake van een rustige regelmatige lasboog. (luisteren!)

Is de draadaanvoer-snelheid te hoog, dan stoot de draad in het smeltbad (knetteren). Is hij te laag dan smelt de draad aan de contactbuis vast

Hoe dikker het materiaal, hoe hoger je de spanning moet instellen. Je krijgt een grotere warmte-inbreng die nodig is om het materiaal te smelten. 

Slide 12 - Slide

4. Laspositie
Je hebt allerlei verschillende lasposities. De eisen voor de las zijn bepaald door de ontwerper van het product. In de werktekening staat aangegeven hoe je de lasverbinding moet uitvoeren.

Zorg ervoor dat je in een goede, comfortabele houding zit zodat je een mooie las kunt maken. 

De juiste laspositie en een goede houding is van invloed op het uiterlijk van je las! 

De meeste lasposities worden bij MAG-lassen stekend gelast. Bij slepend lassen heb je een diepere inbranding en minder zicht op je werk.

Slide 13 - Slide

5. Lasfouten

Slide 14 - Slide