Les 3. Aristoteles: Ethiek en de Onbewogen Beweger

Aristoteles (384 -322 v. Chr)
1 / 29
next
Slide 1: Slide
GodsdienstLevensbeschouwingMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min
Report this lesson

Items in this lesson

Aristoteles (384 -322 v. Chr)

Slide 1 - Slide

Aristoteles was een oude Griekse filosoof en veelzijdige geleerde die leefde van 384 tot 322 v.Chr. Hij leverde belangrijke bijdragen aan vele gebieden van menselijke kennis, waaronder filosofie, logica, ethiek, politiek, biologie en metafysica. Aristoteles was een student van Plato en later de leraar van Alexander de Grote.
Enkele van zijn bekendste werken zijn "Nicomachean Ethics", waarin hij de aard van geluk en deugd verkent, "Politics", waarin hij verschillende vormen van regering en de ideale staat bespreekt, en "Metaphysics", waarin hij ingaat op de aard van zijn en bestaan. Aristoteles' logische werken, met name zijn "Organon", legden de basis voor de Westerse logica.
Zijn invloed op het westerse denken is diepgaand geweest, en zijn ideeën zijn eeuwenlang bediscussieerd en bestudeerd. De nadruk van Aristoteles op empirische observatie en rationeel onderzoek heeft een blijvende invloed gehad op terreinen variërend van wetenschap tot ethiek.


Wat klopt hier niet?

Slide 2 - Open question

In deze slide hoeven de leerlingen alleen deze vraag te beantwoorden. Hun interpretaties/vragen/reacties komen aan bod in de volgende slides/bij de volgende vragen.

Klik op de afbeelding om deze beeldvullend te tonen.



Hoe zit je er nu bij?

Slide 3 - Poll

This item has no instructions


Wat is Plato’s meest bekende metafoor?

Slide 4 - Open question

Antwoord: De allegorie van de grot

Plato is hoofdzakelijk beroemd geworden vanwege zijn.......
A
Dogma's
B
Wijsheid
C
Ideeënleer
D
Opvattingen over de staat

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

Leerdoelen
  • Je kunt uitleggen wat Aristoteles betekent voor de hedendaagse ethiek.
  • Je kunt uitleggen wat de deugdethiek van Aristoteles inhoudt.
  • Je kunt uitleggen wat eudaimonia, de gouden middenweg en ethiek betekenen binnen zijn filosofie.
  • Je kunt het begrip “onbewogen beweger” uitleggen.
  • Je kunt verschillen benoemen tussen het denken van Aristoteles en Plato.
  • Je kunt uitleggen wat Aristoteles bedoelde met logica, retoriek en teleologie.
  • Je kunt je eigen mening over de ethiek van Aristoteles formuleren en onderbouwen met argumenten.

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Slide 7 - Video

This item has no instructions

Aristoteles was al op jonge leeftijd een weeskind.<div>Hij is opgevoed door zijn oom.
<div>Op zeventienjarige leeftijd vertrok hij naar Athene en werd
</div><div>leerling aan Plato's Academie.
</div><div>Daar bleef hij twintig jaar lang tot 347 v. Chr.
</div><div><br></div><div>
</div><div>
</div></div>
1
Aristoteles wordt gezien als de eerste Homo Universalis.<div>Hij was bekwaam in filosofie,
<div>psychologie, politieke en sociale wetenschappen, wiskunde en
</div><div>natuurwetenschappen, taal- en letterkunde, theater etc..</div></div>
2
Hij zou de privéleraar zijn geworden van de toen veertienjarige Alexander (ca. 342 v.Chr.)<div>Later beter bekend als 'Alexander de Grote'. (tot ca. 340 v.Chr.)</div>
3
Als gevolg van een anti-Macedonische reactie na het
<div>plotse overlijden van Alexander de Grote (in 323 v.Chr.)
</div><div>werd hij als collaborateur beschouwd en aangeklaagd wegens goddeloosheid.</div>
4
Hij verliet de stad, met als reden "dat hij de Atheners een tweede vergrijp tegen de filosofie wilde besparen."
<div>Hij week uit naar Chalkis, naar het landgoed van z'n moeder.
</div><div>Daar stierf hij een jaar later aan de gevolgen van een maagkwaal op eenenzestig jarige leeftijd.</div>
5
Het leven van Aristoteles in vogelvlucht

Slide 8 - Slide

Het leven van Aristoteles wordt voornamelijk beschreven door oude bronnen zoals Diogenes Laërtius en de werken van Aristoteles zelf. Hier is een beknopte schets van zijn leven:
Aristoteles werd geboren in 384 v.Chr. in Stagira, een stad in het noorden van Griekenland. Op jonge leeftijd verloor hij zijn ouders en werd hij onder de voogdij van een vooraanstaande voogd geplaatst, Proxenus van Atarneus. Op 17-jarige leeftijd vertrok hij naar Athene en werd hij een leerling van Plato in zijn Academie. Hij bleef ongeveer twintig jaar bij Plato, maar uiteindelijk botsten hun filosofische opvattingen, en Aristoteles verliet de Academie na Plato's dood in 347 v.Chr.
Na zijn vertrek uit de Academie reisde Aristoteles rond en verbleef hij enige tijd in verschillende steden, waaronder Assos en Lesbos, waar hij zijn biologische studies voortzette. In 343 v.Chr. werd hij door koning Philip II van Macedonië gevraagd om de opvoeding van dienst te nemen van zijn zoon, Alexander, die later Alexander de Grote werd. Aristoteles keerde terug naar Macedonië en onderwees Alexander voor enkele jaren.
Na de dood van Alexander in 323 v.Chr. keerde Aristoteles terug naar Athene en stichtte hij zijn eigen school, de Lyceum. Hier onderwees hij en hield hij lezingen over verschillende onderwerpen, variërend van logica en retorica tot ethiek en politiek. Zijn onderwijsmethode stond bekend als peripatetisch, wat betekent dat hij rondliep terwijl hij doceerde.
Aristoteles stierf in 322 v.Chr. in Euboea, kort na de dood van Alexander. Zijn geschriften en ideeën hadden een enorme invloed op de westerse filosofie en hebben door de eeuwen heen talloze generaties beïnvloed.

Naar wie verwees Aristoteles toen hij zei dat dat hij de Atheners een tweede vergrijp tegen de filosofie wilde besparen.
A
Jezus
B
Plato
C
De sofisten
D
Socrates

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

<b>Ethiek: Deugdethiek</b><div>Doel: Gelukkig zijn!
<div>
</div><div>Opgroeien tot een volwassen persoon die streeft naar geluk.</div></div>
<div>De studie van de filosofie.
<div>De phronesis.
</div><div>Genot. (hedonisme)
</div><div>Aristoteles is de grondlegger van de deugdethiek.</div><div>
</div><div>
</div></div>
2
Ethiek

Slide 10 - Slide

Deugdethiek is een ethische benadering die zich richt op de karaktervorming van individuen en de ontwikkeling van deugden. In tegenstelling tot ethische theorieën die zich concentreren op het beoordelen van specifieke handelingen (zoals utilitarisme of deontologie), benadrukt deugdethiek de persoonlijke eigenschappen en kwaliteiten die iemand tot een goed mens maken.

Centraal in de deugdethiek staan deugden, zoals moed, rechtvaardigheid, matigheid en vriendelijkheid. Deugden worden gezien als positieve karaktereigenschappen die leiden tot moreel goed handelen. Het doel van de deugdethiek is om een ​​persoon te helpen de deugden te ontwikkelen en te cultiveren door middel van praktijk, reflectie en voorbeeldgedrag.

Deugdethiek richt zich vaak op het idee van een deugdzaam leven, waarin individuen streven naar een balans tussen verschillende deugden, passend bij de context en omstandigheden waarin ze zich bevinden. Het is niet alleen gericht op wat men doet, maar ook op wie men is als persoon en hoe men leeft.Deze ethische benadering heeft oude wortels in het werk van filosofen zoals Aristoteles, maar blijft relevant in moderne ethische discussies, waarbij de nadruk ligt op karaktervorming, gemeenschapszin en de persoonlijke ontwikkeling van deugden.
<b>Zintuigen zijn Cruciaal:</b> Waar Plato de zintuigen wantrouwde, stelde Aristoteles dat ware kennis begint bij ervaring en observatie (Empirisme).
2
<b>Verwerping van het dualisme: </b>Aristoteles verving Plato’s abstracte dualisme (de scheiding tussen de materiële wereld en een hogere Ideeënwereld) door een eenheidsvisie op de werkelijkheid.
1
<b>Doen, niet alleen Weten:</b> Ethiek is praktisch. Je wordt niet goed door de "Idee van het Goede" te kennen, maar door goede gewoonten aan te leren.
5
Kritiek op Plato
<b>Concreet boven Abstract: </b>We begrijpen het algemene (bijv. "de mens") alleen door het bestuderen van het specifieke (bijv. individuele mensen).
3
<b>Logische Fout: </b>Het "Derde Man"-argument toont aan dat Plato’s theorie leidt tot een onlogische, oneindige reeks verklaringen.
4

Slide 11 - Slide

Voor u als docent is het essentieel om de breuk tussen Plato en Aristoteles te presenteren als de geboorte van het wetenschappelijk realisme. Waar Plato de werkelijkheid "omhoog" verplaatste naar een abstracte hemel, trok Aristoteles deze "omlaag" naar de aarde.

Aristoteles’ Kritiek op Plato: Van Dualisme naar Realisme
De kern van Aristoteles’ kritiek is de verwerping van het metafysisch dualisme. Hij vond Plato's scheiding tussen de fysieke wereld en de Ideeënwereld een onnodige verdubbeling die de werkelijkheid eerder compliceert dan verklaart.

1. Hylomorfisme: De Eenheid van Vorm en Materie
Aristoteles verving Plato's "twee werelden" door de leer van het Hylomorfisme (hulè = materie, morfè = vorm).

Het conflict: Volgens Plato bestaat de "Vorm" van een stoel los van de fysieke stoel. Volgens Aristoteles is de vorm echter immanent: de vorm zit in de materie.

De implicatie: Een object is een onlosmakelijke eenheid. Zonder materie heeft een vorm geen substantiële drager; zonder vorm is materie slechts potentie zonder identiteit.

2. Epistemologie: De Weg naar Kennis
Dit heeft grote gevolgen voor hoe wij volgens beide filosofen tot de waarheid komen:

Plato (Rationalisme): Kennis is een herinnering (anamnesis) van de ziel aan de Ideeënwereld. De zintuigen leiden ons af van de waarheid.

Aristoteles (Empirisme): Kennis begint bij de zintuiglijke waarneming. We begrijpen het concept "hond" pas nadat we vele individuele honden hebben geobserveerd en hun gemeenschappelijke kenmerken hebben geabstraheerd.

3. Logische Afbraak: De "Derde Man"
Aristoteles gebruikte een logisch argument om Plato’s theorie onderuit te halen.

Als een mens een mens is omdat hij op de "Idee Mens" lijkt, dan is er een derde entiteit nodig om de gelijkenis tussen de fysieke mens en de Idee te verklaren.

Dit leidt tot een regressus ad infinitum (een oneindige reeks), wat de oorspronkelijke verklaring logisch waardeloos maakt.

4. Ethiek als Praktijk (Phronesis)
In de ethiek vertaalde Aristoteles dit realisme naar karaktervorming:

Plato: Wie het Goede kent, zal het goede doen (moreel intellectualisme).

Aristoteles: Ethiek is praktisch. Deugdzaamheid is geen theoretische kennis, maar een getrainde gewoonte (hexis). Je wordt rechtvaardig door rechtvaardige daden te verrichten, niet door over de "Idee Rechtvaardigheid" te filosoferen.


Wat betekent dualisme? (Plato)
A
Strikte scheiding tussen materie en immaterie
B
Scheiding tussen kerk en staat
C
Scheiding tussen dood en leven
D
Tweestrijd

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Argument uit Beweging
Alles wat begint te bestaan of te veranderen is in beweging.
1
De ziel is geestelijk en blijft na de dood voortbestaan.
Alles wat in beweging is, wordt in beweging gezet door iets anders.
2
Niets kan zichzelf van potentie naar acte bewegen.<br><div><br></div>
3
Een oneindige keten van oorzaken is onmogelijk.<br><div><br></div><div><br></div>
4
Daarom moet er een eerste oorzaak van beweging zijn.<br><div><br></div><div><br></div>
5
<div>Deze eerste oorzaak wordt zelf door niets anders in beweging gezet: de Onbewogen Beweger.</div><div><br></div>
6

Slide 13 - Slide

In de metafysica van Aristoteles wordt de "onbewogen beweger" vaak geassocieerd met wat hij beschouwt als de ultieme oorzaak en grond van het universum. Hoewel Aristoteles niet expliciet spreekt over "God" zoals in de theologische context, wordt de "onbewogen beweger" soms geïnterpreteerd als een soort goddelijke entiteit vanwege zijn volmaakte, eeuwige en onveranderlijke aard.
Volgens Aristoteles is de "onbewogen beweger" een entiteit die perfect en volledig actueel is, zonder enige potentiële verandering in zichzelf. Het is puur act, zonder enige potentie voor verandering of beweging. Deze entiteit is de bron van alle beweging en verandering in de wereld, maar zelf blijft het onveranderlijk.
In latere interpretaties van Aristoteles' werk, vooral binnen de middeleeuwse scholastiek, werd de "onbewogen beweger" vaak geïdentificeerd met God, de schepper en onderhouder van het universum. Deze interpretatie benadrukt de goddelijke aard van de eerste oorzaak en plaatst het binnen een theologisch kader.
Hoewel Aristoteles zelf niet de term "God" gebruikte in zijn filosofie op dezelfde manier als theologen dat later deden, heeft zijn concept van de "onbewogen beweger" een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van de westerse theologie en filosofie, en heeft het bijgedragen aan het denken over het goddelijke en het metafysische.

Wie of wat zou Aristoteles hebben bedoeld met 
de “onbewogen beweger”?

Slide 14 - Open question

Antwoord: Aristoteles bedoelde met de “onbewogen beweger” een eerste oorzaak of ultieme bron van alle beweging en verandering in het universum. Het is een perfecte, eeuwige en onveranderlijke entiteit die zelf niet in beweging wordt gebracht, maar toch alle beweging veroorzaakt. In latere interpretaties werd dit vaak geïdentificeerd met God.
5

Slide 15 - Video

Bron: The school of life "Aristotle" (youtube)
03:10

Wat maakt een mens gelukkig?
A
Door in het midden te blijven tussen 2 excessen
B
Door je zelf op de voorgrond te stellen
C
Door je zelf op de achtergrond te stellen
D
Door niet je zelf te laten zien aan anderen

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

03:10

Waar beschikken (volgens Aristoteles) succesvolle mensen over?
A
Bepaalde omstandigheden
B
Bepaalde uiterlijke kenmerken
C
Bepaalde deugden
D
Bepaalde handelingen

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

04:47

Wat is de functie van tragedie in de kunst?
A
Het herinnert ons eraan dat het leven snel kan veranderen. Daarom moeten we omkijken naar wie het moeilijk heeft
B
Het herinnert ons er aan dat wij een goed leven lijden en dat we dankbaar moeten zijn
C
Het herinnert ons er aan dat hard werken altijd wordt beloont
D
Het herinnert ons er aan dat er in de wereld altijd arme mensen zullen zijn. Zij zijn van de rijken afhankelijk

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

04:47

Waar dient kunst voor?
A
Het laat ons de mooie kan van het leven zien waar we van kunnen genieten
B
Het zorgt ervoor dat wij ervoor dat we geen schuldgevoel krijgen
C
Het maakt dat we ons leven op de juiste manier leren waarderen
D
Zo blijven bepaalde waarheden ins ons denken hangen

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

05:47

Wat leert vriendschap ons?
A
Om trouw te zijn aan ons zelf
B
Om jezelf belangrijk te vinden
C
Dat we ons moeten open stellen voor andere mensen
D
Wie we eigenlijk zouden moeten zijn

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions


Wat betekent retoriek bij Aristoteles?

Slide 21 - Open question

Bij Aristoteles verwijst retoriek naar de kunst van overtuigen door middel van het gesproken woord. In zijn werk "Retorica" definieert Aristoteles retoriek als de "faculteit om te ontdekken in elk geval het beschikbare middel om overtuiging te bereiken" en beschouwt het als een praktische wetenschap die gericht is op het beïnvloeden van de meningen en beslissingen van anderen.

  1. Wat maakt mensen gelukkig?





Vier belangrijke filosofische vragen
Wat maakt mensen gelukkig?
1
Wat is het nut van kunst?
2
Hoe kun je mensen overtuigen van bepaalde ideeën in deze drukke wereld?
4
Wat is het nut van vriendschap?
3

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Socrates
<span style="font-weight: bold">Ik weet dat ik niets weet</span>
<b>Ideeënleer&nbsp;</b>
<b>Onbewogen beweger</b>
Plato
Aristoteles

Slide 23 - Drag question

This item has no instructions

Klik op de schaakstukken en lees de stelling.
<div>Is de stelling juist? Sleep het schaakstuk dan naar het juiste coördinaat. De schaakstukken vormen dan een woord.</div>

Slide 24 - Slide

Het schaakspel

Leerlingen controleren stellingen en gebruiken schaakcoördinaten om hun kennis te oefenen, terwijl ze een verborgen woord vormen.

Instructies voor leerlingen:
  • Klik op een schaakstuk om de bijbehorende stelling te lezen.
  • Bepaal of de stelling juist of onjuist is.
  • Als de stelling juist is, sleep het schaakstuk naar het juiste vakje (coördinaat) op het bord.
  • Elk correct geplaatst stuk levert een letter op die bijdraagt aan het verborgen woord.
  • Als alle stukken correct zijn geplaatst, wordt het verborgen woord zichtbaar.

Tips voor docenten:
  • Deze activiteit combineert vakkennis met ruimtelijk inzicht op het schaakbord.
  • Moedig leerlingen aan om de coördinaten zorgvuldig te controleren voordat ze stukken plaatsen.
I
E
I
R
G
R
L
L
A
E
<span style="font-weight: bold; color: rgb(255, 255, 255)">L</span>
<span style="font-weight: bold; color: rgb(0, 0, 0)">L</span>
<span style="font-weight: bold; color: rgb(0, 0, 0)">E</span>
<span style="font-weight: bold; color: rgb(255, 255, 255)">O</span>
<span style="font-weight: bold; color: rgb(255, 255, 255)">A</span>
<span style="font-weight: bold; color: rgb(0, 0, 0)">G</span>
<span style="font-weight: bold; color: rgb(0, 0, 0)">E</span>
<span style="font-weight: bold; color: rgb(0, 0, 0)">T</span>
<span style="font-weight: bold; color: rgb(255, 255, 255)">I</span>
<b style="color: rgb(255, 255, 255)">G</b>
<span style="font-weight: bold; color: rgb(255, 255, 255)">K</span>
Aristoteles was privéleraar van Alexander de Grote. &nbsp;(D,8)
Aristoteles was de eerste homo universalis. (A,5)
Aristoteles was de grondlegger van de deugdethiek.(C,4)
Een groot voorbeeld voor Aristoteles was Jezus Christus. (A,8)
Phronesis betekent "praktische wijsheid". (G,1)
Aristoteles werd gezien als collaborateur. (F,7)
Plato was de leermeester van Aristoteles. (H,4)
Aristoteles was het 7e kind van zijn vader en moeder. (G,3)
Aristoteles was van beroep dichter. (B,2)
Aristoteles had kritiek op de ideeënleer van Plato. (D,5)
Aristoteles verwierp het dualisme. (D,3)
Volgens aristoteles is God "De onbewogen Beweger". (G,6)

Slide 25 - Drag question

Antwoord: Allegorie

Welk woord is de oplossing? Gebruik geen hoofdletters

Slide 26 - Open question

This item has no instructions


Schrijf 3 dingen op die je hebt geleerd.

Slide 27 - Open question

This item has no instructions

Zijn de leerdoelen behaald?
  • Ik kan uitleggen wat Aristoteles betekent voor de hedendaagse ethiek.
  • Ik kan uitleggen wat de deugdethiek van Aristoteles inhoudt.
  • Ik kan uitleggen wat eudaimonia, de gouden middenweg en ethiek betekenen binnen zijn filosofie.
  • Ik kan het begrip “onbewogen beweger” uitleggen.
  • Ik kan verschillen benoemen tussen het denken van Aristoteles en Plato.
  • Ik kan uitleggen wat Aristoteles bedoelde met logica, retoriek en teleologie.
  • Ik kan mijn eigen mening over de ethiek van Aristoteles formuleren en onderbouwen met argumenten.

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Begrippenlijst

Slide 29 - Slide

This item has no instructions